Uitdagende loopbaan Jean Thierry bij naoorlogse Haagse politie

In 1960 kwam Jean Marie Thierry (1932) bij de politie terecht. Eerst als reservist en spoedig als geüniformeerde agent bij diverse bureaus in Den Haag en Scheveningen. De tijden zijn veranderd. Vroeger droeg je meer verantwoording en ging het er minder hard aan toe. De verruwing is toegenomen. Het vanzelfsprekende respect dat je had voor het gezag is schier verdwenen. Met Jean blikken we terug op zijn onvergetelijke tijd bij de Haagse politie.

Ofschoon zijn autoritaire vader liever had gezien dat zijn zoon net als hij beroepsmilitair zou worden, moest vader Thierry accepteren dat zijn zoon bij de politie ging. Jean was 27 jaar toen hij die keuze maakte. Eerder had hij als vrijwilliger zes jaar lang bij de marine gediend en vervolgens had hij nog even bij Van der Heem gewerkt, waaraan hij een boekhouddiploma overhield. De geboren Hagenaar had duidelijk geen behoefte aan een kantoorbaan en wilde meer afwisseling. Na een oproep van de ‘mobilisatiebestemming’ ging Jean bij de reservepolitie, waar hij voor het eerst een politie-uniform kreeg. “Toen nog een zwart uniform en zwarte laarzen.” Hij was gestationeerd aan het intieme, maar degelijke bureau aan de Wilhelmina van Pruisenweg, dat voor die tijd uitstekend was geoutilleerd. Bij evenementen, zoals Prinsjesdag en andere gebeurtenissen deden ze een beroep op je voor allerlei hand- en spandiensten. Het ging uiteindelijk om een paar dagdelen in de maand. Maar van het een kwam het ander.

Politieschool
Zijn chef vroeg hem of hij geen zin had in een vaste baan bij de politie en die vraag kwam op het juiste moment. Thierry had wegens zijn tijd bij de marine een uitstekende vooropleiding en weldra zat hij in de bank van de politieschool aan het Alexanderveld. Het was een stevige opleiding met veel aandacht voor sport, maar ook wetskennis. Naast schieten, judo en gym, werden er ook musea bezocht om de algemene ontwikkeling van de jonge aspiranten op peil te brengen. In het Zuiderpark was achter het ADO-stadion een sportschool voor de politie, waar ze konden trainen om te werken aan hun conditie. Bij de opleiding, het zal 1961 zijn geweest, deden ook de eerste dames mee. Na zes maanden volgden tentamens en daarna kreeg je een uniform dat je ook aandeed op weg naar school. Uiteindelijk werden alle zwemdiploma’s gehaald en na één jaar werd het diploma ontvangen en de eed afgelegd. Jean was geslaagd voor het B-diploma, wat hem de mogelijkheid gaf om uiteindelijk te groeien naar de rang van adjudant, wat hij drie jaar voor zijn pensionering ook is geworden.

Jan Hendrikstraat
Het eerste bureau waar de nieuwe agent werd gestationeerd betrof het bureau Buitenhof, een politiepost naast de Cineac. Later zou hij verhuizen naar de Jan Hendrikstraat. Hartje centrum, dat wil zeggen: voldoende problemen met allerlei soorten bewoners, passanten en toeristen. Van scheldpartijen, conflicten en gewelddadigheden tot het vriendelijk wijzen van de weg. In en strak uniform surveilleerde hij als agent door zijn wijk. Op de fiets en helemaal alleen deed hij zijn ronde. Zowel dag als nacht. Allerlei problemen die hij onderweg tegenkwam, moest hij zelf oplossen. Dat was het mooie van het beroep. “Als agent had je veel verantwoordelijkheid en het oplossen van kwesties kwam vaak op je eigen creativiteit en vindingrijkheid aan. Even opbellen naar het bureau kon toen niet.” Opgeschoten jeugd in de hal van bioscoop Apollo, die aan het klieren was. Als agent kon je ze toen wegsturen en ze gingen morrend weg. Zou je iemand aanhouden dan ging hij mee. “Vandaag zouden ze al gauw tegenwerken en om hun advocaat roepen.” De tijden veranderen. Toen je zonder telefoon op je rijwiel zat, leerde je snel de Haagse samenleving kennen. De mensen die problemen maakten. Het nachtleven. Als rijwielagent kwam je overal. Het enige contact ging met de zogenaamde politieschel: de politiecel die op diverse plaatsen in de wijk stond. Stond het sein op rood dat moest je contact opnemen met de wachtcommandant. Een ronde duurde gemiddeld twee uur. Ondertussen werd je door ‘de zwarte bende’ gecontroleerd. Inderdaad, hoe wisten de superieuren wat de agent uitspookte tijdens zijn ronde? Dat gebeurde via speciale dienders die keken wat je zoal deed op straat. En zo kon ook toen bij een beoordelingsgesprek, worden gekeken naar je functioneren.

Bekeuringen
Ook werd je beoordeeld aan de hand van je bekeuringen. Hierbij werd niet alleen gekeken naar het aantal, maar ook naar het soort overtredingen dat je had geverbaliseerd. Een agent met vooral simpele parkeerovertredingen, maakte zich er wel erg gemakkelijk vanaf. Thierry had meer voldoening in overtredingen van de ijkwet of winkelsluitingswet. Daar viel voor hem meer eer aan te behalen.

Met de bijl omgebracht
Onvergetelijk is een bloedbad dat in Huize Stella Maris aan de Scheveningseweg werd aangericht. Hij was toen een jaar of dertig en ging als bijspringer mee met de auto na een melding. Hij kwam als eerste ter plaatse en moest gelijk handelen. Hij werd door de zuster naar een kamer gebracht waar een vrouw in een plas bloed op de grond lag. Even verderop een baby. Ook in het bloed. Met een bijl doodgeslagen. De dader bleek in de tuin te liggen. Die was naar het dak gevlucht en daar vanaf gevallen of gesprongen. Het was de vader van het baby’tje, die verhaal was komen halen in het opvanghuis Stella Maris. “Op een avond zoveel meemaken, dat blijft je wel bij.”

Enkele zusters kwamen hem troosten, dat was zeer aandoenlijk. “Maar van enige opvang was toen nog geen sprake.” Ook thuis sprak je er niet over, want je leerde als agent, niet thuis over je werk te praten, omdat zulks alleen tot problemen zou leiden als je vrouw eens wat loslippig zou zijn.

Bijhorst
Op een gegeven moment werd Jean van de straat gehaald en kwam hij bij de recherche terecht. Dat ging vaak zonder inspraak. “Dat werd gewoon bepaald.” Het uniform ging uit en voortaan werd er gewerkt in burger.

Omdat hij ook een boekhouddiploma had, vonden zijn superieuren de afdeling fraude wel passend voor hem. Van alles kwam er op zijn pad, maar meestal ging het om sociale fraude. Fraude bij een faillissement, waarbij goederen werden onttrokken en de curator aangifte deed.

De Van der Valkzaak zorgde voor veel ophef. De horecagigant ging nogal gemakkelijk om met zwartwerkers en de administratie van restaurant Bijhorst werd op een dag geheel overhoop gehaald. De ME werd ingeschakeld om een heus cordon rond het hotel-restaurant te maken, zodat alle medewerkers gecontroleerd konden worden. Bij Van der Valk stonden nogal veel bordenwassers op de loonlijst. Ook koks en andere hoge functionarissen kregen – volgens de administratie – uitbetaald als bordenwasser of schoonmaker of een andere laagbetaalde baan. Het was een hele klus om de administratie te doorlopen. Gelukkig waren daarvoor lieden van de belastingdienst en andere bureaus die raad wisten met de cijfers.

Onderwereld
Ondertussen gingen de jaren verder en ook de promoties gingen door. In de jaren tachtig werkte hij nog zes jaar als brigadier bij de Criminele Inlichtingendienst (CID). Deze afdeling had tot taak om informatie in te winnen over het doen en laten van criminele personen en organisaties. Daarvoor moest worden geïnfiltreerd. Dat soort zaken ging vrij openlijk. Je kwam bij een kroeg, waar de onderwereld kwam en vertelde de kroegbaas wie je was en wat je kwam doen. Ook dat hij niet bang hoefde te wezen, zolang hij zich aan de wet hield. “En dan heb je overal Judassen tussenzitten, die tips gaven of hun kornuiten verraadden.” Dan stond Jean klaar als aanspreekpunt om de tip vast te leggen.

Tipgevers kwamen graag met informatie, omdat er veel geld mee te verdienen viel. Met name verzekeringsmaatschappijen wilden nogal eens schuiven bij een bepaalde diefstal. Bij schilderijen bijvoorbeeld. De op te strijken premie kon wel in de duizenden guldens lopen. De politie bemiddelde dan wanneer de tipgever anoniem zijn maten verlinkte. Voor dat soort werkjes moesten heel wat infiltratienetwerken worden aangemaakt. Ook de onduidelijke handel bij Chinezen en andere bevolkingsgroepen die hier steeds meer kwamen, moest in kaart worden gebracht. Het was in belang van de veiligheid om meer zicht te krijgen op de donkere zijde van de samenleving.

Op zijn zestigste verliet Jean de politie. Zijn laatste post was weer een uniformbaan als F-adjudant in het inmiddels opgeheven bureau Huygenspark. Daar werkte hij tot zijn pensionering. Bij zijn vertrek kreeg hij van hoofdcommissaris Brand een lintje opgespeld: de eremedaille in goud van de orde van Oranje-Nassau. Tevreden kijkt hij terug op zijn loopbaan: “Ik zou het zo over doen!”

F.J.A.M. van der Helm
helmhuis@ziggo.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann