Ton van der Laaken deelde nooit gele kaarten uit

Hij was een absolute topper als scheidsrechter in de toenmalige hoofdklasse korfbal in de jaren 80, floot zelfs 11 jaar op het hoogste niveau, waarbij hij liefst 5 keer de zaalfinale toegewezen kreeg. Als bijna 30-jarige kwam hij terecht in een kwalitatief goede groep fluitisten met onder meer Wim Dirksen, Leo van Huet en Ton Trumpi. De laatste twee zijn ook Hagenaars. Maar voordat het zover was, speelde hij voetbal tot z’n 14e bij Quick. Het was in de tijd, waarin een keuze door een jongen voor korfbal nog moeilijk uit te leggen was.

Voetballen was een meer voor de hand liggende keuze. “Maar bij dat voetbal was verder niet veel te beleven buiten de sport, dat was bij korfbal beter geregeld en bovendien waren mijn moeder en mijn zus lid van Achilles (dat zijn domein aan de Mient had en nog heeft, ingang Pomonaplein). Bij voetbal werd weinig anders georganiseerd en hier was het altijd feest”, typeert hij de sfeer bij het in die jaren niet echt ambitieuze Achilles. Hij had talent, was bloedfanatiek en deed zijn entree in het eerste team al op 19-jarige leeftijd.

Maar daaraan voorafgaande speelde hij in een Achilles-jeugdteam en ging hij kijken bij andere wedstrijden, zoals een keer bij de hoofdklasse-‘thriller’ die Haghe – HKV. Hij vond de scheidsrechter bij die wedstrijd en bij andere lagere korfbalwedstrijden zo slecht, dat hij voor zichzelf concludeerde: dat moet ik beter kunnen. Overigens: na zijn scheidsrechtersexamen op een zaterdagochtend te hebben gehaald, floot zijn eigen examinator diezelfde middag zo slecht dat hij het diploma wilde terug geven. “Want als jij zo slecht fluit, is mijn diploma niks waard.”

Ton van der Laaken is ook daarna niet bekend geworden als iemand, die met de ‘rem op de mond’ praat, hij staat bekend als iemand die bepaald geen omfloerst taalgebruik hanteert. Na het volgen van de scheidsrechtercursus begon hij met een wedstrijd van Emma. “Hoger mocht ik nog niet, want je kon toen niet tegelijkertijd als speler acteren en op hetzelfde of op hoger niveau scheidsrechter zijn.” Dus besloot hij de koers te verleggen, stopte voor iedereen onverwacht na een wedstrijd van het derde, “omdat ik het zat was dat iedereen mij aan het zoeken was”, gaf iedereen netjes een hand en ging zich volledig toeleggen op het fluiten van wedstrijden, waarbij hij snel doorstootte naar de overgangsklasse en kort daarna naar de hoofdklasse.

Hij werd bekend als de scheidsrechter die nooit gele kaarten gaf, maar ook commentaar van spelers accepteerde. Nee, geen uitvoerige discussies in een soort werkoverleg tijdens een wedstrijd, maar hij liet voortdurend merken het spelletje heel goed te begrijpen en met name de emoties van spelers te snappen. Hij was immers ook zelf een speler geweest, die uiterst emotioneel kon reageren. Maar hij was wel ‘de baas’ en werd nooit beïnvloed door enige twijfel in zijn beslissingen. Zo werd hij in die tijd vrijwel zonder enig voorbehoud de beste scheidsrechter in de korfbaltop. Hij had natuurlijk weleens een mindere dag, maar stond wel open voor kritiek. Zoals hij eens kreeg van Eric Wolsink (destijds topspeler bij Oost Arnhem), die hem na afloop van een wedstrijd toebeet: “Jezus man, wat was je slecht vandaag, het lijkt wel of je mij kwalijk neemt dat ik tevoren vaak weet waar de bal komt, want juist in die situaties fluit je me heel vaak af voor een overtreding.” Ton daarover: “Na die wedstrijd hebben we nog heel lang nagepraat en met de glazen en de bierflesjes op tafel de situaties waar hij op doelde helemaal nagespeeld. Ik was nu eenmaal heel prestatiegericht en kon dit wel, zeker van zo’n speler, accepteren. Ik kon er immers ook van leren.” Enerzijds kon hij het accepteren als een speler commentaar gaf, anderzijds schuwde hij ook geen pittige opmerkingen richting speler of speelster. Hij geeft nog een boeiend voorbeeld. Want, dat hij een hekel had aan het trekken van de gele kaart, wist dus iedereen. Maar dat gaf, incidenteel, ook wel irritatie. Zoals bij Marco Lauf van Rohda, die vond dat hij bij een overtreding van een tegenstander had moeten ingrijpen met een kaart. Om dat duidelijk te maken, trok Marco Lauf een gele kaart uit de borstzak van Van der Laaken en smeet die op de grond met de woorden: “Die heb je toch niet nodig.” Ton reageerde meteen en droeg Lauf op de kaart weer op te rapen, schoon te maken en weer netjes in zijn borstzak te doen. En dat deed de Amsterdammer prompt, de kaart werd zelfs demonstratief opgepoetst langs de mouw van het Rohda-shirt voorzien van de woorden “Sorry, Ton.” Zijn losse manier van fluiten viel bij iedereen op. Ook bij Mario van der Ende, die eens een korfbalwedstrijd bezocht en hem na afloop complimenteerde met zijn geheel eigen manier van fluiten: los, veel accepterend, maar wel de baas. “Ach”, zegt hij, “in een volgend leven, als dat er al zou zijn, zou ik best voetbalscheidsrechter willen zijn, verdien je nog veel meer mee ook.” In de waardering van zowel spelers en speelsters als buitenstaanders speelde overigens wel mee, dat Van der Laaken een enorm goede conditie had: hij sprintte van vak naar vak en stond al lang weer in de punt van het aanvalsvak als de aanvallende ploeg nog moest beginnen met opbouwen. Ton: “Ik had een enorme conditie, trainde er ook vier keer per week voor.”

Overigens kreeg zijn eergevoel een enorme impuls toen hij eens ‘gepasseerd’ werd voor de zaalfinale (Leo van Huet werd toen een keer aangewezen) en tijdens die finale een spandoek uitgerold zag worden op de tribune met de tekst ‘Is V.d. Laaken ziek of zo?’ Niet leuk voor Van Huet, maar Ton heeft er met terugwerkende kracht nog steeds plezier over. Overigens ging Ton van der Laaken zich na zijn carrière als scheidsrechter richten op het trainersvak. Hij bracht de Achilles A1-jeugdploeg een keer in de finale tegen PKC en die wedstrijd werd nog gewonnen ook. Hij trainde twee jaar het eerste team van Achilles (dat toen overgangsklasse speelde), maar ook Refleks uit Rijswijk, Meervogels (Zoetermeer), dat een keer in de play-offs van PKC verloor en de finale miste, ONDO uit ‘s-Gravenzande, ALO uit Den Haag, KVS eveneens Den Haag , Excelsior (Delft) en KCC (Capelle aan de IJssel). Kortom: Van der Laaken is geen sportman, die het gauw rustig aan zal doen. Op 64-jarige leeftijd is hij nog volop bezig: niet alleen al 41 jaar bij het TNO (“Ik houd mij daar bezig met onderzoek naar middelen die in het terrorisme worden gebruikt, maar ik kan daar verder niets over zeggen”), maar volop als tennisser bij de recreanten van ‘zijn’ Achilles. En inmiddels heeft hij zijn rentree gemaakt als trainer-coach van het eerste team, nadat Robèr Pronk zich teruggetrokken had. Tja, als er zoiets als Achilles-bloed zou bestaan heeft Van der Laaken het in z’n aderen.

Met de ingang aan het Pomonaplein en het terrein aan de Mient is Achilles volledig met de Vruchtenbuurt verweven. Het kan niet eens als bijzonder worden aangemerkt als in een van de aan het terrein grenzende tuinen een heuse korfbalpaal staat. Daar moet wel een heel fanatiek lid wonen. Net als DUNO en HKV/Ons Eibernest heeft ook Achilles het concept Buurthuis van de Toekomst omarmd. Want in dit ‘drieluik’ van sportverenigingen komt ook duidelijk de grote verandering aan de orde van ‘toen naar nu’. Want de keuzemogelijkheden zijn immers veranderd: van de enige keuzeoptie naar een van de vele mogelijkheden. Dat beseft ook Harald Braakman, eveneens oud-speler van het eerste team van Achilles, gedeeltelijk samen met Ton van der Laaken. Braakman speelde op dat niveau van 1981-1993 in de overgangsklasse, net onder het ‘korfbalwalhalla’, de hoofdklasse (huidige Top League). “Kijk, de relatie met de buurt was er altijd en is er nog steeds, maar het is niet meer uitsluitend het korfbal, dat die relatie kleur geeft.” Ook hier heeft wethouder Karsten Klein in 2012 het vignet Buurthuis van de Toekomst aan de muur van ons clubhuis geschroefd.

“We werkten ook daarvoor al samen met de wijkvereniging, nu doen we meer in overleg met het wijkberaad en kunnen we ons al veelzijdige organisatie ook profileren bij buurtwinkels en zo. De belangrijkste activiteit is het Senioren Fit-concept, een opzet die door de gemeente in de persoon van Kitty v.d. Schaft is opgezet. Dat gebeurt eigenlijk onder de koepel van de SWSDH (Stichting Werkgever Sportclubs Den Haag) die jeugdsportcoördinatoren aanstelt met een HALO-achtergrond, die de activiteiten in het kader van het Buurthuis van de Toekomst ondersteunen”, aldus Harald Braakman, die ook nog en passant refereert naar de betrokkenheid van Ton van der Laaken bij het tennissen, dat plaatsvindt op het sinds 2001 bestaande kunstgrasveld en dat een zomer- en winterabonnement kent. “En we doen aan jeu de boules of petanque – zoals het eigenlijk officieel heet – er is een club 55-plussers die al meer dan tien jaar twee keer week actief is.” De accommodatie aan de Mient (sinds de opheffing van het aan de Escamplaan spelende Ready is Achilles overigens gegroeid met honderd mensen) oogt overigens niet helemaal van deze tijd. Eerder gedateerd. Braakman meteen: “Het clubhuis gaat tegen de vlakte, er komt iets moois met twee lagen voor terug (een verdubbeling van de oppervlakte van de huidige kantine), met kleedkamers op de begane grond en boven de kantine ruimte voor extra faciliteiten zoals een kaartclub en het terras. We zitten nu in de laatste fase van ontwerp en overleg met de gemeente, waar ook een deel van de financiering vandaan komt. We zouden eerst tijdens de bouw uitwijken naar de Escamplaan, maar we prefereren toch liever een noodvoorziening, omdat de gang naar een tijdelijk terrein elders, ook al praat je over nog geen kilometer hemelsbreed, te veel schade kan aanbrengen aan de relatie, die we met de wijk hebben.” Wat die relatie met de wijk betreft verwijst hij nog naar een nieuw initiatief: “Er komen kookworkshops voor kinderen, gericht op gezond eten. Iemand uit de buurt gaat dat leiden. In dat verband zijn de goede relaties, die we hebben met scholen zoals De Vlierboom en de Vliermeent van groot belang. Die moeten we vasthouden tijdens de grote verbouwing.” Overigens onderhoudt Achilles ook een prima relatie met de Stichting Semmy, die ten doel heeft het verlengen van de levensverwachting en de vergroting van de overlevingskansen van kinderen met hersenstamkanker. In dit verband wordt aan de Mient een jaarlijkse Semmydag georganiseerd.”

Zo is Achilles in de loop der jaren veranderd van een typische korfbalvereniging in een multifunctionele activiteitenorganisatie. Met als kernactiviteit nog altijd korfbalclub. In Den Haag de grootste met circa 400 leden.

Ton van Rijswijk
avanrijswijk@kpnplanet.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann