Emporium

Om snel een goedkope lunch te gebruiken tijdens het winkelen in de jaren twintig geeft het begrip ‘lunchroom’ als horecaformule een geweldige boost, in opvolging van de tearoom, welke in naamgeving gemodelleerd zijn naar Engels voorbeeld. Bekend uit de jaren vijftig, de formules van ‘Heck’ en ‘Rutecks’. Den Haag met zijn belangrijke winkelstraten; Venestraat, Spuistraat, Hoogstraat en Noordeinde is rijkelijk bedeeld met deze etablissementen in het stadscentrum, al dan niet voorzien van een strijkje op zijn tijd. Patisserie J.A. Krul aan het Noordeinde geeft er mondaine fleur aan, en noemt het een ‘Salon de Rafraichissements’ gevestigd in een winkelpand uit 1903 van architect Lodewijk (Louis) A.H. de Wolf (1871-1923), tot aan sluiting in 1970. Aan de Lange Houtstraat vinden we ‘Monchen’ en aan het Plein ‘Maison Sprecher’, die in 1919 zal verhuizen naar de Lange Poten. Aan de Kneuterdijk vinden we de ‘Princess Room’ (1907-1917) en voor dit artikel, aandacht voor een totaal onbekend gebleven tearoom en restaurant van korte duur, ‘Emporium’ aan de Hoogstraat 16, hoek Annastraat, waar nu de herenmodezaak van Eduard Pelger (uit 1860) is gevestigd. ‘Emporium’, betekent vrij vertaald in de taal van Julius Caesar, markt of opslagplaats.

De bouwperiode voor ‘Emporium’ neemt een aanvang eind 1919, en wordt door allerlei oorzaken tot begin 1921 gestagneerd, naar een ontwerp van architect, Johannes Jacobus Gort Jr. (1875-1950). In de periode 1909 -1916 is Gort aangesteld als architect werkzaam bij Haagse gemeentewerken en ontwerp in deze functie een aantal schoolgebouwen, waaronder de ‘Vakschool voor Meisjes’ (1913), aan de Louise Henriettestraat in Bezuidenhout, welke het bombardement van zaterdag 3 maart 1945 niet heeft overleefd.

In materiaalgebruik zal ‘Emporium’ voornamelijk gestoken worden in een luxe jasje. Opvallend in een tijd, dat ons land een economische depressie doormaakt, en in architectuur, soberheid de boventoon voert. Voor architect Gort ontstaat in dit ontwerp een moeilijke opgave voor deze hoekig weerbarstige plattegrond die zich hiervoor aandient, en gepaard gaat met werkstakingen, en vertraagde levering van bouwmaterialen die vanuit het buitenland worden aangevoerd, zo vlak na beëindiging van de Eerste Wereldoorlog waarin ons land een neutrale houding aanneemt. De opening wordt voorzien voor vrijdag 25 februari 1921. ‘Ieder die het ‘Emporium’ betreedt moet getroffen worden door de fijne, degelijke luxe maar zonder enige protserige overdaad welke dit gebouw kenmerken.’ De gevelbreedte bedraagt 12 meter en in de Annastraat, is dat 25 meter. Het pand bestaat uit een souterrain, begane grond en drie verdiepingen. De begane grond ingericht voor een delicatessezaak met verfijnde delicatessen en fruit primeurs. De eerste en tweede verdieping dienen als lunchroom, en restaurant, en op de derde verdieping, is de keuken en woning voor de gerant ondergebracht. Verdeeld in drie traveeën wordt de onderpui opgetrokken met groen ‘Vertinos’ marmer en koperbeslag voor ramen en deuren. Pilasters waartussen erkers geven aan, waar de bovenzalen zich bevinden. Koperen letteropschriften, lantaarns en vlaggenmast completeren de onderbouw. De bovenbouw bestaat uit zandsteen en pilasters zijn voorzien van beeldhouwwerk dat in decoratieve vorm betrekking heeft op de verkoop van primeurs en vruchten. Loodversiering aan de kroonlijst, naast enkele dakvensters voltooien de gevel façade.

Entree van de winkel vormt een ruim portiek met in koper uitgevoerd plafond, geflankeerd door etalages met goeddeels aangebrachte marmeren bekleding van ‘Calacata’ marmer uit Italie. Vitrines zijn betimmerd met mahoniehout, traphekje, en leuning van brons met voor de trap gebruik van de marmersoort ‘Fleur de Pecher’. Ook het restaurant wordt met mahoniehout betimmerd met voor de bovenramen, glas in lood, en op de vloer liggen Perzische tapijten. In het lijstje van leveranciers staat genoteerd de firma Oberski voor de terrazzovloeren. Eerder verzorgen zij de terrazzovloer in de Haagse Passage. Pander levert meubelstoffen en gordijnen. De firma Willem Bogtman uit Haarlem de glas in loodramen. Emporium floreert maar enkele jaren, dat verklaart de onbekendheid. In 1924 wordt ‘Anton Fuhr’s hotelmaatschappij’ beheerder van ‘Emporium’. Hij is tevens pachter van Kasteel ‘Oud Wassenaar’, Hotel ‘De Twee Steden’ aan de Hofweg, met restaurantgedeelte gevestigd aan het Buitenhof (nu bioscoop). In Haagse hotelkringen is de Duitser Anton Fuhr bekend als voormalig directeur voor het ‘Oranje’ en ‘Palacehotel’ in Scheveningen. Maar Fuhr houdt van veranderingen en verbouwingen, en betaalt daarvoor een hoge prijs, als hij in 1925 failliet gaat met 121 namen op de crediteurenlijst voor in totaal 53.000 gulden. De winkel met fruit primeurs verhuisd in 1924 naar het adres, Noordeinde 138. Op 3 oktober 1925 volgt tijdelijke sluiting, om vervolgens door te gaan als restaurant ‘Arcadia’. Voor architect Gort ontstaat in het crisisjaar 1933 een persoonlijk drama, na de bouw van een imposant oeuvre, als ook hij, failliet gaat. De Amsterdamse firma Metz & Co brengt in 1929 hier zijn Haags filiaal onder met een gewijzigde onderpui van architect A.P. Smits (voorheen architectenbureau, Smits & Fels) en thans is Pelger sinds 1977 hier gevestigd. Voor de Haagse bedrijven historie is daarmee het adres Hoogstraat 16, architectonisch gedocumenteerd.

Peter van Dam
vandam.peter@gmail.com

Fotocredits: Henk Bos
(Ouderkerk aan den IJssel)

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann