Vroeger reed op Prinsjesdag de ‘trein’ een andere route

Over enkele weken is het weer Prinsjesdag. Op de derde dinsdag in september staan vele duizenden mensen langs de route die koning en koningin met hun gezelschap afleggen naar de Ridderzaal. Traditiegetrouw wordt daar in een zitting van de beide kamers der Staten-Generaal, de troonrede voorgelezen. De route van de stoet was vroeger aanzienlijk korter en functioneler.

Toen de 18-jarige Wilhelmina voor de eerste maal de Troonrede voorlas op 20 september 1898, was ze amper drie weken koningin. Wilhelmina (1880-1962), door haar moeder Emma goed opgeleid, was klaar voor de ceremonie, die de plichtsgetrouwe jonge vorstin zag als belangrijke regeringsdaad.

De stoet met de vorstin vertrok vanuit paleis Noordeinde. Niet zo verwonderlijk, omdat het haar woonpaleis was. Naast haar door acht paarden getrokken koets reed één van haar adjudanten: de latere luitenant-generaal en KNIL-commandant Marinus Rost van Tonningen (1852-1927). Van hem is een verslag bewaard gebleven van deze tocht.

‘Trein’
Opvallend is dat de hele stoet, beginnende en eindigende met een Commando Cavalerie, de ‘trein’ werd genoemd. Zo kunnen we in het officiële programma lezen dat Hare Majesteit ‘ten één ure met den volgenden trein van het Paleis afrijdt’. Nee, ze komt niet met de trein naar de Ridderzaal, maar hier wordt hier de gehele begeleidende stoet bedoeld. Uit het programmaboekje valt op te maken dat deze in 1898 behoorlijk lang was, maar dat er opvallend weinig muziekkorpsen in meeliepen. De stoet bevatte tien onderdelen, waarvan één en tien Commando Cavalerie betroffen. De opbouw ging van laag naar hoog met op het laatst de Koninklijke Staatsiekoets, met daarin Wilhelmina vergezeld door haar moeder Emma. De ‘trein’ telde opvallend veel koetsen. De eerste was die van de ceremoniemeester, wiens rijtuig werd getrokken door twee paarden. Aan weerszijden liep één lakei mee.

Staatsiekoets
Vervolgens kwamen twee koetsen met in totaal acht kamerheren. Daarna volgden de grootofficieren, die in twee koetsen zaten, getrokken door zes paarden. Na wederom een Commando Cavalerie volgde de opperceremoniemeester, baron du Tour van Bellinchave, in een rijtuig met vier paarden, gevolgd door de Grootmeesteres van de koningin en de waarnemend Grootmeesteres van Emma, samen in een koets met vier paarden en twee lakeien aan beide kanten.

Vervolgens kwam dan de Staatsiekoets, met rechts achter het portier van de koets op zijn paard, de chef van het Militaire Huis. Adjudanten en officieren volgden de koets twee aan twee in volgorde van ouderdom. Allemaal in groottenue gekleed, compleet met onderscheidingen. Met rechte rug op het paard, keken ze hoog over de mensen heen. De hele optocht had een voorname uitstraling, waar tout Den Haag voor uitliep. Niet zo verwonderlijk in een tijd zonder radio en televisie.

Route
De route was in feite even functioneel. Geen extra rondje voor de wuivende bevolking, maar zo kordaat mogelijk op het doel af.

De stoet ging rechtstreeks van het Noordeinde over de Hoogstraat, Gravenstraat en Buitenhof, door de toegangspoort van het Binnenhof, om zo gelijk voor de Ridderzaal te staan. Op de terugweg was de route Korte Vijverberg, Lange Vijverberg, over de Plaats en Noordeinde naar het paleis.

Of er een balkonscène was, heeft adjudant Rost van Tonningen niet vermeld, maar voor hem en alle toeschouwers was het een onvergetelijke dag!

Boek
Meer over het leven van deze generaal, zie mijn boek: M.B. Rost van Tonningen (1852-1927) het familieleven van de Lombokgeneraal. Verkrijgbaar bij de schrijver: helmhuis@ziggo.nl.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann