Beeklaan 186, R.K. kerk St. Agnes, interieur (circa 1940). Foto: Haags Gemeentearchief

De St. Agneskerk aan de Beeklaan

Jaren geleden zagen wij op de televisiebeelden van de St. Agnesparochie aan de Beeklaan in Den Haag. Waar buitenlanders uit protest in de kerk waren getrokken en in hongerstaking waren gegaan voor een verblijfsvergunning. Daar er verschillende uitzendingen uit deze kerk te zien waren viel het mij op dat er een schilderij hing van een priester. Dit was een afbeelding van kapelaan Nobel, die veel met het verzet te maken had gehad.

Medio 1943 werd de Vogelwijk grenzende aan de kuststrook, door het Duitse opperbevel tot Sperrgebiet verklaard, men verwachte toen dat een geallieerde aanval op de Nederlandse kust zou plaatsvinden.

Aan de Sportlaan, een belangrijke verkeersader in deze buurt, stonden het Rode Kruis ziekenhuis en een katholieke kerk, om een ruim schootsveld te hebben moesten deze en vele woningen worden afgebroken. Later hebben ze hier tankvallen gegraven en bunkers gebouwd.

Ik woonde in die tijd in de Newtonstraat, een zijstraat van de Beeklaan, ongeveer 400 meter van de St. Agneskerk. Indien tijd beschikte men nog over veel geestelijkheid, de Sportlaankerk beschikte over een pastoor en vijf kapelaans, die verdeeld werden over de Haagse parochies. Onze kerk kreeg kapelaan Nobel, een vriendelijk Brabantse joviale man, met uitstraling.

Hij stond in korte tijd bekend als iemand die geen blad voor de mond nam, na de oorlog werd bekend dat hij met het verzet goede contacten had. Zo werd bekend dat hij in het parochiezaaltje spreekuur hield als arts in witte jas waar hij jongens afkeurde voor Duitsland.

Kerstmis viel in 1944 in het weekend, vrijdagavond waren er nog een razzia in onze straat geweest en werden zes jongens afgevoerd. Elektriciteit hadden we al weken niet meer, huizen en de straten waren donker, de tram reed niet meer, en na acht uur mocht je niet meer op straat zijn zonder Ausweiss. Voor de Kerstnacht was dit verbod voor een avond opgeheven.

De nachtmis was in de St. Agnes om 24.00 uur, het had gesneeuwd en om 23.30 uur schuifelden mijn ouders en ik richting Beeklaan. De anders zo feestelijke klokken lieten het afweten. Immers, die waren al eerder uit de toren verwijderd om te worden omgesmolten voor de Duitse oorlogsindustrie.

Ook in de kerk was het donker, in het portaal stond een vuurkorf gevuld met vermoedelijk afbraakhout van huizen uit het Sperrgebiet? In ieder geval probeerde pastoor Wils er nog iets van te maken. Op de communiebank stonden vetpotjes met schapenvet – wat een enorme stank met zich mee bracht – gaf toch een beetje sfeer, wat op mij (als zevenjarige knaap) indruk maakte. Het orgel hadden wij in tijden niet meer gehoord. Het was ondanks de oorlog toch een pontificale mis, zoals men dat vroeger noemde. Een mis met drie heren en acht misdienaars en het voltallige mannenkoor zong de driestemmige mis van Perosie (volgens mijn vader), afgewisseld met kerstliederen.

Geroezemoes
De predicatie werd gehouden door kapelaan Nobel, die na de geboorte van het kerstverhaal in een keer met overslaande stem zich afvroeg, wat zij die hun ziel verkocht hadden aan de vijand hier in deze nachtmis kwamen doen. Hij beukte met zijn vuist op de rand van de preekstoel. Daar het duister was in de kerk kon hij parochianen niet zien, maar het geroezemoes was een teken dat men het met hem eens was. Immers, in die tijd mocht men niet praten, laat staan applaudisseren.

Nu was het verboden om tegen de bezettingsmacht en haar sympathisanten te provoceren. Ook aanhankelijkheidsbetuigingen aan het Koninklijk Huis, oranje dragen en het Wilhelmus zingen, in wat van vorm dan ook, waren op zeer zware straffen verboden.

Na de donderpreek van Nobel ging de mis verder, het hoogtepunt van de mis was de consecratie. De misdienaars belde met hun altaar schellen en een ieder knielde neer om in gebed een halve aflaat te verdienen. Ja, dat kon toen nog. De celebrant hief eerst de hostie met de woorden: ”Dit is mijn lichaam.” En vervolgens de kelk met de woorden: “Dit is mijn bloed van het nieuwe eeuwige verbond.” Gevolgd door een stilte waarin iedereen zijn of haar gedachte kon laten gaan dwalen. In deze stilte hoorde wij gestommel op het koor achter in de kerk.

En toen klonken ineens zachtjes, maar duidelijk, de klanken van het orgel, werd de stilte verbroken door het mannenkoor dat plotseling het Wilhelmus inzette. De mensen waren overdonderd en keken verbaasd en er werden heel wat tranen weggeveegd. En er was verwarring, maar die werd nog groter. Kapelaan Nobel kwam naar voren bij het altaar en zette hij met zijn basstem het tweede couplet in, het orgel werd sterker iedereen zong spontaan mee (dit vergeet ik nooit meer). Van mijn vader hoorde ik later dat men het orgel aan de praat had gekregen met blaasbalgen. Dit was echt een stukje van vaderlandslievendheid in deze rotte oorlog. Men kende elkaar niet eens, maar was samengebracht door deze omstandigheden.

Een week later viel Nieuwjaarsdag op zondag, en de kerk puilde uit bij de mis van tien uur. Kapelaan Nobel droeg de mis op en zoals gewoonlijk in die tijd met de rug naar de parochianen. Het koor had net het Kyrie gezongen toen wij weer gestommel achter in de kerk hoorde. Maar geen orgelgeluid zoals in de nachtmis.

Onvergetelijk
Tot onze grote verbazing kwamen vier zwaar bewapende Duitsers met Stahlhelm op en het Mauser-geweer in de aanslag via de zijbeuken richting altaar. Nobel had niets in de gaten, twee van hen grepen hem bij de schouders, hij gaf geen weerstand. Tussen twee grimmige uitziende Wehrmacht-soldaten werd hij via het middenschip in kazuifel met een vast beraden gezicht afgevoerd naar buiten. Onvergetelijk was de uitstraling van deze goede vaderlander. Wat een nobel mens was deze Nobel. Na de oorlog hoorden wij dat hij op 2 april 1945 in Bergen-Belsen is overleden.

Op dezelfde dag van 1945 werden wij ’s middags om 17.15 uur opgeschrikt door een explosie van een V1, afgevuurd van lanceerbasis Ockenburgh en bedoeld voor Engeland. In de Indigostraat en omgeving vielen 232 doden.

In de nachtmis van kerstmis 1945 werd het schilderij van kapelaan Nobel in aanwezigheid van de bisschop van Haarlem, geallieerde officieren en anderen hoogwaardigheidsbekleders onthuld. De beroemde alt Jo Vicent zong de alt rapsodie in lekkere verwarmde verlichte kerk, en onder de consecratie hoorden wij weer de klokken van onze St. Agnes.

Dit is waargebeurd verhaal.

Ed Abbenhuis
e.abbenhuis@upcmail.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann