De vergeten storm van 1911: natuurgeweld over Den Haag

Zaterdag 30 september 1911, het Haagse publiek maakt zich op voor een ontspannen zaterdagavond. Want als men zich wil vermaken is er genoeg te doen. In de Scala treedt Nap de la Mar, met zijn gezelschap, op in de klucht ‘Henkie op Manoeuvre’. Bij de Franse Schouwburg staat de voorstelling ‘Romeo et Juliette’ op het programma. Liefhebbers van misdaadfilms kunnen hun hart ophalen aan de film ‘Raffles de Salondief’ in het Olympia-Theater. En wat te denken van de film ‘Het aardige, lieve dienstmeisje’ in de Passage Bioscoop? Het weerbericht voor die zaterdag en zondag luidt: ‘Verwachting (tot den avond van 1 oktober). Wind: heden stormachtig zuidelijk, morgen matig tot krachtig noordelijk; meest zwaar­bewolkte lucht, waarschijnlijk regen- of hagelbuien; guur weer.’ Het lijkt een gewone herfstachtige weekend te worden.

Maar tegen het eind van de zaterdagmiddag krijgt de afdeling Plantsoenen van Publieke Werken bericht dat een boom op het pleintje voor het Museum Mesdag, ‘raar’ begint te doen. Boom en belendende huizen lopen gevaar. Stutten is wenselijk. De reuzenbeuk wordt gekortwiekt, aan kabels gelegd en gestut.

Inmiddels zijn gemeentewerklieden op de hoek van de Timorlaan in de weer met een boom, die op een muur is neer­gekomen. In zijn val heeft hij een straatbordje, een lantaarn en een gedeelte van de omheining verbrijzelend. De takken worden afgekapt en de stam opgeruimd.

Dit blijkt het begin te zijn van een nacht om nooit te vergeten. Want de komende uren wordt Den Haag en omgeving geteisterd door een superstorm met regen- en hagelbuien, ruimend van zuidwest naar noordwest, met windkracht 11 toenemend tot 12. Eerst in de vroege uren van zondag 1 oktober zal de wind langzaam afnemen tot kracht 9.

Tegen zeven uur ’s avonds is de stevige bries een halve storm geworden. Gierend jaagt de wind door de straten. Wie niet op straat moet zijn, rept zich naar huis. In het centrum wordt door de storm verschrikkelijk huis gehouden. Op de Vijverberg, Kneuterdijk, Alexandersstraat, Sophialaan, Prinsegracht en Hobbemaplein overal storten in de loop van avond en nacht reusachtige bomen met donderende slagen neer. Ruiten worden ingedrukt, lantaarns omver gesmeten, elektrische straatlampen worden van de draden gerukt. Kletterend vallen ze in gruzelementen. Het licht in Den Haag is gedoofd. Hier en daar brandt nog een gaslantaarn. Intussen is de elektrisch tram tot stilstand gekomen. Draden van de bovenleiding slingeren in allerlei richtingen over straat; de stroom wordt afgesloten. Reddingsbrigades van brandweer en tram moeten op vier, vijf plaatsen tegelijk zijn. Op de gevaarlijkste punten leidt de politie voorbijgangers, tussen de chaos van bomen, takken, bladeren en elektriciteitsdraden door. Op de Mauritskade vliegen elektrische booglampen in brand, tengevolge van het knappen van de elektriciteitsdraden van de tram. Het Spui wordt door de politie afgezet omdat het daar door vallende tramdraden gevaarlijk is. Overal liggen verwrongen beugels en draden. De trams kunnen niet naar de remise dus houden conducteurs en bestuurders de hele nacht de wacht bij hun wagens. Even buiten de stad, op Duindigt, zijn de afgelopen week vliegdemonstraties gehouden. De bekende Groningse aviateur Sieb Koning (1889-1962) heeft daar zijn kunsten vertoond door binnen 12 minuten vier rondjes om het terrein te vliegen. Door de storm waait de hangar, waarin zijn vliegmachine staat, omver. De machine, een ‘Goupy’ dubbeldekker is totaal verbrijzeld; alleen de motor is nog bruikbaar. De restanten zullen voor reparatie naar Parijs worden gebracht. Sieb is niet de enige die door de storm schade lijdt.

Slachtoffers
Omdat de storm in de nacht van zaterdag op zondag woedt, zijn er in Den Haag weinig slachtoffers gevallen. In het Westeinde valt een afgewaaid uithangbord voor de voeten van een bejaarde voorbijganger. Van schrik zakt de man bewusteloos in elkaar. Per rijtuig wordt hij naar zijn woning op de Koningin Emmakade gebracht. Op de Prinsegracht waait een ruit stuk. Een glasscherf treft een vrouw aan haar hoofd. Met een hevig bloedende hoofdwond wordt zij in het ziekenhuis opgenomen en behandeld. Een bijna ongeluk vindt plaats op de brug over het Verversingskanaal, bij de Laan van Meerdervoort. Door een windstoot raakt een vrouw bijna te water; voorbijgangers kunnen haar net op tijd redden. Minder fortuinlijk is een koetsier in de Laan Copes van Cattenburch. Een draad van de bovenleiding, die is losgerukt, wordt door hem niet opgemerkt. Hij blijft er met zijn kin aanhangen en slaat over zijn rijtuig heen. Na met armen en benen in de lucht te hebben gesparteld valt hij op straat. Met ernstige verwondingen wordt hij per auto naar het ziekenhuis gebracht. Het paard is op hol geslagen en draaft de Anna Paulownastraat in. Op de hoek van de Laan van Meerdervoort rent hij de stoep op en verbrijzelt een winkelruit. Daar gelukt het omstanders het razende dier tot staan te brengen. Ook elders in de stad raakt een paard door de storm in paniek. Bij het Staatsspoor schrikt een paard voor een huurrijtuig van de storm. Een politieagent, die het angstige dier tracht te kalmeren, raakt beklemd tussen dit rijtuig en een andere koets. Met kneuzingen aan zijn linkerbeen en lies wordt hij vrijgesteld van verdere dienst. Dit geldt ook voor een agent die op het Zieken afgewaaid zink opruimt. Hij raakt ernstig gewond aan zijn rechterhand. Tussen twee haakjes die nacht worden twee personen gearresteerd voor het stelen van zink. Op het Gevers Deynootplein raakt een politieagent gewond aan zijn hoofd door rondvliegende bakstenen. Er is ook klein leed. Zaterdagavond trapt iemand, bij de Molenstraat, op een afgewaaide plank en komt met zijn voet in een spijker terecht. In de gemeente-apotheek wordt zijn voet verbonden.

Het Haagse Bos
Het Haagse Bos, inclusief Malieveld, strekt zich over ruim 2,5 kilometer uit van het zuidwesten naar het noordoosten en zal over de gehele lengte bloot worden gesteld aan de storm. De bomen staan nog volop in blad en, omdat de zomer van 1911 uitzonderlijk droog is, geeft de dorre grond weinig weerstand aan de boomwortels. Oorzaken waardoor het Haagse Bos een makkelijke prooi wordt van de storm. Omstreeks vier uur ’s middags valt de eerste iep aan de Hoofdlaan. Langzamerhand beginnen er meer bomen te vallen. De grootste verwoesting vindt die nacht plaats tussen tien en twaalf uur. In de stikdonkere nacht hoort men, keer op keer, scherp gekraak als van een pistoolschot. Dan een doffe slag en men weet het, er is weer een woudreus gesneuveld. Dit gaat de hele nacht door. Er zullen bijna 2.650 bomen bezwijken. Mensen menen hulpgeroep te horen, maar gelukkig blijkt dit (achteraf) loos alarm te zijn.

Bij het eerste morgenlicht krijgt men een goed beeld van de verwoesting. Het Haagse Bos is totaal onherkenbaar geworden! Honderden woudreuzen zijn geveld. De meesten zijn met wortel en al omgevallen met geweldige aardkluiten aan hun voet. Anderen zijn versplinterd of in stukken geslagen. Een boom is verticaal over heel zijn lengte in tweeën gekliefd. Het is de aanblik van een slagveld. De wegen door het bos zijn versperd door bomen, die soms met zes of meer op en over elkaar liggen. Bovendien is de grond bedekt met takken en bladeren, die de wind op hopen heeft geblazen. Bij de Hertenkamp zijn twee trams van lijn 7 onder vallende bomen bedolven. Dat gebeurt zaterdagavond omstreeks half negen. De wagens zijn juist verplaatst omdat de plaats waar zij aanvankelijk staan te gevaarlijk is. Een zware eik heeft het voorbalkon van de een en het dak van de andere wagen versplinterd. Het bos is letterlijk veranderd in een ondoordringbaar oerwoud en trekt die zondagmiddag veel nieuwsgierigen. Er ontstaan files van kijklustigen. Velen, zelfs dames, maken er een sport van om op en over bomen klimmend de verwoesting van dichtbij te bekijken. Wegens het gevaar van omvallende bomen wordt deze vorm van ramptoerisme spoedig verboden.

Scheveningen
Op Scheveningen hangt zaterdagmiddag de stormbal aan de seinpaal bij de vuurtoren. Toch varen drie loggers uit; de vangst van de afgelopen week is uitstekend en binnenblijven tot maandag scheelt aan inkomsten. Bovendien zijn ze, als ze onder de kust kunnen komen, veilig. Maar in de loop van de avond gaat de voorspelde stormachtige wind over in een orkaan met windkracht 12. Onder de vissersgezinnen heerst grote ongerustheid over het lot van de bemanning van de vissersvloot. Die is enkele weken op zee en wordt juist een dezer dagen terugverwacht. Vissersvrouwen lopen wenend rond in angst over hetgeen hun mannen en zonen overkomen kan zijn. Later die week wordt duidelijk dat de storm fataal is geworden voor de bemanning van twee Scheveningse loggers, de ‘SCH 384’ de ‘Twee Maria’s’ met elf bemanningsleden en de ‘SCH 460’ de ‘Rotterdam’ met acht bemanningsleden. De ‘Twee Maria’s’ is een van de loggers die op zaterdagochtend zijn uitgevaren op hoop van zegen. Waarschijnlijk zijn ze die zaterdagavond door een grondzee over de kop geslagen waarbij de gehele bemanning is omgekomen. Een paar dagen later ziet de bemanning van een trawler in de buurt van IJmuiden de logger ondersteboven drijven. Bij Zandvoort spoelt het lichaam aan van een van de opvarenden. Familieleden bevestigen dat het matroos Leenderd de Best is. Ook zijn er in die dagen op Scheveningen onrustbarende geruchten over een logger, met een Scheveningse bemanning, die op de bewuste zaterdag uit Maassluis is vertrokken. Van deze logger is nog niets vernomen. Tot men het verschrikkelijke nieuws hoort dat op 9 oktober vissers uit Stellendam wrakhout uit de Noordzee hebben gevist dat, blijkens merktekens, afkomstig is van de logger ‘SCH 460’ de ‘Rotterdam’. Alle acht bemanningsleden, de jongste is de 11-jarige (!) Albert van der Toorn, zijn omgekomen. De namen van deze door de storm omgekomen vissers staan gebeiteld in het VissersNamenMonument op Scheveningen. Dit monument met 1.366 namen van op zee gebleven Scheveningse vissers bevindt zich bij het beeld van de Scheveningse vissersvrouw.

Door de storm beseft men nog eens temeer dat er twee Scheveningen zijn. Het vissersdorp waar negentien slachtoffers zijn te betreuren, tegenover de mondaine badplaats met alleen materiële schade. Door het opgezweepte water zijn alle strandgebouwtjes met inventaris kort en klein geslagen. Op het Gevers Deynootplein moet het hotel-restaurant ‘Altenburg’ het zwaar ontgelden. Tal van grote spiegelruiten en gekleurde glazen van de uitbouw worden door de storm ingedrukt. De vensters van het daarboven gelegen hotelgedeelte worden verbrijzeld. Op een bovenverdieping bezwijkt een binnenmuur en stort in onder vervaarlijk geraas; in andere muren ontstaan scheuren. De hotelgasten zoeken een veilig heenkomen in het souterrain. Van een aantal villa’s en andere gebouwen zijn schoorstenen en gedeelten van daken weggeslagen. Volgens ooggetuigen zijn in Duindorp alle schoorstenen gesneuveld. Scheveningen is vanuit Den Haag over de Scheveningseweg onbereikbaar geworden. Dreunend vallen daar eik na eik neer, men schat het aantal bomen dat is bezweken op ten minste honderd. Een zware iep heeft een bres geslagen in de tuinmuur van het Vredespaleis. Veel bomen nemen in hun val de lantaarnpalen van de elektrische straatverlichting mee. Men kan nauwelijks nog een hand voor ogen zien. De gehele weg is gebarricadeerd met bomen die als lucifershoutjes door elkaar liggen. Een enkele Scheveninger, die naar huis wil, komt na een paar minuten klauteren door het ‘oerwoud’ weer terug. In de duisternis is er geen doorkomen aan.

Loosduinen
Niet alleen Scheveningen maar ook het tuindersdorp Loosduinen raakt door de storm geïsoleerd. Want ook Loosduinen krijgt het zwaar te verduren. Er is niet alleen materiële schade maar er valt ook een dode te betreuren. Op de (Oude) Haagweg, ter hoogte van ‘Rusthoek’, waait de 11-jarige Johan de Lange van een brug valt in de Loosduinsevaart en verdrinkt. Door de storm sneuvelen duizenden broeiramen. De glasschade zal worden vergoed door de verzekeringsmaatschappijen. Maar de jonge groente zoals spinazie en postelein is door glasscherven vernield en onverkoopbaar. Ook waaien vruchtbomen om en worden appels en peren afgerukt. De komende dagen zal de aanvoer naar de veiling minimaal zijn. In het dorp hebben drie zware bomen het ijzeren hek voor de katholieke jongensschool vernield, de halve straat opgebroken en de ruiten stukgeslagen. Van het schooldak is een grote ijzeren windwijzer met hardstenen voetstuk omlaag gestort. Het dak van de katholieke kerk is bijna geheel van leien ontdaan. Typisch genoeg zijn het de woningen van de huisartsen die het moeten ontgelden. Bij dokter Bijl is het halve dak vernield en de woning van dokter Van Luik is zwaar gehavend.

Het wordt door de storm steeds moeilijker Loosduinen te bereiken. Langs de (Oude) Haagweg zijn twintig grote bomen omgewaaid en liggen over de rails van de stoomtram. In hun val hebben ze telegraaf-, telefoon- en elektriciteitdraden meegesleurd. Bij Eik en Duinen komt een molenaarspaard in aanraking met een afgeknapte stroomdraad en is op slag dood. Door alle hindernissen rijdt de stoomtram van de Lijnbaan naar Loosduinen stapvoets. De machinist moet om de paar meter stoppen om, samen met de conducteur, bomen door te zagen en obstakels van de rails weg te slepen. De rit van ongeveer 40 minuten duurt nu vier uur; de directie van de WSM besluit de dienst te staken. Ook elders zijn op het stoomtramnet problemen. Te Kijkduin stort de overkapping van het tramstation in bovenop een juist binnenrijdende stoomtram. Na een paar uur zwoegen krijgen machinist en conducteur de wagens weer vrij. Er vallen gelukkig geen slachtoffers.

Terwijl de storm Loosduinen teistert, vecht de bemanning van het Nederlandse vrachtschip ‘Solo’ – voor de kust tussen Ter Heide en Kijkduin – voor hun leven. De ‘Solo’ is die middag uit Rotterdam vertrokken, met bestemming Nederlands-Indië. Buiten de pieren is het schip een prooi van de zuidwester storm geworden. Het drijft stuurloos naar het noorden en strandt op een zandbank. Er worden vuurpijlen afgeschoten. De reddingsboot van Ter Heide vaart uit om de bemanning van boord te halen. Maar de duisternis en de storm maken dit onmogelijk. Onverrichter zake keert de reddingsboot terug.

Zondagochtend bij daglicht lukt het om met reddingslijnen het schip te bereiken en de 29-koppige bemanning, merendeel Javaanse bedienden, te redden. Het is opmerkelijk dat ondanks afgeknapte telefoon- en telegraafdraden het nieuws van de stranding in Den Haag snel bekend wordt. Want zondagmiddag zit de stoomtram van Loosduinen naar Kijkduin vol met kijklustigen!

Het is overigens niet enkel kommer en kwel in Loosduinen. De stropers beleven een gouden tijd. De duinkonijnen zijn door de storm de kluts kwijtgeraakt en laten zich makkelijk vangen. Door de buit onder hun jas te verstoppen zijn de stropers de jachtopzieners te slim af.

Een nationale ramp
De storm treft niet alleen Den Haag, maar teistert de gehele Nederlandse kust en de Zuiderzee (toen nog een binnenzee). De kracht van dit natuurgeweld laat zich het best illustreren door de vele, soms hartverscheurende, verhalen die in de loop van de week bekend worden.

Op Zuid-Beveland is een kilometers lange dijk met een spoorlijn weggevaagd. Vier locomotieven, wagons en gebouwtjes verdwijnen in de golven. Drie locomotieven zijn teruggevonden in de modderige bodem. Op de Schelde lijden 81 binnenvaartschepen schipbreuk. Een groot aantal opvarenden komt hierbij om.

In Bruinisse is de gehele vissersvloot vernietigd. De schepen liggen schijnbaar veilig in de haven. Maar de havendam blijkt niet bestand tegen de heftige golfslag en stort in. De boten in de haven raken op drift en worden tot wrakhout geslagen.

120 schepen kunnen de komende maanden niet uitvaren en 240 gezinnen worden in armoede gedompeld. Bovendien is geen enkel schip verzekerd, omdat open vaartuigen niet verzekerd kunnen worden en daarbij komt dat de meeste schepen zijn betaald met geleend geld.

Koningin Wilhelmina bezoekt het rampgebied en er wordt een nationale inzamelingsactie gehouden.

Ook op de Zuiderzee spookt het. De golven slaan hoog tegen de zeewering van Urk. Ten noorden van het eiland dobbert een zeer klein bootje met aan boord de 72-jarige visser Klaas de Boer en zijn dochter. Ze zijn ’s morgens vroeg uitgevaren om uitstaande netten binnen te halen en worden door de storm overvallen. Door de hoge golven slaat telkens water in het open bootje. Door voortdurend te hozen blijft het scheepje drijven. Na urenlang in gevaar te hebben verkeerd, worden vader en dochter door vissers gered.

Uit de verhalen blijkt dat de slachtoffers van de storm vooral vissers, zeelui, loodsen en binnenschippers zijn. Langs de hele kust spoelen talloze lichamen aan. Bij Hoek van Holland spoelt een fles aan, door een Duitse kapitein in zee gegooid, met daarin 275 mark en een briefje voor zijn vrouw, waarop staat geschreven: “Mijn laatste hoop…” Maar ook op de binnenwateren zijn veel slachtoffers te betreuren. Te Steenbergen, bij het Volkerak, spoelen 28 lichamen aan. Ooggetuigen zien lichamen voorbijdrijven, waaronder een vrouw met haar kind op de borst vastgebonden. Hoeveel slachtoffers door deze storm zijn gevallen, zal wel altijd onbekend blijven.

Nasleep
Wat ik in de voorgaande hoofdstukken heb beschreven, is slechts een fractie van hetgeen zich in de nacht van 30 september op 1 oktober in Den Haag (en Nederland) heeft afgespeeld. Omdat de storm ’s nachts over de stad trok, zijn er relatief weinig gewonden gevallen. De meeste slachtoffers kwamen op zee om. De ongemakken door de vernielingen, zoals openbaar vervoer en de afgebroken telefoon- en telegraafverbindingen naar de omringende steden, waren spoedig hersteld. Op het eind van de week was het elektrische tramnet nagenoeg geheel te berijden.

Het herstel van het Haagse Bos heeft jaren geduurd. Van de omgewaaide bomen werden takken en wortels afgezaagd en de stammen weggesleept, de bosgrond omgespit en vermengd met teelaarde en nieuwe bomen aangeplant. Van de gesneuvelde bomen kon aan de hand van de jaarringen de leeftijd worden vastgesteld. Die van de eiken was tussen de 250 en 260 jaar en van de meeste beuken tussen 140 en 150 jaar.

De schadevergoeding aan de tuinders in Loosduinen verliep niet altijd vlekkeloos. Zij die verzekerd waren bij de Eerste Onderlinge Broeiglasverzekering te Gouda, ontvingen pas in september 1912 – na juridisch getouwtrek en de instelling van een arbitragecommissie – een schadevergoeding. De gestrande ‘Solo’ kon, na veel technische problemen, begin maart 1912 vlot worden getrokken. De beschadigingen aan het schip vielen mee en na reparatie vertrok de ‘Solo’ weer naar Nederlands-Indië.

Herinneringen
Deze superstorm (ruim vier uur lang windkracht 12), maar ook die van 1953, komt niet voor in de storm ‘top 10’ van het KNMI! Oorzaak; de meteorologische apparatuur uit 1911 is naar huidige maatstaven onbetrouwbaar. Toch was het een storm met orkaankracht die veel slachtoffers heeft gemaakt. Wellicht leven herinneringen aan deze storm nog voort binnen families die slachtoffers hadden te betreuren. Maar bij het brede publiek is – na ruim honderd jaar en twee wereldoorlogen – deze superstorm in de vergetelheid geraakt. Met deze terugblik op de vergeten storm van 1911 heb ik getracht vooral het menselijk leed onder de aandacht te brengen.

Kees de Raadt
raadtvanleeuwen@ziggo.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann