De laatste jaren van oma Pasgeld (2)

Dementerende ouders. Wat gaat er in ze om? Zullen we dat ooit weten? Misschien maken we het wel erger dan het is. Want tijdens die dementie zijn er toch ook momenten om te koesteren.

1999. Op de bovenste verdieping van het verpleeghuis aan de Haagse Loevesteinlaan zet oma Pasgeld haar leven voort. Dat penthouse is in z’n geheel bestemd voor de verpleging van demente bejaarden. Er hangt een bijzondere sfeer die ik nauwelijks onder woorden kan brengen. In een zitkamer zitten alle patiënten bijeen. Cliënten zou je moeten zeggen in de huidige wereld van vraag en aanbod. Sommigen zitten aan tafels wat voor zich uit te mompelen. Anderen, zoals oma Pasgeld, zitten op hoge stoelen, die met hun poten zijn vastgeschroefd aan een grote, houten plaat op de grond. Zodat ze zich, in vlagen van grote woede, niet met stoel en al op de grond kunnen gooien. Enkele bewoners, zoals alweer oma Pasgeld, zijn ook nog eens met een stevige band aan hun stoel bevestigd. Zodat ze zichzelf niet uit hun stoel kunnen werpen.

Vaak zit het gezelschap urenlang tv te kijken. Of die nu aanstaat of niet.

Melle is een van de kleinzoons van oma. Hij is zanger en leider van een band. Smutfish. Een bezoek aan zijn oma inspireerde hem tot het volgende lied:

‘She’s sitting in a small, small room.
Searching for channels on a broken TV.
She mumbles all day
She waits around and see,
Searching for channels on a broken TV.

Grandmother is lost in the woods
Like little Red Riding Hood.
She’s down on her knees.
She’s talking to trees.
Grandmother is lost in the woods.

We’re walking under a sky full of stars.
No matter where we are.
One day I’find her.
One day I’ll see her.
We’re walking under a sky full of stars.

Wie het helemaal wil kunnen horen: www.youtube.nl/smutfish/brokentv

Medepatiënten
In het penthouse bevinden zich veel meer vrouwen dan mannen. Een van de mannen is meneer Blueberry. Ik heb een zwak voor hem. Hij heeft prachtige, lichtblauwe ogen als hij me aankijkt. Op de meest ongelegen momenten legt hij zijn moede hoofd ineens op de tafel en doet dan een dutje. Ook als er een bord soep voor hem staat. Daarom hebben de verpleegsters (zorgverleners zou je moeten zeggen in de huidige wereld van vraag en aanbod) een hoed voor hem gemaakt. Met een stevige, brede rand. Als hij dan zijn moede hoofd in een bord soep te rusten legt blijft hij er net boven hangen. Zodat hij niet verdrinkt.

Op een dag is hij er niet.

‘Waar is meneer Blueberry?’, vraag ik aan een verpleegster. Ze vertelt, dat meneer Blueberry enige dagen gelden overleden is. Precies één dag na zijn 98e verjaardag. Alsof hij daarop had gewacht. De verpleegsters hadden hem, speciaal voor de gelegenheid in een keurig kostuum gestoken. Met zijn knokige lijf paste hij daar wel drie keer in en steeds liet hij zijn moede hoofd met een bons op tafel vallen. Zijn zuster was, speciaal voor zijn verjaardag uit Amerika overgekomen. Op de terugweg hoorde ze, dat haar broer was overleden.

Nieuw is mevrouw Violet. Die woonde haar hele leven in de Haagse Vogelwijk en beschikt derhalve nog steeds over een uitstekende, maar enigszins geaffecteerd uitgesproken woordenschat en ze ontdoet zich drie keer per dag van al haar kleren in de woonkamer van de verpleeginrichting.

‘Wat zit er op mijn brood?’, vraagt ze tijdens de lunch aan mevrouw Van Splunteren naast haar. Want de hagelslag die erop zit kan ze niet meer zo goed zien. Mevrouw Van Splunteren is zich, als een van de weinige patiënten, bewust van haar levenslange opsluiting in de inrichting. En neemt dus wraak waar en op wie ze maar kan.

‘Dat zijn mieren’, bitst mevrouw Van Splunteren. ‘Levende mieren. En van de verpleegsters moet je je boterham tot het laatste hapje opeten’.

Eet-rituelen
Oma Pasgeld heeft hoe dan ook geen moeite met eten. Het lijkt wel, of eten het enige is waar ze geen moeite mee heeft. Ze eet als geen ander. Vroeger ook al. Toen hielden we thuis diverse , eigenaardige eet-rituelen in stand. Eén daarvan was, dat als iemand een boer liet, iedereen onmiddellijk de duim naar het voorhoofd bracht met de vingers omhoog. Een soort van lange neus dus. Degene die dat het laatst deed was de klos. Een stevige pets, uitgedeeld door allen die wèl op tijd de duim tegen het voorhoofd hadden weten te brengen, was zijn of haar deel. Lijdzaam onderging het slachtoffer dan z’n lot in de troostende wetenschap, dat er nooit echt hard werd geslagen.

Oma Pasgeld eet nu, tijdens het bezoek van Junior (9) en mij, ook een hapje. We voeren haar om de zware taak van het verplegend personeel een beetje te ontlasten. Junior reikt haar een laatste lepeltje hopjesvla met slagroom aan als het noodlot ineens onvoorzien toeslaat.

Oma laat een boer.

Razendsnel brengen junior en ik onze duim naar het voorhoofd en heffen gewoontegetrouw de andere hand op om een pets uit te delen. Maar haar breekbare en onschuldige voorkomen doet ons afzien van dit voornemen. We kijken elkaar besluiteloos aan. Oma is duidelijk een familielid en kan zich toch niet zomaar aan de traditie onttrekken. Aan de andere kant zit ze ons de hele tijd vriendelijk glimlachend toe te knikken alsof ze zich nergens van bewust is. En, laten we eerlijk zijn, voor het overgrote deel is dat natuurlijk ook zo.

‘Oma is doof. Die heeft haar eigen boer vast niet gehoord’, zoekt junior naar een uitvlucht.

Zoen
‘Dat geldt niet. Dat weet je best’, zeg ik hardvochtig. Maar verder zie ik ook zo gauw geen oplossing. Oma heeft het restant hopjesvla inmiddels in haar slab weten te kieperen. Terwijl ik druk doende ben de schade te beperken zie ik Junior peinzen over een voor alle partijen bevredigende oplossing.

‘Weet je wat’, zegt hij. ”We doen bij oma dat ze, als ze de laatste is, een zoen krijgt inplaats van een pets.”

Dat doen we. Ook al hebben we daarna zelf eveneens een slab nodig.

Reageren? Mail naar julius.pasgeld@deoud-hagenaar.email.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann