Asta: een nieuw bioscooppaleis

Den Haag kent een rijke cultuur in de vestiging van bioscopen, en het wachten is op een boekuitgave met daarin vermeldt de volledige geschiedenis van al die kleine en grote theaters, want wie kent ze nog? In het kader worden enkele vergeten namen naar voren gehaald.

Maar een bijzonder theater was toch wel Asta aan het Spui als een waardig bioscooppaleis. Op Eerste Kerstdag 1921 beleeft het theater zijn openingpremière. De Haagse architect Wilhelmus Bernardus van Liefland (1857-1919) vervult in die ontwikkeling een marginale rol. Eerst maakt hij in 1918 een nieuw ontwerp voor het Olympiatheater aan het Prins Hendrikplein in stijl ‘Amsterdamsche School’. Maar de tekeningen belanden in een archiefdoos. Ook vervaardigt hij de eerste schetsen voor het eerste Asta-bioscooptheater, zo vernoemd naar de mateloos populaire Deense filmactrice Asta Nielsen (1881-1972), befaamd uit de geluidloze filmperiode.

In opvolging van Van Liefland wordt de jonge architect, Jan Willem van der Weele (1888-1948), aangesteld dit werk op zich te nemen. Voordien is hij 12 jaar werkzaam als chef de bureau bij de architect Johannes Mutters Jr. (1858-1930). Met heel veel energie toog hij aan het werk als opdracht van de beide bioscoopexploitanten; Arthur en A.F.J.L. de Haan, die aan het Spui de exploitatie van de Union-bioscoop bestierden. Men dacht niet lichtzinnig over de bouw voor dit grootse bioscoopgebeuren uitgerust met 1.200 stoelen waarvoor een vennootschapskapitaal van 1 miljoen beschikbaar, maar het voorlopig moest doen met 700 aandelen van ieder 1.000 gulden (waarde van 1.000 gulden in 1921, circa 7.300 euro nu). De bouw van de eerste ‘Asta’ is een kunstzinnige samenwerking tussen architect Van der Weele, en sierkunstenaar Chris Lebeau (1878-1945) die voor dit ‘gesamtkunstwerk’ de complete regie voert over de interieurinrichting en boven de toegangsdeuren aan de voorgevel aanbracht enkele glas in loodramen. ‘Het spreekt dat Van der Weele en Lebeau voor een geheel andere opdracht stonden, daar een theater totaal andere eisen stelt dan een kantoor, maar het lijkt ons dat ook zij door een goede eenheidsengel zijn geïnspireerd. Beeldhouwwerk, versiering, betimmering, beglazing, ze komen allen voort uit een en dezelfde kunstenaarsgeest en het was van dien geest de trots samen te werken met de bouwmeester’, aldus een recensie.

Een eerste blik op de plattegrond maakt algauw duidelijk dat voor de architect de opdracht niet al te makkelijk was, gezien de hartlijn van de zaal en voorgedeelte niet lagen in elkaars verlengde. De boosdoener en als een sta-in-de-weg een bestaand perceel ernaast met servituutgang. De zaal lag veertig centimeter dieper en beneden in de zaal waren 844 zitplaatsen. Uniek was ook de ingenieus gebouwde balkonconstructie, en als geheel zal Asta worden uitgevoerd door de bekende Haagse aannemersfirma H.F. Boersma. Temidden van de zandstenen gevel in uitgesproken felle kleuren kwamen naar Lebeau’s ontwerp, de glas in lood ramen. Het Haags Gemeentemuseum bezit enkele proeframen die zijn vervaardigd in het bekende glasatelier van Hans Liefkes (1891-1967) aan de Da Costastraat 10.

In de voorgevel, een aangebracht driedelig glas in loodraam ‘de aanbidding van het gouden kalf’, de overige ramen verbeelden als allegorisch thema; Moederweelde, vrouw in verschillende levensomstandigheden, industriearbeiders, en arbeiders in diverse beroepen. In de grote zaal hoofdzakelijk in beukenhout getimmerd, en overwegend bekleed met de kleuren paars en groen waren langs de wanden allegorische voorstellingen van Lebeau aangebracht, evenals het grote toneeldoek uitgevoerd in batiktechniek en vervaardigd in de ateliers van Agathe Wegerif- Gravenstein (1867-1944) te Apeldoorn. Binnen het batikken ontstaat een aparte kunststroom door kunstenaars die er panelen van maken, speciaal voor wanddecoratie, zo ook Chris Lebeau in deze opdracht. Deze uit Indonesië afkomstig techniek in versiering van fluwelen stoffen of bijvoorbeeld trijp houdt in, dat die delen van de drager, die niet geverfd mogen worden, met was worden bedekt. Een procedé dat herhaald kan worden, afhankelijk van de verschillende kleuren die het decoratiepatroon vereist. Een nieuwe tijdsgeest en een nieuw elan zorgen ervoor dat op 22 mei 1938, dit fraaie bioscooptheater voorgoed de deuren sluit voor nieuwbouw door architect J.L.J. van den Hoek. Hij was eerder architect voor ‘Metropole Palace’ aan de Carnegielaan (opening 15 oktober 1936). De hoogte van dit bioscooppaleis bedraagt 20,5 meter en is voornamelijk in gepolijst Zweeds graniet opgetrokken. De rest van de voorgevel uit baksteen met een uitsparing voor enkele raampartijen. Er waren in totaal zes in brons uitgevoerde toegangsdeuren en met twee liften uitgerust. De voorgevel als architectuurvorm kent een vrij sobere structuur inherent de tijdgeest, in tegenstelling tot de eerder toegepaste artistieke uitvoering als eerste Asta-bioscooptheater uit 1921. Asta, is binnen het UFA-concern, een van drie Nederlandse bioscopen dat zichzelf afficheert als prettig en comfortabel met op het toneel vanuit de keldergewelven oprijzend een concertorgel dat uit circa 3.500 orgelpijpen geluid voortbracht. Op woensdagavond 19 oktober 1938 wordt dit nieuwe Asta-theater feestelijk geopend in bijzijn van Johan Heesters en filmactrice Zarah Leander. En ja, dit is humor! Want het feestelijke voorprogramma voorzag in; het leven van de zeehonden op de wadden in de Noordzee!

Deze chique en tevens moderne bioscoop sluit in 1985 voorgoed zijn deuren. Opnieuw verliest filmstad Den Haag een waardig bioscooppaleis. Al is de eerste versie als bioscooptheater het meest interessante voorbeeld met voornamelijk een artistieke inrichting.

Peter van Dam
vandam.peter@gmail.com

Peter van Dam, W.B. van Liefland (1857-1919). Eigenzinnig Haags architect en stedenbouwkundige, De Nieuwe Haagsche, 2017.

 

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann