De laatste jaren van oma Pasgeld (3)

Dementerende ouders. Wat gaat er in ze om? Zullen we dat ooit weten? Misschien maken we het wel erger dan het is. Want tijdens die dementie zijn er toch ook momenten om te koesteren.

Het is eind maart 2001. De zon schijnt. We kunnen er eindelijk weer eens uit. De hele winter hadden mijn moeder en ik voor wat beweging arm in arm door de gangen van het verpleeghuis geschuifeld. Maar nu kunnen we het Zuiderpark in. Ik verpak haar in jas, das, muts en handschoenen en hijs haar in de rolstoel.

Gedurende die hele operatie staan haar ogen groot en vol vragende verwachting. Ze laat zich de diverse handelingen gewillig welgevallen. Zelfs het erin en weer eruit wurmen van twee vingers in één vingerruimte van haar handschoen. Dat is nogal opmerkelijk. Want meestal reageert ze obstinaat op ook maar de geringste afwijking van de gebruikelijke gang van zaken. En dan slaat ze iedereen die het horen wil, maar vooral ook iedereen die het liever niet wil horen om de oren met luide, onverstaanbare protesten. Maar nu dus niet. Want we gaan voor het eerst sinds maanden weer eens naar buiten.

Onbedaarlijk gelach
In de lift ziet ze zichzelf en mij in een grote spiegel die daar is aangebracht. En of ze ons nou herkent of niet, ze barst uit in een onbedaarlijk gelach dat duurt van de zesde verdieping tot de begane grond en verstomt pas als we de Loevesteinlaan oversteken naar het Zuiderpark.

Verbeeld ik me, dat haar vreugde voortvloeit uit de naderende lente? Natuurlijk verbeeld ik me dat. Natuurlijk zet ik mijn eigen genoegens over de eerste lentezon om in een vreugde voor haar. En tijdens de wandeling blijf ik me verbeelden dat ze blij wordt van de schorre kreten van de reigers die hoog in de bomen hun nesten alweer aan het renoveren zijn. Ik zou beter moeten weten. Oma Pasgeld wandelt in een hemel vol sterren, ongeacht waar ze zich bevindt en meent dat alle voorbijgangers die ons onderweg vriendelijk groeten kennissen of familieleden uit het verre verleden zijn.

Toch heb ik het gevoel, dat de lente door de beschermende, harde lak van haar dementie heen dringt. Want zie ik daar een glimlach als ik me over haar heenbuig om haar scheefgezakte muts weer goed op haar hoofd te zetten?

Drukte in het Zuiderpark
Vanaf die dag duw ik haar iedere week in haar rolstoel langs de weelderige botanie waar het Zuiderpark zo vol van is. En dan staan we in de Kruidentuin stil bij het hoog opgeschoten citroenkruid, de kamille, de dille en de wilde marjolein. Of we genieten even van de voetballende jongeren of de moeders die hun kinderwagens al skatend voor zich uitduwen.

Dat gaat maandenlang steeds hetzelfde. Tot onze aandacht op een dag wordt getrokken door een drukte die in het park doorgaans ver te zoeken is. Jongeren, maar ook veel ouderen, spoeden zich, vaak gehuld in eigenaardige uitdossingen in de richting van de grote grasvelden. Het heeft wel iets van het einde der tijden waarin men zich rept naar de grote, definitieve Uitverkiezing.

Maar ineens dringt het tot me door. Parkpop! Van alle kanten stroomt men toe. De muziek is nog niet begonnen. Ik hoor tenminste nog geen muziek. Oma Pasgeld ook niet. Maar die had ook geen muziek gehoord als het al wel was begonnen. Het is met die rolstoel trouwens wat lastig manoeuvreren tussen alle bezoekers die zich alvast op het gras hebben neergevlijd in afwachting van de dingen die gaan komen. Soms dreigen we met rolstoel en al vast te geraken. Veel bemoediging put ik dan uit de kreten die rondom ons opklinken. Zoals: ‘Keep on rollin’, makker’.

‘Koningin’
Waar oma Pasgeld tijdens het gebruikelijke, wekelijks ritje in de rolstoel nog wel eens onderuit wil zakken of zelfs wel eens een uiltje knapt, is dat thans geenszins het geval. Fier rechtop knikt ze de festivalgangers links en rechts minzaam toe. Ik kan niet aan de indruk ontkomen dat ze denkt dat ze de koningin is. En dat al die mensen speciaal voor háár gekomen zijn. Af en toe wuift ze zelfs naar deze of gene. Waarbij ze een lichte voorkeur aan de dag lijkt te leggen voor dikke Hells Angels.

Bungeejump
Op de eerste klanken van Anouk verlaten we het terrein. We worstelen ons met een heliumballon aan de rolstoel (hoe is die daar nu terecht gekomen?) moeizaam een weg tegen de stroom bezoekers in. Met enige overredingskracht weet ik oma ervan te weerhouden een bungeejump te ondernemen en voor we het weten bevinden we ons weer tussen de tijm en de wilde marjolein.

Daar dringt het pas goed tot me door. Hoe wonderbaarlijk manifesteert zich de menselijke klonterzucht. 400.000 personen zitten hutje mutje in een park naast elkaar naar muziek te luisteren. En in datzelfde park lopen wij, nog geen vijfhonderd meter verderop in alle rust (nee, deze keer dus niet in alle stilte) vrijwel alleen door de Kruidentuin.

Toetje
Weer terug in het verpleeghuis is er bij de lunch ijs, bij wijze van toetje. Een verpleegster rijdt de ijscoupes op een wagentje naar binnen en roept: ‘Hallo, schatten! Wie wil er ijs? Niet allemaal tegelijk!’

Maar zelfs de combinatie van de door de openstaande ramen duidelijk te horen Parkpopmuziek en de portie overheerlijk ijs, kan niet verhinderen dat alle aanwezige, demente bejaarden somber voor zich uit blijven staren.

Mevrouw Violet
De week daarop zet ik de rolstoel klaar teneinde aan te vangen met alweer een wandeling door het Zuiderpark. Voor ik het kan verhinderen, ploft mevrouw Violet daar in.

‘Zo’, zegt ze geaffecteerd. ‘Ik verkeer in de vaste veronderstelling dat ik thans aan de beurt ben. Want mevrouw Pasgeld mag altijd. En ik nooit.’

Daar zit wat in. Ik kijk oma ernstig aan om te bevroeden wat ze ervan zou vinden als ik deze keer eens een rondje Zuiderpark met mevrouw Violet zou doen.

Diep in haar ogen (of verbeeld ik me dat nu alweer) stuit ik op weerstand en een vleugje paniek. Misschien wel een restje besef van het onomstotelijke feit dat haar aanwezigheid er nog wel degelijk toe doet. En dat ze rechten kan ontlenen aan dat besef. Zoals ze vroeger, toen ik nog klein was, er altijd op stond dat ík afdroogde als zíj de afwas deed.

Dus til ik een verbolgen mevrouw Violet weer uit de rolstoel en zet oma Pasgeld er voor in de plaats.

Reageren? Mail naar julius.pasgeld@deoud-hagenaar.email.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann