Heersers over Holland en Den Haag in vogelvlucht

Naar aanleiding van de expositie ‘De eerste eeuwen van Holland’ (Atrium, 3 tot en met 19 oktober) kreeg ik het idee om het verhaal te vertellen van de machthebbers van Holland tegen de achtergrond van onze residentie, als een soort vogelvlucht door de geschiedenis. Niet zeer uitgebreid en gedetailleerd, maar wel stilstaand bij belangrijke ‘highlights’, zonder de pretentie om volledig en wetenschappelijk verantwoord te zijn. Dus niet op elke historische slak zout leggen, alstublieft. Een basis wellicht voor een spreekbeurt of opstel, wat praktische scholieren mogelijk zal aanspreken? In dit eerste deel kijken we naar de dynastie van de eerste graven. In het tweede deel zullen we aandacht besteden aan de ‘buitenlandse’ machthebbers die in het bezit van deze titel kwamen en in deel drie kijken we naar de stadhouder-Prinsen van Oranje.

Dit verhaal begint met de eerste graaf waarvan we de naam weten en daarvoor moeten we terug naar de tijd van de Noormannen! Een zekere Gerulf, volgens sommigen een afstammeling van de Friese Koning Radboud, heerste rond 885 in Noord-Holland over het graafschap West-Friesland (dat trouwens pas vanaf 1100 het Graafschap Holland zou gaan heten) en schijnt in die tijd nog Vikingen achterna te hebben gezeten met zijn ridders. De graven deden het goed en wonnen aan invloed en macht. Over die eerste graven is niet al te veel bekend en bovendien bestond Den Haag toen nog helemaal niet. Het enige wat je op ‘onze’ plek zag was duinen met hier en daar een vissershut, plus wat beekjes en een duinmeertje. Wat gedurende de opeenvolgende graven bekend is geworden is, dat men voortdurend bezig was om het machtsgebied te vergroten. Politieke huwelijken, kuiperijen, allerlei oorlogjes en oorlogen, afgewisseld door excommunicaties (uit de rooms-katholieke kerk gezet worden door boze bisschoppen) en meedoen aan kruistochten om dat weer goed te maken. Langzaam maar zeker breidt het gebied van de Graven van Holland zich verder uit.

Een paar interessante gebeurtenissen: graaf Dirk III gaat tol heffen in Vlaardingen en komt daarmee in conflict met de Duitse keizer. Deze stuurt een leger op Vlaardingen af dat vervolgens door Dirk in 1018 in de pan wordt gehakt. Deze tolheffing moet later worden opgegeven, maar graaf Floris II, bijgenaamd ‘De Dikke’, stelt hem rond 1100 weer in en wordt mede daardoor erg rijk. Deze graaf was de eerste die zich officieel Graaf van Holland liet noemen. Zijn zoon, Dirk VI heeft de Burcht van Leiden laten bouwen. Diens kleinzoon, Dirk VII (meestal werden de kleinkinderen naar hun opa genoemd en daarom wisselden zoveel Florissen en Dirken elkaar af), is voor de afwisseling veel gebied kwijtgeraakt aan de Hertog van Brabant, dat de volgende graven natuurlijk weer moesten terugveroveren. De eerste Willem in de rij, Willem I dus, werd graaf in 1203 en heeft veel gedaan voor de modernisering van het graafschap, door het bedijken van grote (veen)gebieden en zo.

In 1222 werd Floris IV op zijn 12e de nieuwe graaf en een paar jaar later begon hij bij ons duinmeertje aan de bouw van een stenen jachthuis dat later de basis zou blijken van de grafelijke residentie. Hij kocht het tuinderijtje dat zich daar bevond en wij weten dat omdat de koopakte bewaard is gebleven in het Rijksarchief. Doordat Floris op zijn 24e door de jaloerse echtgenoot van Mathilde II van Boulogne werd gedood tijdens een toernooi in Frankrijk (maar dat is weer een ander verhaal) kon hij zijn jachthuis niet afmaken en werd zijn toen 7-jarige zoon Willem z’n opvolger. Op zijn 12e (dan was men meerderjarig in die tijd) werd hij de nieuwe graaf. Over Willem II valt wel het één en ander te vertellen. Onder andere had hij al snel een goed inzicht in het krijgsbedrijf en ook door zijn huwelijk met een dochter van de Hertog van Brunswijk (Braunschweig) werd hij een van de machtigste vorsten van Europa. Omdat hij de toenmalige paus had geholpen om ergens een oorlogje te winnen, werd hij in 1248 op 21-jarige leeftijd gekroond tot Koning van het Heilige Roomse Rijk (een soort vroege voorloper van de Europese Unie, maar dan Duits en dat ‘Roomse’ sloeg vooral op ‘(post-) Romeins’. Dit speciale rijk heeft het overigens vanaf zijn begin rond 800, wel 1000 jaar uitgehouden. Hij was de enige Hollander die ooit die eer te beurt is gevallen. In feite was Willem daarmee onze eerste koning (alleen bestond ons land toen natuurlijk nog niet officieel). Wel heeft hij zo’n 650 jaar later een gouden standbeeld gekregen, midden op het Binnenhof. Dat misstaat daar niet, aangezien hij na zijn kroning de aanzet had gegeven tot de bouw van een indrukwekkend kasteelcomplex – een enkeling spreekt ook wel eens over ‘paleis’, maar daar stel ik me meestal meer een soort sprookjespaleis bij voor – dat zijn nieuwe status en vooruitzichten recht zou doen. In ieder geval hebben we daar een van de oudste nog in bedrijf zijnde regeringscentra in Europa aan overgehouden!

Willem zou zelfs keizer zijn geworden van dat Heilige Roomse Rijk, maar dát heeft hij helaas lelijk verknald. Vlak voordat hij naar Rome zou vertrekken voor zijn kroning, trok hij in 1256 nog even op naar Hoogwoud bij Hoorn om daar West-Friese opstandelingen een lesje te leren. Helaas was hij wat overmoedig en trok, op een grote afstand voor zijn voetsoldaten uit, over een bevroren meer naar het dorp op. Zijn ridders had hij opdracht gegeven om een omtrekkende beweging te maken, dus die waren niet in de buurt. Vlak bij de kant gekomen zagen de opstandelingen een stoere 29-jarige edelman op een prachtig paard, beiden in glorieuze wapenrusting. Maar wel in zijn eentje! Ze sprongen tussen het riet vandaan op hem af, het paard schrok, steigerde en zakte vervolgens (man en paard en wapenrusting zal wel flink wat gewogen hebben) door het ijs. Waarop Willem II werd doodgeslagen en daarom geen keizer is geworden. Met Hoogwoud is het later nog slecht afgelopen! Enfin, zijn zoontje Floris V, toen twee jaar oud, werd tien jaar later de nieuwe Graaf van Holland. Deze Floris heeft de Grote Zaal laten bouwen die later ‘Ridderzaal’ zou gaan heten, omdat dat zo romantisch klonk. Hij is ook bekend geworden door de bouw van het Muiderslot en kasteel Radboud bij Medemblik. Ook door het feit dat hij door zijn eigen edelen (o.a. Gijsbrecht van Amstel) werd vermoord. Zijn onrustig leven werd getekend door complotten, intriges en heel veel kinderen – achttien, waarvan zeven buitenechtelijk. Van zijn elf eigen kinderen zijn er maar twee in leven gebleven, waaronder een zoon; Jan I. Deze droeg op 15-jarige leeftijd onder vage omstandigheden de regering over aan zijn oom, de Graaf van Henegouwen, die vast heel beteuterd heeft gekeken toen onze arme Jan twee weken daarna opeens vreselijke buikkramp kreeg, waaraan hij vervolgens overleed! Hij heeft wel een beeldje gekregen langs de Vijverberg. Van dat versje…

In Den Haag daar woont een graaf
En zijn zoon heet Jantje.
Als je vraagt: waar woont je pa?
Dan wijst hij met zijn handje.
Met zijn vingertje en zijn duim,
Op zijn hoed draagt hij een pluim,

Aan zijn arm een mandje.
Dag, mijn lieve Jantje!

Met deze graaf Jan I stierf de dynastie van het Hollandse huis uit. In totaal bestond de dynastie uit achttien graven, onbekende eerdere graven en tussentijdse regent(ess)en niet meegerekend. Acht ervan heetten Dirk, zes Floris en twee Willem. Pas vanaf 1100 noemden ze zich ‘Graaf van Holland’, daarvóór ‘Graaf van West-Friesland’, Gemiddeld was de tijdspanne van hun regering achttien jaar. Uitschieters waren twee jaar (‘Floris de Zwarte’) en 46 jaar (Dirk III). Gemiddeld werden de graven zo’n 35 jaar oud. De volgende keer verder dus over onze (import-) Graven van Holland.

Rob Stappers
rob.stappers@oriste.dds.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann