Losse herinneringen aan mijn jeugd

Enige tijd geleden kreeg ik een mailtje van Cor Peperkamp waarin hij mij vroeg of ik eens iets over de buurt waar hij geboren is, zou kunnen schrijven. Ik speelde de bal terug met als gevolg onderstaand verhaal. Cor is op 1 juni 1931 in onze stad geboren. Hij woonde toen op het adres Herderslaan 29.

In mijn jonge jaren groeide ik op in de Herderslaan. Deze smalle straat, die waarschijnlijk genoemd is naar een herberg die lang geleden op deze plek gestaan heeft, De getrouwe Harder, of omdat hier in een ver verleden schapen met een herder, Leendert Cornelis Dorresteijn, rondgedwaald hebben, loopt van de Zuid-West Binnensingel naar de Hobbemastraat. Meindert Hobbema (1638-1709) was een kunstschilder. Een deel van de straten in die omgeving is naar kunstschilders genoemd, vandaar de Schilderswijk.

Het was een woonstraat met eigen huizen. Mijn vader, een eenvoudige smid, kocht hier als arbeider een eigen huis, iets dat in die tijd zeker niet gebruikelijk was. In onze straat waren ook kleine winkeltjes, zoals een slijterij, een sigarenwinkel, een meubelmakerij, een klokkenmaker, een vishandel en een was- en strijkinrichting. De Hobbemastraat was de echte winkelstraat. Daar zaten groenteboer Meijer, slager Ballering en Raateland, kruidenier Insulinde, Boekhandel Roebert en Paap en manufacturenzaak Lombert Hendriks.

De singelkant was nog levendiger. Het vervoer van kolen per schip door de gracht naar de elektriciteitsfabriek aan De Constant Rebecquestraat, de aanvoer van hout bij Dekker, er viel heel wat te zien. Dekker had een groot perceel achter de Herderslaan voor kantoor, opslag van hout en een zagerij. Op de Binnensingel was een opslagplaats van oud ijzer van Dinkhuyzen, waar mijn vader plaatijzer uitzocht om er tijdens de Tweede Wereldoorlog Mayo-kacheltjes van te maken. Er naast was zowaar ook nog een kinderspeeltuin. De Hobbemastraat, de Van Mierisstraat en de Teniersstraat waren de straten van mijn vroege jeugd. Daar waren de kerk, de kapel, de St. Augustinus-school en de MULO met de naam Cordi Jesu Suavisimo. Daar zwaaiden schoolhoofden als Kraakman en Waarsenburg destijds de scepter en hier probeerde men pientere Schilderswijkse jongens algebra, meetkunde en goniometrie bij te brengen, want het zou toch prachtig zijn als een ‘zoon’ uit deze buurt het tot ingenieur of iets dergelijks zou kunnen brengen.

In de Hobbemastraat had je eind 1939-1940 winkeliers die sympathiseerden met de N.S.B. of de Nederlandse Unie, rivaliserende politieke groeperingen. Er waren vaak opstootjes en vechtpartijen die door agenten in een motor met zijspan en met de blanke sabel in de hand uiteen werden gedreven om de orde te herstellen. In de buurt woonden ook joden. In het jaar 1944 gebeurde er op een dag iets dat men al langer verwachtte. De straat werd door soldaten afgezet. Razzia op onderduikers! Soldaten gingen vervolgens alle huizen een voor een binnen. Ze moesten die uitkammen op zoek naar mannen die zich hadden verborgen. Ik herinner mij dat zo’n soldaat ons huis binnenslofte, vermoeid op een houten keukenstoel neerzeeg en mij, mijn zus en broertje ziende zei: “Das sind gleich meine Buben in die Heimat!” Hij slofte vervolgens tot aller opluchting ons huis weer uit. Hij was vermoedelijk de ‘Krieg’ spuugzat. In de oorlogsjaren werden de paardenkeien in de Hobbemastraat vervangen door asfalt. Dat was glad en goed om te rolschaatsen.

Na de oorlog
Na de bevrijding in 1945 kwamen sport- en jeugdverenigingen weer langzaam op gang. De gymnastiekvereniging St. Raphael, onder leiding van de heer Koningsbrugge, de voetbalvereniging VVP (in de volksmond Vullis Van Pastoor genoemd), padvindersgroepen onder de naam St. Willibrord en een organisatie voor arbeidersjongeren, de K.A.J. Er was een soort cultureel trefpunt in het parochiegebouw St. Pancratius waar de wijktoneelvereniging De Cothurn jaarlijks een opvoering gaf die nog enigszins betaalbaar was. Dit bracht samen met de vele kerkelijke feestdagen enige saamhorigheid tot stand. Mijn broer en ik gingen stiekem in de vakantie mee met de algemene groepen, want die gingen van station Hollands Spoor met de trein helemaal naar Waalsdorp, terwijl de katholieken in groepen voorafgegaan door een kind met een houten bordje met een letter er op naar het Zuiderpark gingen lopen. Ook gingen wij stiekem naar films van Laurel & Hardy bij het Leger des Heils op de Steijnlaan. Dat was vanzelfsprekend een kwalijke zaak die wij geheim hielden voor onze ouders, want daar hoorde je niet. Op vijftienjarige leeftijd werd ik verkenner bij troep I van de Willibrordusgroep onder leiding van hopman Wim Dijkmans. Dat was een model padvindersleider met Engelse ideeën.

Ik behaalde ondanks de hongerwinter en schooluitval in 1946 met moeite een uitgekleed MULO–A-diploma en ging daarna nog drie jaar naar de vijfjarige Handelsavondschool aan de Bloemfonteinstraat, waar ik het einddiploma en PD-Boekhouden behaalde. Op 6 januari 1947 ben ik als jongste bediende – in korte broek – gaan werken bij G.C.T. van Dorp & Co. op de Prinsegracht 83, een groothandel in school- en kantoorbehoeften. In de etalage ernaast stond een koe. Vier jaar later moest ik in militaire dienst, die ik na twee jaar als sergeant verliet. In 1955 ben ik getrouwd en voordat mijn vrouw en ik naar de nieuwbouw aan de De Gaarde konden verhuizen, hebben we nog enkele jaren aan het Vaillantplein gewoond met uitzicht op het Rijksbelastingkantoor, later de Blauwe Aanslag genoemd. Dit zijn herinneringen uit mijn 86-jarig geheugen.

Cor Peperkamp
cwa.peperkamp@ziggo.nl

Carl Doeke Eisma
carleisma@planet.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann