Den Helderstraat, gezien naar de Nieuwendamlaan (1972). Foto: Dienst voor de Gemeenteplantsoenen (collectie Haags Gemeentearchief)

De schitterende Harley Davidson stond daar

In de Oud-Hagenaar las ik de brief van G.F. Lörzer over de achteruitrijdende Puch-motorfiets met dubbelzuiger tweetakt motor. Ik spreek van eind vijftiger jaren. Een buurman van ons in de Huisduinenstraat bezat zo’n motorfiets en als hij er aan sleutelde, stond ik er graag bij en hij vertelde mij van alles over zijn Puch en over motortechniek in het algemeen. Dit stond aan de basis van mijn liefhebberij in brommers, motoren en later ook auto’s.

Het achteruit ‘slaan’ van ‘de motor die achteruit reed’ is volgens mij niet specifiek voor de dubbelzuiger, want was met alle motoren, ook viertakt, mogelijk. Maar een interessante motortechniek was het wel, die dubbelzuiger.

Later, toen ik 20 à 21 jaar was, bezat ik zelf een motorfiets die achteruit kon rijden. Dat kwam niet door het terugslaan van de motor, maar het was door de fabrikant zo voorzien als extra mogelijkheid!

Hoe ik aan die motorfiets kwam, en welk merk het is, laat ik u nu graag weten. In 1960 kocht ik, samen met mijn vriend Bart Schouten van de Soestdijksekade, bij de motorsloperij van Bolman aan de Hekkelaan voor 150 gulden een gammele Indian 500-cc tweecilinder viertakt motorfiets. Geen van beiden had een rijbewijs, maar dankzij de ruimhartige regeling ‘proefrijbewijs’, te bekomen op het politiebureau, kon je uitgebreid oefenen in een door bepaalde straten omzoomd gebied, en uiteraard werd er fors buiten dit gebied gereden, want de plaats Haren in Groningen was niet echt inbegrepen…

Deze in de oorlog als ordonnansmotor afgebeulde Indian was inmiddels zo gaar, dat het olieverbruik ruim 1 liter per 100-150 km bedroeg. Geld om goede motorolie te kopen hadden wij uiteraard niet, zodat er uitgeweken werd naar de garagewerkplaats van twee broers, gevestigd in de Den Helderstraat. Het was niet veel meer dan een smeerkuil en een achterplaats met bergen motorblokken, achterassen, versnellingsbakken, etc. Daar kon je afgewerkte olie kopen uit een groot vat, met kranen op twee niveau’s. De onderste kraan was het goedkoopste, ik meen een kwartje per liter en zo haalden wij er menige jerrycan.

De oefenvergunningen konden, mede door onoplettendheid op het politiebureau, enkele malen verlengd worden, zodat wij bijna driekwart jaar konden tuffen.

Maar uiteindelijk wilde ik slechts één merk en type motorfiets hebben en dat was mijn droom, een stoere 750 cc Harley Davidson. Van het type WL reden er in Nederland en zeker in Den Haag veel exemplaren rond, maar zoiets was duidelijk niet voor mij weggelegd.

Als ik, als lagereschoolleerling, na schoolzwemmen de Mauritskade overstak was daar op de hoek van een zijstraat (ik denk de Willemstraat) een zaak waar gereviseerde Harley’s verkocht werden en ik stond voor de etalage elke keer weer lange tijd te genieten en vooral te dromen, want het prijskaartje was drie-en-een-half duizend gulden!

Den Helderstraat
Maar goed, terug naar de Indian en de olieboer in de Den Helderstraat. Toen ik daar voor de zoveelste keer kwam om de jerrycan te laten vullen, sprak één van de broers mij aan en zei dat het hem opviel dat ik altijd met brommers en motoren aan het knutselen was, en dat zij achter onder een afdakje nog een motorfiets hadden staan. Die was van een neefje die het ding van z’n ouders had gekregen, “maar dat is niets voor die knul, misschien is het wat voor jou…”

Goed en wel, wij over de berg rommel geklommen en naar het afdak, waar ik een groot canvas zeil zag met er wat onder. Hij trok het zeil weg en daar stond een schitterende robijnrode Harley Davidson, met zweefzadel en lederen tassen. Daar ik zelf ongeveer 250 gulden gespaard had, en mijn moeder als weduwe moest sappelen, was dat prachtexemplaar weliswaar een meter van mij vandaan, maar toch ook duizenden km verwijderd, om het zo maar te zeggen. Ik weet nog goed hoe ik mij daar voelde, daar stond een schitterende Harley, de eigenaar wilde er niets mee, maar de gebruikelijke prijs was een utopie en straks reed een ander er mee rond, onverdraaglijk!

Ik kon zelfs niet voorkomen dat tranen in mijn ogen kwamen, maar door een wonder werd mijn treurige aanblik door de oom van het neefje onjuist geïnterpreteerd. Hij dacht dat ik het maar een ouwe barrel vond. Na enige aarzeling zij hij: “Wat dacht je van 750 gulden?”

Alsof de hemel open ging. Volgens mij heb ik de 300 meter naar huis in een Haags record gelopen. Thuis kon ik van mijn moeder nog 100 gulden krijgen, van de drogist om de hoek leende ik ook 100 gulden, van mijn tante uit Delft kreeg ik 150 gulden, zodat ik 600 gulden bijeen had gesprokkeld. Met dat bedrag, bevend van spanning en verwachting, terug naar de garage. “Da’s alles wat ik heb, mag ik de rest later betalen?” “Nou, neem maar mee dat ding”, zei de beste man.

Vele jaren heb ik als trotse Harley-rijder door Den Haag en omstreken getuft, op vakantie door Europa gereden en uiteraard regelmatig bij de andere motorboys in de Torenstraat, bij Valencia, de blitz gemaakt.

Nu terug naar de achteruitrijdende Puch. De versnellingshandel had drie posities voor de versnellingen 1, 2 en 3, en een neutrale positie, dus vier. Maar zichtbaar was dat de sleuf waarin de handel bewoog nog verder liep na ‘één’ maar daar geblokkeerd was. Nadat ik de blokkade weggenomen had, bleek het de positie te zijn voor een heuse achteruitversnelling, bedoeld bij gebruik met een zijspan. De andere motorboys bij Valencia hebben hun ogen uitgekeken.

Frank Schmits
Schmits-3137@ziggo.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann