De razzia van dinsdag 21 november 1944

Nadat in Rotterdam op 10 november 1944 een grote razzia werd gehouden voor de Arbeidseinsatz, lag het voor de hand dat Den Haag de volgende stad zou zijn.

Mijn vader was toen 39 jaar en zou dus onder de doelgroep van 17 tot en met 40 jaar vallen. Daarom maakte hij eerst een schuilplaats in de bergruimte boven de schuifdeuren en het plafond. Toen er echter het gerucht ging dat dit een bekende plaats was, werd in overleg met de onderbuurman Van Beek, van de sigarenwinkel, besloten om daar onder de vloer te schuilen.

In de nacht van 21 november werden wij wakker van het lawaai van militaire voertuigen in de straat. De school van de Linnaeusstraat waar wij vanuit ons huis op uitkeken werd door de Duitsers als centrum genomen. Om nog naar beneden te gaan was al uitgesloten. Ook het plan om met een touw vanaf het balkon naar beneden te zakken, was te riskant vanwege het helder maanlicht en het directe zicht op de school en soldaten.

Na een angstige periode van ‘wat nu’, besloot mijn vader om zijn persoonsbewijs te vervalsen. In plaats van 1905 krabde hij een deel van de 5 weg en maakte er een 3 van, dus 1903.

Daarmee was hij 41 jaar geworden. Maar het gekrab was wel te zien als je het nauwkeurig bekeek.

Toen de dag begon bleek dat de Duitse soldaten de wijk van buitenaf begonnen uit te kammen. Daardoor waren wij als laatste aan de beurt. Er volgden dus nog vele spannende uren. Waarschijnlijk heeft dat het voordeel gegeven om goed voorbereid te werk te gaan. Toen het zover was, en er aan de bel werd getrokken deed mijn moeder de slaapkamerdeur dicht om het in de gang wat donkerder te maken, en zette mij en mijn zus voorop en ging met mijn vader achter ons staan. Toen de deur open ging kwam er een jonge soldaat naar binnen. Hij keek met belangstelling naar mijn zus en zei: “Ah, ein Mädel”. Vervolgens wierp hij een blik in het persoonsbewijs, keek nog eens naar mijn zus en ging weer weg. We waren goed weggekomen.

Onze overbuurvrouw op het portiek, was met een Duitser getrouwd. Haar man was toen in Duitse militaire dienst.

Toen zij mijn moeder zag vroeg zij: “Jouw man is toch nog geen 40 jaar?”, maar natuurlijk werd dat heftig ontkend.

Mijn vader had nog twee jongere broers, Dorus (Theo) en Dirk. Dorus was 34 en had in die tijd kennis aan zijn latere vrouw Annie van der Starre. Hij heeft ondergedoken gezeten bij zijn toekomstige schoonfamilie.

Het toeval wilde dat deze Van der Starre trambestuurder bij de H.T.M. was en dat hij met de tram groepen opgepakte mannen moest vervoeren naar Delft, voor later transport met schepen richting Amsterdam. Dirk, die nog bij zijn moeder thuis woonde, had niet durven onderduiken en was meegenomen.

Toen hij op de tram stond, werd hij herkend door Van der Starre. Die stelde voor om op de Hoornbrug de tram wat af te remmen en zo Dirk de kans te geven om er af te springen. Vanwege de bewaking durfde Dirk dat niet aan. Vier maanden later is hij in Wisch gestorven aan dysenterie en een longontsteking, en ligt nu begraven op de Centrale Begraafplaats der Oorlogsgravenstichting te Loenen. Wat er in die tijd met hem is gebeurd, kunnen wij slechts gissen. Het boek Operatie Sneeuwvlok van Reinold Vugs beschrijft hoe de opgehaalde mannen op verschillende manieren werden afgevoerd. De ongeveer duizend mannen die naar Delft werden gebracht, werden per rijnaak naar Amsterdam vervoerd. Met 100 tot 150 man in het ruim van het schip voeren de schepen via Rotterdam over de Lek naar Vreeswijk en dan via Utrecht naar de Borneokade in Amsterdam. Deze tocht duurde ongeveer vijftig uur, en toen pas kregen de mannen iets te eten. In de nacht voeren de schepen verder over het IJsselmeer naar Kampen. Door het ontbreken van toiletten werd het een grote bende aan boord. Na Kampen ging het in kleinere groepen naar allerlei bestemmingen. Het werk bestond dikwijls uit het graven van loopgraven voor de komende strijd. Dirk is gestorven in Wisch (nu gemeente Oude IJsselstreek) op 01-04-1945, een dag voordat zijn vader stierf aan de gevolgen van de hongerwinter. Hij werd begraven in Terborg, juist toen deze omgeving werd bevrijd.

Januari 1957 werd Dirk herbegraven op de Centrale Begraafplaats der Oorlogsgravenstichting te Loenen.

Bij de razzia in Den Haag, bekend als Operatie Sneeuwvlok, werden ongeveer 15.000 mannen opgehaald – wat voor de Duitsers een slecht resultaat was ten opzichte van de 50.000 man in Rotterdam. Maar die waren ook niet van tevoren gewaarschuwd.

J. Meershoek
j.meershoek@casema.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann