Terug naar de roots: Den Haag van de jaren ’50 en ’60

Het is niet de eerste keer dat een boek verschijnt met herinneringen aan een jeugd die in Den Haag is doorgebracht. De stad inspireert kennelijk velen, zeker als er tijd en gelegenheid is om terug te blikken. De jeugdherinneringen van Carel Damsté, die onlangs in boekvorm zijn verschenen, passen in deze trend. Hij beschrijft met vlotte pen zijn jeugd in Den Haag en diept soms heel gedetailleerde herinneringen op aan zijn schooltijd, de voetbalvereniging, de tennisclub en het openbaar vervoer uit die tijd.

Maar wat zijn boek vooral zo bijzonder maakt, is dat hij verslag doet van de zoektocht die hem vele decennia later terugbrengt naar de plekken uit zijn jeugd. Soms is hij kritisch over de vele veranderingen die hij waarneemt en soms ook ronduit negatief. Zo kan hij geen enkele waardering opbrengen voor de hoogbouw aan de Rijnstraat en de Turfmarkt, noch voor de ‘Snoeptrommel’ aan de Groenmarkt. Het stadhuis (‘IJspaleis’) krijgt van hem de weinig vleiende omschrijving ‘halflege koelkast’ mee, maar die kritiek heeft vooral betrekking op de verloren gegane ruimtelijkheid van de Kalvermarkt. Bestuurders laten, zoals hij in het laatste hoofdstuk verzucht, graag iets tastbaars na. Om daaraan toe te voegen: “In Den Haag is dat onmiskenbaar gelukt.”

Carel Damsté (1944) wordt geboren in Apeldoorn. Zijn vader overlijdt als hij ruim een jaar oud is. In 1948 verhuist het gezin naar Den Haag, waar kamers worden gehuurd in de Van Meerkerkestraat in het Benoordenhout. Het is kort na de oorlog, er heerst woningnood en ook in het Benoordenhout is inwoning geen uitzondering. Voor het gezin Damsté, waar moeder moet zien rond te komen van een klein pensioen, is het geen vetpot. Pas later zal zij een parttime baan vinden bij het Medisch Pedagogisch Bureau aan de Jozef Israëlslaan. Carel Damsté omschrijft deze periode als “nette armoede in het Benoordenhout.” Enkele jaren later verhuist het gezin naar de Wassenaarseweg, hoek Van Hogenhoucklaan, dat wil zeggen dat daar een etage kan worden gehuurd bij de grootvader van een buurjongen van Carel. Nog steeds geen eigen woning dus.

De meeste leveranciers komen in de vijftiger jaren nog aan huis. Boodschappen worden gedaan in de Van Hoytemastraat: bij Van der Loos voor kruidenierswaren, maar vooral voor zuivel (‘Melk van Van Grieken, voor gezonden en zieken’), bij Overdiep voor kantoorartikelen, bij Engelhardt voor bonbons en bij Bensdorp voor zoetwaren en ijs. Vlees wordt gekocht bij Kokee en brood bij Paul C. Kaiser. En boeken koop je natuurlijk bij boekhandel Couvée. In deze jaren ontwikkelt Carel een passie voor het rail- en busvervoer in de stad. Zo reist hij veel met bus L naar enkele oudtantes in Huize Royal op Scheveningen. In 1955 worden de letteraanduidingen van de HTM-bussen vervangen door cijfers. Bus L wordt dan lijn 23.

Carel gaat naar de openbare lagere Van Nijenrodeschool aan de gelijknamige straat, waar hij in 1956 het getuigschrift ontvangt “ten bewijze dat (hij) met vrucht 6 leerjaren van het gewoon lager onderwijs heeft gevolgd.” Voor het volgen van voortgezet onderwijs moet in die tijd toelatingsexamen worden gedaan. Carel wordt toegelaten tot het Maerlantlyceum, maar dit blijkt geen gelukkige keuze en hij switcht naar het Thorbeckelyceum aan de 3e Van den Boschstraat 22. Deze school is in 1863 opgericht als Eerste Gemeentelijke HBS en betrekt in 1913 het pand aan de 3e Van den Boschstraat. Bij het bombardement op het Bezuidenhout van maart 1945 wordt de school op het nippertje gespaard. Rond de eeuwwisseling is het gebouw alsnog gesloopt.

De jaren vijftig en zestig zijn de jaren van de Koude Oorlog. In huize Damsté wordt in een diepe kast een goed bevoorrade schuilplaats ingericht, terwijl in een tweede berging de uniformjas en helm van de Bescherming Bevolking komen te hangen. Zijn moeder zou het zelfs brengen tot blokhoofd van de BB. Maar het is ook de tijd van – wat toen werd genoemd – de teenagermuziek. Carel koopt zijn eerste single van Paul Anka bij Caminada aan de Plaats, telt bijna zeven gulden neer voor de aankoop bij Radio ERHA van Return To Sender van Elvis Presley en Sherry van The Four Seasons en luistert naar het VARA-radioprogramma Tijd voor teenagers. Het is ook de tijd van de vele bioscopen die Den Haag dan nog telt en die bijna alle aan een roemloos einde zijn gekomen: City, Odeon, Asta, Rex, Apollo, Kriterion, Metropole en nog vele andere.
In het voorjaar van 1963 verhuist het gezin, na een kort verblijf in een flat aan de Benoordenhoutseweg, naar een heel ander deel van de stad: de Vruchtenbuurt. Hier wordt een vierkamerwoning in de Appelstraat betrokken, recht tegenover de winkelgalerij met op de hoek een postkantoor en aan de andere kant de radiozaak van Krenning. Voor tram- en busliefhebber Carel biedt deze nieuwe behuizing ook weer nieuwe inzichten in de routes van bussen en trams in dit deel van Den Haag. Zo rijdt de oude motorwagen van lijn 5 vanaf het beginpunt aan de Albardastraat bijna langs zijn woonhuis op weg naar het eindpunt aan de Prinsessegracht. Later in het jaar 1963 wordt de exploitatie van deze lijn, evenals die van lijn 2 (Laan van Meerdervoort – Grote Kerkplein), door de HTM beëindigd. Vanaf het De Savornin Lohmanplein vertrekken de PCC-cars van lijn 7 en 14. Een jaar later slaagt Carel voor zijn eindexamen HBS-A en komt feitelijk een eind aan zijn Haagse jeugd. Dienstplicht en studie in Leiden markeren dit afscheid.

Nu, vele jaren later, kijkt hij terug op zijn Haagse jeugd. Met enige weemoed en soms met verwondering, maar nog steeds met veel liefde voor de stad waar hij is opgegroeid. Het boek is rijk voorzien van foto’s afkomstig uit het privéarchief van de auteur, waarbij de verschillen tussen toen en nu op treffende wijze in beeld worden gebracht.

Hans Lingen
hrlingen@gmail.com

Carel Damsté, Groeten uit Den Haag, stad van mijn jeugd. Uitgeverij: de Nieuwe Haagsche. ISBN: 978-94-6010-068-0. Prijs: 18,95 euro.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann