Alfa Romeo Sud Ti

Van huis uit ben ik opgegroeid met de liefde voor Italiaanse auto’s en mijn eerste auto was een gloednieuwe Fiat 850 Sport Coupé en dat warme gevoel voor het Italiaanse product ben ik nooit meer kwijtgeraakt. Ik kan mij nog de introductie van de Alfa Sud herinneren. Ter promotie stond hij tentoongesteld in warenhuis of modezaak in Winkelcentrum In de Boogaard in Rijswijk, wat heel bijzonder was voor die tijd.

Een hele interessante move van Alfa Romeo om begin jaren tachtig deze prijsprettige Alfa te introduceren met, nieuw voor dit merk, voorwielaandrijving. Ze hebben er ook spijt van gehad, want met dit model is de kreet ‘Ze roesten al in de folder’ ontstaan. Want inderdaad was dit het geval door een slechte metaalkwaliteit die de fabriek in het zuiden van Italië, vandaar de naam Sud, hanteerde. Desalniettemin heb ik drie Suds gehad met geen spoor van roest. Mijn eerste was de Alfa Sud Ti. Een waanzinnig mooie tweedeurs Sud-uitvoering, met een aantal sportieve elementen ten opzichte van de vierdeurs Sud. Ik kan mij nog herinneren dat ik helemaal gek was van deze Ti en ben op een zondag gaan kijken met vriendin Sophie Bij, ja, precies die, waarvan haar vader de BMW 700 Coupé had die ik al eerder besproken heb, bij de dealer met de neuzen tegen het raam. Een week later ben ik gaan proefrijden met de vierdeurs Sud met een toenmalige vriend Peter de Klerk. Hoe heerlijk liet die demo zich ver in het rood vlak van de toerenteller jagen. Ik kocht hem bij Alfa Romeo-dealer Hans Maasland in Valkenburg, waarvan in de jaren negentig zijn dochter Jacqueline bij mij solliciteerde en werd aangenomen als PR-assistente bij Akzo Nobel in het kader van de viering van het 200-jarig bestaan van het merk Sikkens. Grappig, hè? Maar dat terzijde.

Typerend voor de Sud was de schuin aflopende achterkant, eindigend in een loodrecht aflopende kofferdeksel. Allereerst twee grote portieren, een matzwarte grille met aan iedere kant twee Jodium koplampen en een spoiler onder de bumper en ook aan de achterzijde een spoiler die als een zwarte en dynamische band een nieuwe dimensie gaf aan de carrosserielijn. Sportieve velgen en rozetten op de bumpers. Bijzonder aan de Sud was dat hij vijf versnellingen had, want dat was in die tijd nog niet gebruikelijk. En vooral dat snerpende Boxer-motor uitlaatgeluid. Echt autorijden dus. En dat interieur, ook zoiets fraais. Mooi, dik leren driespaaks sportstuur dat verstelbaar was. Onder het stuur de choke en – afgezien van de tuimelschakelaar voor de alarmknipperlichten – geen knoppen. Ruitenwissers, verlichting, ruitensproeiers en claxon werden bediend door de stuurhendels links en rechts. Bijzonder was dat het contactslot links van het stuur zat. Mooie klokken, waarvan één de standaard geleverde toerenteller en dat was bijzonder voor die tijd. Op het middelconsole nog drie naar de bestuurder gerichte meters voor onder andere de olie- en watertemperatuur. Wat was dat een heerlijke auto en hij lag als een blok op de weg.

John Vroom (autojournalist)
johnvroom@planet.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann