Renault R4

Het waren toch wel heel bijzondere auto’s voor die tijd. De Renault R4. Ongetwijfeld bedacht als tegenhanger van de Eend, maar dan toch wel weer heel bijzonder. Het model is natuurlijk zeer herkenbaar.

Zelfs nog een gat in de voorbumper om hem aan te slingeren. Eén van de eerste auto’s naast de R16 als een vijfdeurs. Ramen voor en achter als schuifraampjes en de deur van binnen openen vond plaats door je hand in een donker gat te stoppen en een metalen strip omlaag te duwen. Vederlichte kwaliteit natuurlijk, hoewel ik mij nog kan herinneren dat ik er toch een bloedende vinger aan overhield, maar dat terzijde. Je kon kiezen tussen twee stoelen voorin of een bank, zodat je er met drie personen op kon zitten. Zitten achter het stuur was ook bijzonder. Het stuur was laag geplaatst en was van een donker bruinrode plastic kwaliteit. Een kaal dashboard met links de knop voor de ruitensproeier en drie wat goedkoop aandoende tuimelschakelaars voor de verlichting, de ruitenwissers en de ventilatormotor en hij had het bekende duw-, draai en trekhendel als versnellingspook in het midden. Renault sprak zelf van ‘een sobere distinctie’. Een stengeltje links en rechts van het stuur, met daaronder het stuur- en contactslot voor de universele Neiman-sleutel. Spiegel bovenop het dashboard, dat prettig meetrilde met de auto en niet zo’n goed zicht naar achteren gaf. En vóór de passagier een breed open vak voor kaarten, kranten en zonnebrillen, met daaronder een breed plateau voor, zoals Renault zelf suggereerde, een fototoestel (!). Maar ach, wat gaf dat nou helemaal in die tijd. Leuk was wel het typische Renault-geluid. Als je de motorkap opende zag je de versnellingsstang met het toch wel heel eenvoudige motortje. Ja, we kunnen er nu wat meewarig naar kijken, maar het was toen wel een heel bijzonder ruimte-autootje. Uniek voor die tijd was die vijfde deur die toegang gaf tot een enorme bagageruimte, waarbij ook nog de achterbank opgeklapt kon worden. Een laadvloer zonder drempel, volkomen vlakke vloer en rechte zijwanden, met ook nog een uitneembare hoedenplank. Uniek voor die tijd. Typisch Frans was de plaatsing van het reservewiel in een klem onder de auto. Het slimme was dat het wiel geen ruimte innam in de bagageruimte, maar naar mijn idee moet het wiel toch uiterst goor worden in de loop van de tijd, dus lekker klusje als je een lekke band moest wisselen. Eigenlijk zijn dit soort karakteristieke auto’s niet meer vertoond in deze jaren. Zo apart en ongecompliceerd.

Hoe heette ze ook al weer, die pronte brunette uit de Vogelwijk in Den Haag in de jaren tachtig met die rode R4, waarmee ik een tijdje danste bij dansschool Van der Meulen aan de Laan van Meerdervoort op die zondagavondsoirees en een biertje dronk na afloop in de Catharinahoeve, een paar deuren verder op de hoek van de Van der Spiegelstraat? Haar vader had een aantal brillenzaken, waaronder één In de Bogaard in Rijswijk. Sweet memories!

John Vroom (autojournalist)
johnvroom@planet.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann