Haagse baron Hop als bedenker van smakelijke ‘hopjes’

Haagse Hopjes zijn sinds mensenheugenis een mierzoete, koffiesmakende lekkernij, die zijn weg over alle landen van de wereld heeft gevonden. Naar het schijnt werden ze ook aan het Tsarenhof in Sint Petersburg verorberd in de negentiende eeuw. De naamgever schijnt mr. Hendrik baron Hop (1723-1808) te zijn geweest, maar hoe het precies zover is gekomen, blijkt in de vergetelheid te zijn geraakt.

De snoepende baron was al 71 toen hij in 1794 vanuit Brussel naar Den Haag kwam, waar hij aan het Lange Voorhout 92 ging wonen. Hop was een diplomaat en vanaf 1773 gezant geweest bij de Oostenrijkse Nederlanden, waarvoor hij te Brussel resideerde. Eén van zijn interessantste diplomatieke wapenfeiten is de overeenkomst geweest tussen de Staten-Generaal en het keizerlijke hof, die uitmondde in het Verdrag van Fontainebleau (1785). Daarbij betaalden de Staten 1.250.000 gulden aan de Oostenrijkse keizer in ruil voor diverse Zuid-Limburgse plaatsen waaronder Heerlen. Ongetwijfeld was de baron een gewiekst diplomaat, die al vele jaren het klappen van de zweep kende.

Vóór hij in 1768 als gezant begon, had hij te Leiden rechten gestudeerd en was hij secretaris (1748-1788) geweest bij het Hof van Holland.

Banketbakkerij
De welbespraakte Hendrik Hop was in 1723 te Breda geboren als telg van een geslacht dat tot de elite behoorde van de Hollandse bestuurders. Zijn ouders waren Hendrik Hop en Jacoba Suerius. In het centrum van de macht voelde hij zich thuis, vandaar dat het niet zo verwonderlijk is dat hij na zijn pensionering in de Hofstad kwam wonen. Het Haagse Voorhout was een uitermate deftige omgeving met tussen de monumentale woningen ook winkeltjes voor alledaags gemak. Zo ook had zich daar in 1767 een banketbakkerij gevestigd, die was opgericht door Theodorus van Haren en Carel van Plijt. Aanvankelijk hadden ze hun bakkerij op de plaats waar eens Saur stond, maar rond 1770 vertrokken ze naar de overkant, vlakbij het oude paleisje van Emma. Op dat adres kwam ook baron Hop te wonen en de snoeperd viel met zijn neus in de boter.

Koffie
Ofschoon de diplomaat door het nieuwe regime van de Bataafse republiek geen groots onthaal wachtte, kon hij toch op een verdieping boven de banketbakkerij wonen. Enkele slecht leesbare letters op een gevelsteen herinneren nog steeds aan zijn verblijf. De praatgrage Hop moet eens gesproken hebben over de koffie waar hij zo verzot op was en wellicht over de smaak of het moeilijk verkrijgbaar zijn van die drank in Den Haag, wat later door de Franse blokkade nog verhevigd zou worden. Het precieze ontstaan is niet duidelijk, maar Hop nam het initiatief en banketbakker Nieuwerkerk, een schoonzoon van banketbakker Van Haren, ging in 1796 het produceren. Net zoals de flikjes in Amsterdam naar Casper Flick werden vernoemd, kregen de koffielekkernijen van baron Hop al gauw de naam ‘hopjes’. De ulevellen met koffie vielen bij menigeen goed in de smaak. Toen de ongehuwde baron in 1808 overleed, liet hij weliswaar geen kinderen na, maar de hopjes kunnen in ieder geval als zijn geesteskind worden beschouwd.

Nieuwerkerk’s hopjes werden naast een geliefd artikel op de Haagse en binnenlandse markt, ook een aantrekkelijk exportproduct. Andere banketbakkers stortten zich eveneens in deze lucratieve markt, zodat we in de negentiende eeuw wel zestig leveranciers kenden. Ook de Haagse banketbakker Rademaker was zo’n concurrent. Uiteindelijk – na veel getouwtrek, processen en overnames -bleef alleen Rademaker’s hopje over als ‘enige echte’, ofschoon allang niet meer in Nederlandse handen.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann