Laakmolen stond vroeger op Rijswijks grondgebied

De Laakmolen is momenteel midden in de stad gelegen, maar dat was niet altijd het geval. De eeuwenoude molen stond vroeger in het groen, in de weilanden, en de molenaar had volop uitzicht en volop wind. Dat is inmiddels wel veranderd. Heeft iemand enig idee hoe lang de Laakmolen daar al staat?

In Holland draait alles om droge voeten. Het westen ligt voor het grootste deel onder de zeespiegel, dus wie hier niet te veel last wil hebben van een waterige bodem moet de grond droog zien te houden. Het Hoogheemraadschap Delfland is de aangewezen instantie die al eeuwenlang voor de felbegeerde droge voeten zorgt.

De molen was vanaf de middeleeuwen het middel bij uitstek om het water weg te malen. In de negentiende eeuw is daarvoor het gemaal in de plaats gekomen. De Laakmolen heeft vele veranderingen – en zelfs branden – doorstaan en blijft een trots stukje cultureel bezit van alle Hagenaars.

De eerste molen
In de vijftiende eeuw is er sprake van twee molens die de Noordpolder drooghouden. De ene moet nabij het klooster Sion hebben gestaan, maar die wordt later verplaatst. Uiteindelijk blijft dan de Laakmolen of zijn voorganger over. De molen lag op Rijswijks grondgebied temidden van de weilanden en nabij het schrikwekkende galgenveld. Vandaar dat de molen in het verre verleden ook wel Ramolen of Galgmolen werd genoemd. Op de raderen lagen de stoffelijke resten vastgemaakt van de misdadigers die door het Hof van Holland waren veroordeeld. Het was een luguber gezicht.

Galgenveld
Het Galgenveld lag langs de Laak, tussen de molen en de Rijswijkseweg. Reizigers die de Hofstad vanuit Rijswijk binnenkwamen, werden geconfronteerd met de halfvergane lijken die loshangend aan één of twee handen en benen in de wind bengelden. Het was een macaber gezicht.

Het tafereel diende als afschrikwekkend voorbeeld voor misdadigers en kwaadwillenden, die Den Haag met een bezoek wilden vereren. De opeenvolgende molenaars hadden er geen erg meer in. Het deed haast vertrouwd aan. Ook het piepende en krakende geluid van de schier verteerde lichamen, die door de wind heen en weer bewogen, scheen hen niet te deren.

Molenaars
De molenaars hadden een zwaar bestaan, ofschoon ze redelijk werden betaald door het Hoogheemraadschap. De eerst bekende molenaar was Adriaan Jacobsz, die in 1578 werd afgelost door Jan Jorisz. Een enkel keer gebeurde het ook dat de molen binnen de familie bleef en overging van vader op zoon. Zo was dat het geval met Arent van der Zalm (1834-1845), die werd opgevolgd door zijn zoon Jacobus. Het leven was simpel en sober. Een klein moestuintje zorgde voor het dagelijkse eten. Verder had de molenaar tot taak om de vaarten schoon te houden. Soms ging hij gewapend met een riek naar de Moerweg om daar de nodige rommel uit het water te flossen. Het water werd vroeger gebruikt als ene open riool, wat de doorstroming verminderde. Eén van de laatst actieve molenaars was Jan van der Helm, toevallig mijn opa, die op de Laakmolen heeft gewoond en gewerkt van 1929 tot 1955. De man was geboren te Stompwijk en het was immer zijn wens om in navolging van zijn opa een eigen molen te beheren. Zijn wens is in vervulling gegaan, maar echt malen was er niet meer bij.

Meer over de geschiedenis en omgeving van de Laakmolen, zie mijn boek: Rondom de Haagse Laakmolen. Verkrijgbaar bij de schrijver.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann