De Haagse keuringsarts

Om een teleurstelling te voorkomen moet je voor een zeemansopleiding gekeurd worden. De middelbare school voor scheepswerktuigkundigen in Scheveningen gaf een aantal adressen van keuringsartsen op in de papieren bij het inschrijven. Keuringspapieren moesten worden overlegd, voordat de opleiding begon.

De oorarts had ik gehad. Geen probleem. Horen kon ik. Luisteren werd niet getest; goedgekeurd.

Bij de oogarts werd het een apart verhaal. De oogarts aan de Haagse Van Boetzelaerlaan liet mij mijn linkeroog afdekken met een pollepel. “Noem maar op wat je ziet”, zei hij wijzend naar zo’n bord met groot tot klein aflopende karakters.

Ooit bij mijn eigen oogarts aan de Javastraat, waar ik al als klein jongetje kwam, waren dat altijd letters.

Nu is mijn rechteroog niet echt getraind, de reden dat ik daar vaak was geweest. “Net zoals de eigenaar”, grapt iedereen altijd, tot uit den treure, als ik over mijn minder goede oog vertel. IJverig begon ik de letters op te noemen; G, K, E, Z…

“Hou maar op”, zei de oogarts al heel snel in keurig Haags.

“Probeer je andere oog maar.”

Mijn linkeroog is een stuk beter. Direct zag ik dat het geen letters waren, maar cijfers! Wist even niet waar ik kijken moest, maar uiteindelijk las ik moeiteloos de cijfers op tot het laatste piepkleine cijfertje aan het eind van het onderste regeltje.

De oogarts liep naar z’n bureau, tekende sierlijk het keuringspapier af: goedgekeurd. Hij wenste me veel succes met de opleiding.

Dokter Fruytier
Aan de Fahrenheitstraat in Den Haag zat ene dokter Fruytier, een van de adressen opgegeven door de school. Dat was lekker dichtbij huis, dus voor de algemene lichamelijke keuring sprak ik met hem af. Je moest dan wel je plas meenemen. Ik had zo snel niet een flesje om dit in te doen. Op mijn wastafel stond een leeg aftershave flesje van Fresh Up. Een met een roller. Goed uitgespoeld zou het uitstekend een nieuw doel kunnen hebben. De plas goed mikkend erin, voor de zekerheid de roller er weer op geklemd en daarna de schroefdop er op. Op z’n kop gehouden. Lekte niet.

Zo ging ik op m’n brommertje vanuit Rijswijk naar de Fahrenheitstraat. Schoolpapieren en plas in de zak.

Bijna aan het eind van de straat links woonde de reeds lang gepensioneerde dokter in een naoorlogs Haags appartementje. Het op een na kleinste kamertje had hij ingericht om de te keuren personen te ontvangen. Zo verdiende hij nog wat bij en bleef hij feeling met z’n vak houden.

In het kamertje stond zo’n hoge ziekenhuisligbank met zwart skai bekleed, die afgedekt kon worden met een stuk papier vanaf een rol aan het voeteneind. Er kon ook nog net een laat homeopathische, zacht wit geverfde vitrinekast in. Op glazen platen in de kast lagen allerlei verchroomde, klassieke, zorgvuldig opgepoetste medische instrumenten als museum stukken uitgestald. Ik moest er niet aan denken dat ik behandeld zou zijn geweest door een van die museumstukken. Al die punten, slangetjes en buisjes. Zo pijnlijk als je er al naar keek.

Ik moest me uitkleden, maar één kledingstuk aan laten, zei de dokter. Iedereen begrijpt dat dat de onderbroek is, maar ik heb wel eens gehoord dat er iemand was die alleen z’n stropdas om liet.

Fresh Up
Er werd in de mond gekeken door de vriendelijke arts. Ook de oren werden niet vergeten. Er werd geklopt en getikt op diverse lichaamsdelen. Ik moest me omdraaien om dokter Fruytier m’n rug te laten zien. Daarna moest ik bukken. Geen idee wat dat voor nut had, maar het ging net in dat kleine hokje. Of ik de gevraagde plas bij me had. Zonder blikken of blozen nam hij mijn flesje Fresh Up aan. Ik heb het niet teruggekregen en nooit heb ik er verder iets van gehoord.

Aan zijn bureau tekende hij zwijgend en vriendelijk glimlachend het keuringspapier af: goedgekeurd. Ik kon zonder zorgen aan de opleiding beginnen.

Toen ik ging varen ben ik weer bij hem geweest. De vriendelijke, niet veel pratende dokter Fruytier keurde me weer, alsof een filmpje opnieuw werd afgespeeld, goed. De plas dit keer in een Tupperware-bekertje meegenomen. M’n moeder zorgde goed voor me. Ik moest het natuurlijk wel direct mee terug nemen, bij voorkeur al omgespoeld. Kon het weer worden gebruikt waarvoor het bedoeld was.

Enkele jaren later moest ik me op een ochtend met spoed laten keuren in Rotterdam. M’n nieuwe werkomgeving lag te laden bij de GEM in de Botlek. Ik had ’s maandags gesolliciteerd en nu op donderdag kon ik al weg. Uren moest ik wachten, omdat er een handvol buitenlandse zeelui gekeurd en ingeënt moest worden. Wel mocht ik van tevoren plassen in een daarvoor bestemd en gevormd flesje. Toen ik eindelijk aan de beurt was, werd ik snel door de molen gehaald. Nog net heb ik m’n schip gehaald. Ze keken reikhalzend naar me uit. Toen ik aan boord was, konden we vertrekken.

Had ik maar van te voren geweten dat het zo zou gaan. Dan was ik naar Den Haag gereden, naar de Fahrenheitstraat. Had dan wel m’n plas zelf moeten meenemen buiten m’n lichaam, van tevoren in een flesje.

C. Vonk
corplusplus@gmail.com

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann