De laatste jaren van oma Pasgeld (1)

Dementerende ouders. Wat gaat er in ze om? Zullen we dat ooit weten? Misschien maken we het wel erger dan het is. Want tijdens die dementie zijn er toch ook momenten om te koesteren.

Het is 1997. Oma Pasgeld gaat voortaan logies en bewassing genieten in een verzorgingshuis. Oma Pasgeld is mijn moeder. Maar we noemen haar oma. Omdat voor onze kinderen deze benaming wèl van toepassing is. Ik bezoek haar wekelijks teneinde haar lopende zaken te regelen en de overgang van het bekende naar het onbekende voor haar en mezelf te verzachten. Ze is vijfentachtig en de krimp zit er al wel een beetje in.

Ook koop ik een bejaardentelefoon voor haar. Met het beroeren van slechts één toets kan ze daarmee haar verwanten en kennissen bereiken die ik met grote letters op een kaartje naast de toetsen heb geschreven. Ettelijke keren leg ik haar uit hoe het werkt. Maar nee. Voor telefonisch kontakt geeft ze er de voorkeur aan om zeven of zelfs tien nummer te draaien. Wellicht ben ik te ongeduldig met mijn uitleg. Of ligt de oorzaak in haar doofheid. Bovendien lijdt ze in toenemende mate aan woordvindingsproblemen als gevolg van afasie. Dat komt er op neer, dat ze ‘fiets’ zegt als ze ‘tafel’ bedoelt. Of dat ze zegt: ‘De koelkast is leeg’, als ze te kennen wil geven dat er geen geld meer in haar portemonee zit.

Soms gaat onze zoon van zeven mee naar oma. Zijn groeiende woordkennis en het tanende vermogen van oma op dat gebied vullen elkaar goed aan. Waar ik mij tijdens mijn conversatie met mijn moeder nog wel eens noodgedwongen moet beroepen op mijn -genetisch ingegeven- telepatische vermogens, ziet zoonlief de communicatie met zijn oma vaak als een spelletje Hints. Hij roept het vermoedelijke woord steeds luid en duidelijk en oma knikt dan ja of nee. De zaak krijgt vaak een extra dimensie doordat oma niet zelden ‘nee’ knikt als Junior het goede woord roept. Of andersom.

‘Sneeuw in de brieven’
Oma toont zich immer dankbaar na een bezoek. Maar soms vindt ze dat onze komst te lang uitblijft. Dan belt ze op. Zeven cijfers. ‘Opa’, zegt ze tegen me. ‘Er is zo iets akeligs. Er zit veel sneeuw in de brieven’. Na tien minuten wordt me duidelijk, dat ze me aan mijn verstand wil brengen dat er meer dan één miljoen gulden op haar girorekening is gestort. Ik haast me vol verwachting naar het verzorgingshuis. Op haar laatste giroafschrijving wijst ze met een fragiel vingertje naar haar gironummer.

‘Wat moeten we met zoveel?’, fluistert ze.

‘Nou’, roep ik hard in haar oor. ‘Jij hoeft je in ieder geval nooit meer zorgen te maken’.

Op haar zesentachtigste verjaardag weten we even niet meer wat we haar geven moeten. Oude mensen hebben alles al gehad en de ervaring leerde ons dat verjaardagskado’s vaak meer symboliek dan kwaliteit in zich dragen. Anderzijds dienen we haar verjaardag natuurlijk niet te vergeten. Want dan is ze heus niet boos maar wel heel, heel erg verdrietig.

Na veel wikken en wegen komt mevrouw Pasgeld op het idee haar een paar bakken violen voor op het balkon te geven. Opdat de lente zo dichtbij mogelijk zal zijn.

‘Wat zijn dat voor kronen en bonen?’, roept oma verschrikt als we haar kamer binnentreden, beladen met bakken, hengsels, potaarde en dozen violen. ‘Wat zijn dat voor vieren en klieren? Weg ermee! Het gras in! Het zand uit! Kieper het hele meutje in de broodtrommel! En wel evident en dras!’

Gezond verstand doet mij besluiten haar onvrede met een korrel zout te nemen. Maar tijdens het ophangen van de bloembakken aan de rand van het balkon neemt het getier en gevloek van oma eerder toe dan af. Dus staken wij onze werkzaamheden en roep ik, overtuigd van onze goede bedoelingen: ‘Stil oma! Mond dicht. Als je zo door blijft schreeuwen pakken we de hele zaak weer in en dan krijg je dit jaar niks voor je verjaardag! Helemaal niks! Hoor je me!’.

Maar dat laatste doet ze natuurlijk niet en pas na vier herhalingen in gevarieerde bewoordingen en toonaarden begint zich enig begrip in de vorm van schrikachtigheid in haar ogen af te tekenen.

En als de violen tenslotte in de plantenbakken zitten, bekijken we samen het resultaat. Haar frêle, perkamenten, diep dooraderde hand zoekt de mijne. Het kneepje in mijn hand is nauwelijks merkbaar.

‘Heel erg’, zegt ze zacht. ‘Heel erg hoor. Ja. Heel erg’, en ze knikt ons vriendelijk toe bij wijze van het vergeten woordje dank.

We begrijpen dat het ergste leed weer geleden is.

De eendjes. Net als toen
Zeven maanden later wordt ze opgenomen in een verpleeginrichting. Want de mensen in het bejaardenhuis waar ze verbleef wilden ’s nachts ook wel weer eens een oogje dichtdoen.

Vlak voor haar verhuizing duw ik haar tijdens een bezoekje voort in haar rolstoel in het stukje groen aan het eind van de Laan van Meerdervoort dat met een weidse benaming Meer en Bos wordt genoemd.

Ruim een halve eeuw geleden liepen we hier ook. Maar toen was ìk het die in een wagentje zat dat zíj voortduwde. En toen was ìk het die mijn misnoegen uitte op een voor buitenstaanders onbegrijpelijke wijze. Terwijl zíj sussende woorden sprak. De verleiding is groot om de vergelijking nog verder door te trekken. Ik zou het kunnen hebben over ons beider onvermogen de wereld rondom te begrijpen. Over het gebrek aan middelen om behoeften en wensen op een ordentelijke manier te uiten. Maar dat zou slechts effectbejag zijn. Want een groot verschil overschaduwde alle overeenkomsten. Ìk kon toen in mijn kinderwagen bogen op enig uitzicht ter verbetering van de situatie.Ik zou leren lopen. Ik zou leren praten. Ik zou leren schrijven. Maar voor oma in haar rolstoel lag de situatie precies andersom. Voor oma wordt het alleen maar erger. Voor oma komt het nooit meer goed. Tot ze doodgaat. Pas dan is het over.

‘Kijk, oma. De eendjes. Net als toen’, wijs ik haar op de eendjes die in het meertje van Meer en Bos zwemmen.

‘Aauoch! Aaauuoh! Aaahiii!’, antwoordt oma. Het schalt over het meertje. Een man die z’n hond uitlaat kijkt bevreemd onze richting op. Oma houdt haar ogen stijf dicht. Uit protest. Leer mij mijn moeder kennen. Die wil helemaal niet wandelen. Die wil helemaal niet naar eendjes kijken. Die wil helemaal niet oud worden.

In de volgende afleveringen van De Oud-Hagenaar nieuwe episoden uit de laatste jaren van oma Pasgeld.

Reageren? Mail naar julius.pasgeld@deoud-hagenaar.email.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann