Fransman krijgt heerlijkheid Marlot in 1646

Uit de stokoude Franse familie De Morlot is David de Morlot voortgekomen die rond 1622 naar Nederland kwam. Als David van Marlot leefde hij hier verder en overleed in Den Haag in 1680. Voor bewezen diensten kreeg de vertrouwensman van Prins Frederik Hendrik (1584-1647) een stuk grond tot zijn beschikking dat toen nog in Wassenaar lag. David noemde het naar zijn verbasterde familienaam.

Alsof de Oranjes de Hollanders niet leken te vertrouwen, steunden ze veel op regimenten onder bevel van Schotse, Zwitserse maar ook Franse aanvoerders. De protestante David van Marlot (1593-1680) werd in Franche-Comté geboren, zat in 1609 op de academie van Genève en is als twintiger al te vinden in het leger van de Prins. Van stalmeester tot sergeant-majoor in 1635, maar wat belangrijker was: hij werd gouverneur van de zoon van de Prins van Oranje: Willem II (1626-1650), die op 14-jarige leeftijd zou trouwen met de 9-jarige Engelse prinses Maria Stuart, de oudste dochter van koning Karel I.

Heerlijkheid
In 1646 kreeg David een eigen heerlijkheid van de Prins, dat gelegen was aan de Bezuidenhoutseweg naast het ‘Haegsebos’ aan de ene zijde en aan de andere zijde werd begrensd door de heerlijkheden Arentsdorp en Waelsdorp. Eigenlijk lag deze heerlijkheid op Wassenaars grondgebied en werd pas in 1907 bij Den Haag getrokken. De Franse vertrouweling kwam in een gespreid bedje terecht. Op het landgoed stond een riante hofstede, waarvan de ouderdom terugging tot 1569, het jaar waarin Jan Hymans van de Ketel het land met opstallen verkocht aan Cornelis Duyst van Voorhout. Ketel was hiermee de eerst aantoonbare eigenaar, maar daar het archief niet verder teruggaat, kan het landgoed best nog ouder zijn geweest. Voordat David van Marlot zijn naam gaf aan het landgoed, werd er gesproken van hofstede ‘de blauwe kamer’, waarvan de oorsprong teruggaat tot midden vijftiende eeuw.

Huis ten Bosch
De heerlijkheid had een oppervlakte van zo’n twintig hectare. De ingang van de buitenplaats lag aan de weg van Den Haag naar Leiden. Het leven in het bosrijke gebied was dermate aangenaam, dat zijn broodheer Frederik Hendrik weldra ook plannen maakte om daar een buiten neer te zetten. In 1645 werd begonnen met de bouw van het huidige paleis Huis ten Bosch. Tussen landgoed Marlot en Huis ten Bosch stond het aloude landgoed Reigersberg, dat in die tijd werd bewoond door Maarten Maartensz van Reigersberg (circa 1559-1625). Het was een imposante boerderij, waarvan de ouderdom teruggaat tot 1462, toen het landgoed in eigendom was van de adellijke familie Van Assendelft. In die landelijke omgeving op de grens van Wassenaar en Den Haag, voelde Marlot zich prima thuis. De grens met buurman Lambrecht d’Overschie, die landgoed Hoogwerf bezat, werd in 1652 precies afgebakend, nadat hierover onenigheid was ontstaan.

Stand
David wist goed wortel te schieten in Den Haag dankzij zijn prinselijke protegé. Hij kreeg diverse hoge bestuursfuncties, die zorgden voor een onbezorgd leven. De functie van president van de Hoge Krijgsraad vervulde hij van 1643 tot 1650, maar het tractement kreeg hij zijn leven lang doorbetaald. Genoeg vermogen om te trouwen met de eveneens welgestelde Anne Marie van Steelant, die hem vier kinderen gaf: twee zonen en twee dochters. De tweede zoon werd de nieuwe heer Van Marlot. Zijn vrouw Anna van den Boetzelaar vond ‘Huize Marlot’ echter beneden haar stand, zodat de Marlots eruit verdwenen.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann