Missers bij het amateurtoneel

In de tweede helft van de vorige eeuw was het amateurtoneel in Den Haag volop in bedrijf. Er waren meer dan zestig toneelverenigingen, die minstens twee keer per jaar een voorstelling gaven in een van de vele theater(tjes), die onze stad toen nog bezat. Er waren overkoepelende organisaties, er werden subsidies verstrekt en er was een centraal Haags toneelblad, waarin de recensies van die voorstellingen werden gepubliceerd. Maar ook in de verschillende Haagse dagbladen, die er toen nog verschenen.

Zoals de Haagsche Courant met John Niemans, de Nieuwe Haagsche Courant, Het Vaderland, Het Vrije Volk en Het Binnenhof. Vermakelijk om die kritieken op de nazit met elkaar te vergelijken, want ze waren het nooit met elkaar eens. Maar wel leerzaam voor de betreffende toneelvereniging. Als men geen lange tenen had tenminste. Helaas waren er die dat wel hadden. Zo werd mij bij twee verenigingen het publiceren van een recensie over hun voorstelling in het toneelblad Haghespel ontzegd. Ik was te kritisch en te veeleisend over het speelpeil en de acteerprestaties. Ook kwamen er negatieve reacties van clubs die het niet met mij eens waren. Maar die reageerden in ieder geval wel, wat ik wel zo sportief vond. Als de storm wat geluwd was, kreeg ik meestal (mondeling) toch wel gelijk.

Zelf heb ik als acteur ook diverse hilarische toestanden op het toneel meegemaakt. Zoals het naar voren omvallen van het decor tijdens een kindervoorstelling in het Rembrandt theater op het Lorentzplein. We waren de voorstelling net begonnen. Gelukkig werd niemand geraakt, maar de kinderen stonden op de stoelen te gillen van de pret! Ineens waren alle spelers te zien! Snel werd het doek gesloten en de decorstukken beter vastgezet, waarna we weer gewoon opnieuw begonnen.

In de rol van beroepsfotograaf in Blaffen tegen de maan van Dimitri Frenkel Frank, moest ik een ingewikkeld fotoapparaat met schijnwerpers erop bedienen. Nu ben ik zo technisch als een koe. Er was geen tijd om te oefenen, dus toen ik het apparaat in de voorstelling in werking stelde, stonden de lampen pal op de zaal gericht. Het schelle licht verblindde de toeschouwers, die de handen voor de ogen sloegen. Ik wist van schrik niet het apparaat te bedienen, tot een medespeler ingreep en de lampen omdraaide. Maar het leed was al geschied en het stuk is dan ook gevallen als een baksteen…

In Een draad in het donker van Hella Haasse deed ik de titel eer aan, door bij mijn opkomst in de Toneelzaal van het Congresgebouw inderdaad over een staaldraad achter het toneel te struikelen om met een smak op de vloer mijn entree in de scene te maken… Gelukkig was het tijdens de generale repetitie. Op de voorstelling die avond keek ik wat beter uit. Ook zag ik eens een actrice in een stuk van Goldoni met een moderne bril opkomen, die ze vergeten was af te zetten. En een speelster die achter de schermen het spel zo intensief met haar tekstboekje volgde, dat ze hiermee al lezend opkwam. Bij een voorstelling van Jan Rap en zijn maat van Yvonne Keuls kwam er op een cruciaal moment geen muziek. Een doodenge stilte, wij spelers hielden onze adem in, tot eindelijk de verlossende tonen weerklonken. In de pauze vernamen we, dat iemand uit het publiek op weg naar het toilet in het donker met zijn voet per ongeluk een stekker van de muur had losgetrokken…

Mijn partner Frans van der Linden speelde in een stuk van Heyermans een heer met snor. Tijdens zijn spel liet deze snor los en ging scheef hangen. Er zat niets anders op dan de snor af te rukken en zonder dit mannelijk attribuut verder te spelen, wat hij dan ook deed. Een applausje was zijn beloning.

Zelf ben ik eens tijdens mijn toespraak tot het publiek aan het begin van onze voorstelling in de – gelukkig nog lege – souffleursput gevallen. Met pijnlijke schaafwonden klom ik er weer uit, onder gelach uit de zaal. Men dacht zeker, dat dit erbij hoorde. Ik heb sindsdien nooit meer die put gebruikt.

Op een voordrachtmiddag liep een deelneemster in haar zenuwen bij haar opkomst zo ver naar voren, dat ze tot onze grote schrik en van haarzelf van het podium viel. Twee heren hielpen haar weer overeind en voerden haar af. Intussen ging het declameren door de deelnemers gewoon door en mocht de ongelukkige later toch nog haar voordracht doen. Behalve de schrik mankeerde zij wonder boven wonder niets lichamelijks.

Bij een open podium kon de conferencier niet van zijn gulp afblijven en werd door het publiek uitgejoeld… Een collega van hem kon geen eind aan zijn verhaal maken en was al over de afgesproken tijd heen. Dus maakte ik er zelf maar een eind aan, door de toneelgordijnen te sluiten. Zelfs toen ratelde de kletsmajoor maar door!

Het allerergste dat je als acteur kunt overkomen is dat je je tekst niet meer weet. Dan breekt het angstzweet je uit. Ineens valt er een gat van stilte, die eindeloos lijkt te duren. Je tegenspeler weet van schrik ook niets te zeggen, tot een reddende engel je weer op de rails zet. Zelf meegemaakt. Ook dat een speler een paar bladzijden oversloeg! Paniek! Ik zag de souffleur koortsachtig in het tekstboek bladeren, terwijl de boosdoener doodleuk stond te improviseren. Hoe we ons daar uit gered hebben is me helaas ontschoten. Maar vreselijk was het!

Een decorbouwer liep altijd op zware werkschoenen. Daarmee kon hij behoorlijk hoorbaar stappen. Dat deed hij ook tijdens de voorstelling achter de coulissen, als hij alvast de stukken voor het volgende bedrijf bijeen zocht. Dan hoorde ik in de stille scènes het geklots op de houten vloer op de achtergrond. Heel storend. Zelf had hij niets in de gaten…

Tijdens een voorstelling van de opera Don Pasquale van Donizetti moest ik de sopraan tijdens haar aria achter een laken aan een waslijn helpen van jurk te verwisselen. Ze had een poosje niet meegezongen, want we hadden een dubbele bezetting. Normaal ging de rits op haar rug soepel omhoog. Maar deze keer lukte mij dat niet, omdat de diva in de tussentijd aardig was aangekomen… Zij moest de aria verder frontaal zaal door zingen, want door de open rug was zij gedwongen stokstijf te blijven staan om de jurk op zijn plaats te houden. Bij het afgaan keek ze heel lelijk naar mij. Alsof het mijn schuld was!

Tenslotte dus de souffleur. Dit fenomeen is gelukkig afgeschaft. Maar ik heb nog vaak meegemaakt, dat de teksten van het toneelstuk tweemaal door het publiek te horen waren. Natuurlijk bij die toneelgezelschappen, die inderdaad de gezelligheid het belangrijkst vonden en tekstkennis niet zo nodig achtten. Maar ook de grote Ko van Dijk heb ik eens vreselijk zien afgaan door het gebrek aan tekstkennis en door teveel drank. Zijn tegenspelers hadden het die avond dan ook zeer moeilijk…

Herman Heyermans heeft in zijn satire Pitten deze toestanden meesterlijk aan de kaak gesteld. In deze eenakter gaat er alles mis wat er maar fout kan gaan bij het repeteren van een klassiek drama. Met veel plezier heb ik deze klucht destijds geregisseerd en er de rol van de gekwelde regisseur in gespeeld. We hebben het vaak mogen opvoeren en moesten telkens weer lachen om de fouten, die Heyermans ironisch aan de kaak stelde en die ons, amateurspelers, zo bekend voorkwamen.

Barend Jan Donker
lindenf@planet.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann