De Loosduinseweg in de jaren vijftig

Geboren op de Loosduinseweg, naast Huize Groenesteijn, heb ik met m’n 74 jaar nog dierbare herinneringen aan m’n jeugd. We zaten op De Meester Schabergschool, in het Westeinde. Als we uit school kwamen, dan passeerde je heel veel interessante, winkels, huizen en bedrijven, ieder met z’n eigen verhaal. Bij de kruising Loosduinseweg en de Noord-West Buitensingel stonden kleine huisjes met prachtige voortuintjes, bevolkt met alle soorten kabouters en met zelfgemaakte windmolens. Voor hun huisjes zaten de bewoners, als het even kon op hun bankje, een pijp te roken en de passanten te observeren.

Op 7a was de firma V.d. Lans, daar rook het naar paardenmest, ze verhuurden koetsen voor trouwerijen en begrafenissen. Later hadden ze een mooi wagenpark. Op 47 had je Huize Proppen, daar keken we stiekem naar binnen. Dat was een trieste bedoening: allemaal oudjes die triest voor zich uit zaten te staren of moeizaam langs het raam schuifelden. Het had de naam van rusthuis, in de buurt zeiden ze: “Daar kom je als je kinds bent.” Nu benoemen ze het als dementie of alzheimer. Iets verder had je Lammerse, een lampenkappenatelier. Daar werden enorme zelfgemaakte lampenkappen gemaakt en wat een gedoe om die kappen in een veel te kleine auto te vervoeren.Bij de firma Post kon je fietsen kopen, huren en laten repareren. Een eigen fiets was toen een luxe. Je keek je ogen uit voor al dat moois wat in de etalage stond. Ook kon je er terecht voor kolenkachels, waar ze altijd een grote collectie in voorraad hadden. Dan kwam opeens een walm van zuur bier je tegemoet van café Tap, waar ik menig dronken klant lallend naar buiten heb zien manoeuvreren. Van zuur bier naar leer en lijmaroma, wat toebehoorde aan onze schoenmaker, die hevig aan het timmeren was op z’n schoenleest. Bij binnenkomst knikte hij, want z’n mond zat vol met spijkertjes. De buurvrouw was Wilhelmina, wij noemden haar Willemientje. De winkel was heel donker en sober. Overal hing stalen stof en vitrage en muren vol met bakjes en laatjes met fournituren. Madam had weinig geduld en keek altijd heel zuur, vooral als je niet precies wist wat je moest hebben. Heerlijk, de lucht van vers gebakken brood van het bakkertje waar ze ook moorkoppen, tompoucen, chocola, etcetera verkochten. Dat was een nagosie om te watertanden. Iets verderop: groenteboer Hoogvliet. Hier liggen de wortels van grootgrutter Hoogvliet. Ze hadden twee dochters en twee zonen. Met Leen of Piet mocht ik wel eens mee naar de groenteveiling in het Westland. Wat een belevenis, al die indrukken op de veiling. En dan nog meerijden in een vrachtauto. Familie Vogels runde een melkwinkel, ma stond altijd met een hagelwit schort en een keurig permanentje, pa en zoon reden hun melkwijk met de bakfiets. Een grote poort gaf toegang tot gasmeterfabriek George Wilson, die streng bewaakt werd door een portier. Regelmatig kwam daar de brandweer langs om een bedrijfsbrand te blussen. Daar werkten ook de eerste gastarbeiders uit Turkije, mannen met grote snorren. Firma Meus, specialist in zinkwerk voor dakbedekking. Petroleum, parfum, lysol en nog meer vreemde luchtjes bij drogist Joosten, een medicijnman ten voeten uit. Je moest daar wel geduld hebben, maar je kreeg er wel een gratis consult voor al je kwaaltjes. Familie Van der Linde, een groot gezin met alleen maar dochters, die allemaal werkzaam waren in de wasserij van pa. Ik was bevriend met een van de dochters, we speelden vaak verstoppertje op de droogzolder van wasserij V.d. Valk.

Om de hoek was de entree van de gemeentereiniging, wij noemde dat de ‘STAAl’. Tot nu toe nooit begrepen, deze naam. Onmogelijk om daar binnen te komen. Twee portiers aan beide kanten. Midden in de nacht vertrokken treinen met Haags huisvuil naar Drenthe om daar tot compost te worden verwerkt. De geluiden van de rangerende treinen ’s nachts was een verschrikkelijk geluid waarvan je als kind diep onder de dekens dook. Wasserij Roos was de wasserij voor instellingen en ziekenhuizen. Als je ’s nachts de brandweer hoorde, dan zeiden we: “Dat zal weer bij Roos zijn!” Bij sigarenwinkel Beekhuis was het altijd warm. Dat moest om de structuur van de sigaren goed te houden. Er stond ook een uit hout gesneden uiltje waar uit z’n bek een vlammetje kwam om je sigaar of sigaret aan te steken. Familie Bos, handel in melk, boter, kaas, eieren en andere kruidenierswaren. Op de hoek was de Tuinderslaan met heel veel hofjes, kleine huisjes en vaak met grote gezinnen, waar iedereen voor elkaar klaar stond, al hadden ze het niet breed. Uitbater Lem, moeder en zoon verkochten groente en fruit. Snoep was hot, vooral duimdrop, velletjes ouwel, zwart wit, tover- en wijnballen, kandij, zuurstokken, kaneelstaafjes, honingbrokken, enzovoorts. Het gebeurde weleens, als de snoepdeur open ging, dat de muizen over de snoep renden. De firma Philips – lampen uit Eindhoven – had een filiaal waar autoradio’s werden verkocht en ter plekke konden ze worden ingebouwd. Bloemenzaak Hergreen, specialist in bruidsboeketten. Drukkerij Semper Avanti, daar werd nog gewerkt met loden letters. Een paar medewerkers woonden in de Tuinderslaan. Slagerij Van Olphen, de zaak van m’n vader met specialiteiten als gebraden uierboord, gekookte varkenspootjes en -staartjes, vetkaantjes en ballen gehakt. En pa had de eerste automatiek in Den Haag (vier rijtjes maar). Tot diep in de nacht moesten de ballen gehakt warm worden gehouden en kwartjes gewisseld, naast ons huis Het Kleine Laantje. En dan Huize Groenesteijn, waar ik ook het nodige over kan vertellen. Dat misschien een andere keer.

Rob van Olphen
robvolphen@hotmail.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann