Haagse schuilplaatsen in de Koude Oorlog

De Koude Oorlog (1948-1989) ligt al weer geruime tijd achter ons, maar op vele plaatsen in Den Haag bevinden zich nog de stille getuigen van dit tijdperk. De luchtwachttoren op Scheveningen, de Seyss-Inquartbunker op het landgoed Clingendael, de schuilkelder onder Huis ten Bosch, compleet ingerichte noodzetels onder de verschillende ministeries en nog vele andere bouwwerken vormen het Haagse erfgoed van de Koude Oorlog.

De Stichting Militair Erfgoed heeft in samenwerking met de afdeling Monumentenzorg van de gemeente Den Haag onderzoek gedaan naar dit erfgoed. De resultaten hiervan zijn gepubliceerd in een fraai vormgegeven uitgave in de bekende VOM-reeks. De publicatie bevat een uitgebreide inventarisatie van (Haags) militair erfgoed, erfgoed van de Bescherming Bevolking (BB), schuilkelders die op initiatief van bedrijven en bewoners zijn opgericht en noodzetels onder de ministeries.

De Koude Oorlog was een botsing van ideologieën. Aan de ene kant stonden de kapitalistische Verenigde Staten en hun bondgenoten en aan de andere kant de communistische Sovjet-Unie en haar vazalstaten. Het IJzeren Gordijn werd neergelaten, er ontstond een bijna niet te stuiten wapenwedloop tussen beide wereldmachten en de dreiging van een kernoorlog nam toe. Ook onder de Nederlandse bevolking groeide in de beginjaren van de Koude Oorlog de angst voor een nieuwe wereldoorlog. Het was tegen de achtergrond van deze internationale spanningen dat de Nederlandse regering maatregelen nam ter voorbereiding op een bezetting of een aanval waarbij mogelijk nucleaire wapens zouden worden gebruikt. Zo verrees in 1954 aan het Zwarte Pad op Scheveningen een bakstenen luchtwachttoren. Op deze en op nog 275 andere uitkijkposten in het land keken in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw luchtwachters van het Korps Luchtwachtdienst uit naar laagvliegende vijandelijke vliegtuigen, die beneden het toenmalige radarbereik zouden kunnen vliegen. De Scheveningse luchtwachttoren verloor haar militaire functie rond 1970 en is tegenwoordig o.a. in gebruik als meteostation. In 1989 is er een nieuw radiobaken voor radioamateurs gevestigd. Het baken met de roepnaam PI7CIS zendt uit op 144.416 en 432.816 MHz en maakt onderdeel uit van een reeks bakens van Noord-Scandinavië tot de Pyreneeën. Ook is de toren in gebruik als waarnemingspost voor vogels. Sinds 2009 is de luchtwachttoren een gemeentelijk monument. Meer informatie is te vinden op de website www.meteotoren.nl.

Een ander bijzonder militair erfgoed is de bunker die Arthur Seyss-Inquart, rijkscommissaris van het door de Duitsers bezette Nederland, liet bouwen op landgoed Clingendael aan het einde van de Wassenaarseweg. De bunker is gecamoufleerd als boerderij met een groot puntdak en twee zogenaamde schoorstenen die dienst deden als uitkijktorens en als opstellocatie van afweergeschut. De bunker telt twee verdiepingen, is ruim 70 bij 30 meter groot en 15 meter hoog. Het dak is vier meter dik. Na de oorlog werd de bunker ingericht voor gebruik door het ministerie van Oorlog (dat pas in 1959 ministerie van Defensie ging heten). Tijdens het hoogtepunt van de Koude Oorlog was in de bunker het nationaal communicatiecentrum voor de Koninklijke Landmacht gevestigd. Sinds 2012 heeft de bunker de status van rijksmonument.

Niet ver van de Seyss-Inquartbunker bevindt zich aan de Van Ouwenlaan 11 een andere, eveneens uitzonderlijk grote bunker. De bunker is in 1942 gebouwd als hospitaalbunker en in 1952 verbouwd tot Anti-Aircraft Operations Centre. Hier werd het luchtruim in de sector Den Haag-Rotterdam-Dordrecht bewaakt. Tegenwoordig is de bunker in gebruik bij een (particulier) databedrijf.

In de Nieuwe Scheveningse Bosjes heeft de Duitse bezetter een uitgebreid bunkercomplex aangelegd dat grotendeels bewaard is gebleven. Tussen de Badhuisweg en de Nieuwe Parklaan lagen te midden van de bestaande bebouwing drie bunkers: een groepsschuilplaats in de achtertuin van flatgebouw Dennehove, een centraal munitiedepot en een kleine woonschuilplaats op het perceel Nieuwe Parklaan 73. De munitiebunker aan de Badhuisweg 139a is van 1951 tot 1977 in gebruik geweest bij het ministerie van Marine (dat in 1959 opging in het ministerie van Defensie). In de jaren negentig raakte de bunker in verval. In 2007 is het perceel verkocht aan een particulier, die een villa bovenop de bunker heeft gebouwd. Hij noemde de villa, met een verwijzing naar de vorige eigenaar, La Défense. De bunker heeft de status van monument en was tijdens de afgelopen Open Monumentendagen op afspraak te bezichtigen.

Het al genoemde flatgebouw Dennehove aan de Badhuisweg is na de oorlog jarenlang in gebruik geweest bij de Koninklijke Marine. Tot 1947 was er het hoofdkwartier gevestigd en nadien waren de Marineradiodienst en de Marinecodedienst in het gebouw ondergebracht. Ook waren er in het gebouw appartementen voor de gezinnen van hoge marineofficieren. Na 1962 verlieten de marinediensten het gebouw en kreeg Dennehove uitsluitend een woonfunctie voor marinepersoneel. Geen wonder dat het gebouw in de omgeving bekendstond als de ‘Marineflat’. In 1976 heeft de Marine het gebouw verlaten en sindsdien wordt het flatgebouw door particulieren bewoond. Dennehove is ontworpen door architect Jan Wils en is een rijksmonument.

De auteurs besteden ook veel aandacht aan de oprichting en organisatie van de Bescherming Bevolking. De opzet was dat de BB voornamelijk uit vrijwillige noodwachters zou bestaan. Bij de inwerkingtreding van de Wet BB in 1952 ging men er vanuit dat voor de kring Den Haag e.o. 19.000 man personeel nodig was. In 1957 telde Den Haag echter slecht 7.798 vrijwillige noodwachters, minder dan de helft van het benodigde aantal. Om die reden besloot de regering in 1958 alsnog de noodwachtplicht in te voeren. Die plicht gold voor dienstplichtigen die geen mobilisatiebestemming hadden. In de praktijk kwam het er op neer dat met name Indië-veteranen als noodwachters bij de BB werden ingelijfd, wat voor veel weerstand zorgde. Op veel plaatsen werden schuilplaatsen gebouwd, die de bevolking zouden moeten beschermen ingeval van een atoomoorlog. Onder andere op het Veluweplein en de Delftselaan zijn in het plantsoen nog de luiken zichtbaar die toegang gaven tot de schuilplaatsen. Een triest voorval deed zich op 8 juli 1967 voor in de Gerard Doustraat, toen drie monteurs in de daar gelegen schuilplaats waren afgedaald voor onderhoudswerkzaamheden. Er ontstond als gevolg van lekkend aardgas een enorme explosie, die aan twee monteurs het leven kostte.

Tijdens de Koude Oorlog telde Den Haag ook ten minste één privéschuilkelder: die van Paleis Huis ten Bosch. Deze bunker is gebouwd onder de tennisbaan, die bij de grote verbouwing van het paleis in 1980 werd aangelegd. De oppervlakte van de tennisbaan is vrij groot en aan de zijkant van de baan staat een klein kleedhuisje waarin zich de trap naar de schuilkelder bevindt. Aan de andere kant van de tennisbaan is een haag met een vreemde hoek waar de nooduitgang is. De bunker zelf heeft een oppervlakte van 34 bij 22 meter.

Het laatste hoofdstuk van het boek is gewijd aan de zogenaamde noodzetels die onder alle ministeries zijn aangebracht. Elk ministerie had zijn eigen bunker met eigen voorzieningen. Dit ging zo ver dat er twee afzonderlijke bunkers zijn gebouwd onder het ministerie van Financiën. Dit waren de noodzetels van het ministerie van Financiën en van Algemene Zaken (de regeringsnoodzetel). In het trottoir naar de ingang van het ministerie aan het Korte Voorhout zijn twee kleine noodluiken te zien. Dit zijn de enige objecten van de noodzetel die aan de buitenkant nog zichtbaar zijn.

Hans Lingen
hrlingen@gmail.com

Schuilen in Den Haag, erfgoed van de Koude Oorlog, Uitgave van de gemeente Den Haag in samenwerking met Uitgeverij De Nieuwe Haagsche en de Stichting Militair Erfgoed

Prijs: 27 euro

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann