Met een persoonlijk tintje als slot

Inmiddels was de laatste Nijhoff, Wouter Pzn. met pensioen gegaan en met de komst van niet capabele opvolgers groeide langzamerhand de onrust en de onvrede in het bedrijf.

De leidende staf, maar ook de wat jongere garde, kreeg steeds meer moeite met merkwaardige en onbegrijpelijke beslissingen. Bezwaren hiertegen en suggesties voor verbeteringen werden van de hand gewezen of doodgezwegen.

Signalering van het feit dat door de onstuimige groei van het bedrijf de stroom binnenkomende bestelde boeken onbeheersbaar dreigde te worden, leidde niet tot hervormingen. Ondanks enkele voorstellen daartoe van de mensen op de werkvloer.

Voor mij persoonlijk groeide de frustratie met de week. Want onze afdeling was verantwoordelijk voor de snelle en correcte afhandeling van de bestellingen van binnenlandse, meest Haagse instanties. Steeds minder konden we aan de verwachtingen van onze (goede) klanten voldoen, van wie we velen persoonlijk kenden, zoals eerder vermeld.

Het aantal en de frequentie van de telefoontjes van geïrriteerde klanten nam hand over hand toe. Je wist bijna niet meer welke smoes nu weer te bedenken. Steeds vaker dacht ik er aan op te stappen en ergens anders te gaan kijken. Er kwam nog bij dat mijn vrouw en ik een tweede kind verwachtten. Onze toenmalige woonsituatie was zodanig dat ook daarvoor een oplossing gevonden moest worden.

Het jaar 1970 zou uiteindelijk mijn laatste jaar bij Nijhoff worden. Rond die periode had de hele wereld het over ‘communicatie’ en dat bracht me op het idee bij ons de Boekenweek van dat jaar aan dat onderwerp te wijden. Met medewerking van collega’s van de bestelafdeling zochten we leverbare titels met betrekking tot dit onderwerp, bestelden ze met retourrecht en ik richtte er een tentoonstelling mee in. Met een aantal ludieke zaken die – op een of andere manier – met communicatie te maken hadden, werd de winkel ‘opgeleukt’. Men had toenmalig minister van C.R.M., dr. Marga Klompé, bereid gevonden de expositie te openen, hetgeen geschiedde op 2 april 1970, om 16.00 uur, ha!

Het was in september van dat jaar dat ik in het Nieuwsblad voor de Boekhandel een advertentie aantrof die me aansprak: ‘Chef boekhandel gevraagd in Leek. Huis beschikbaar!’ Ik solliciteerde en werd aangenomen; met ingang van 1 januari 1971. Het avontuur(tje) duurde echter niet langer dan bijna twee jaar.

Mijn vriendschap met André Houtschild, destijds directeur van Boekhandel Van Stockum, bracht mij terug naar ‘het westen’ en naar die bekende zaak aan het Buitenhof, waar ik nog 34 jaar met veel plezier heb gewerkt.

Sic transit gloria mundi
De kiem van dit sombere slotakkoord werd eigenlijk al vroeg gelegd: in 1947, direct na het overlijden van Wouter Nijhoff. Toen bleek dat Wouter Pzn. wel president-directeur werd, maar niet het aandelenpakket van zijn oom erfde! Pzn. was slechts in het bezit van vijf procent (!) van de aandelen en dat bleef zo. De rest was in handen van de familie van neven, nichten en aangetrouwden. Dus een weinig benijdenswaardige positie voor Wouter Pzn. en dat zou de firma enkele jaren later behoorlijk opbreken. Voorlopig dus nog geen vuiltje aan de lucht: de zaken gingen meer dan uitstekend en daar was iedereen druk mee. Echter, langzaam maar zeker kwam toch de pensioneringsdatum (1965) voor Pzn. in zicht en daarmee steeg de onrust onder de aandeelhoudende familieleden. Die familie kwam met een oplossing: men schoof – uit eigen gelederen – successievelijk twee jongere mannen naar voren als opvolger voor de laatste Nijhoff. Die kon niet anders dan hiermee instemmen, gezien zijn minderheidsbelang in de firma; bovendien had hij door zijn beminnelijk karakter een grote hekel aan confrontaties. De twee pogingen liepen op niets uit; voornamelijk door incompetentie van beide mannen en hun totale onbekendheid met het boekenvak, gekoppeld aan een autoritaire houding (!), waardoor ze op weinig of geen hulp en begrip van staf en medewerkers konden rekenen. President-commissaris N. van der Vorm, niet gehinderd door enige vorm van respect of feitenkennis, stelde in 1964 – zonder voorkennis of instemming van Wouter Pzn. – een nieuwe directeur aan, de heer H.J.H. Hartgerink (1916-1998). Ook deze nieuwbenoemde buitenstaander begreep absoluut niets van de unieke wetenschappelijke en internationale aspecten van het soort bedrijf dat Nijhoff was. Integendeel: chefs en collega’s reageerden slechts met een schouderophalen als hij iets te berde bracht wat nergens op sloeg of totaal niet paste in de bedrijfscultuur. Onder zijn bewind werden bovendien de onderhandelingen met het Kluwer-concern over de overname van Martinus Nijhoff N.V. opgestart en de totale ondergang ingeluid! Gerits en een aantal andere bekwame stafmedewerkers zagen de bui al hangen en namen ontslag. Alleen Brandt Corstius bleef trouw de jaarlijkse trips naar USA, Canada, Japan en Australië maken.

Zoals verwacht had Kluwer noch de managementstructuur, noch de internationale ervaring om met een bedrijf als Nijhoff succes te hebben. Aan de Nijhoff-familie was echter beloofd vijf jaar lang geen belangrijke veranderingen door te voeren, maar na afloop van dat tijdsbestek was er desondanks van het ‘Nijhoff sinds 1853’ niet veel meer over. Eerst de ontmanteling van de uitgeverij, waarbij de lucratieve uitgaven – waaronder de Van Dale en De Fruin – werden weggehaald, even later gevolgd door de imprint ‘Nijhoff’, wereldwijd bekend en identiek met kwaliteit. Daarna volgde het sortiment aan het Voorhout, zoveel jaren een trefpunt van politici, juristen, schrijvers en kunstenaars.

Uiteindelijk werd in 1980 de boekenexport en tijdschriftenafdeling doorverkocht aan een investeringsmaatschappij onder de naam Martinus Nijhoff International. Men vestigde zich in Zoetermeer en onder leiding van Bas Guijt heeft men daar nog vele jaren succesvol geopereerd, in ieder geval tot eind jaren negentig. Hoe het verder is gegaan, valt buiten dit bestek.

Nawoord
Nou, het ei is eindelijk gelegd. Na mijn boek over de firma Van Stockum 1833-2008. 175 jaar boekhandel, veilinghuis, uitgeverij en literair leven in Den Haag uit 2010 had ik me voorgenomen ooit iets dergelijks – maar minder omvangrijk – over Nijhoff samen te stellen. Tenslotte had ik daar het vak leren kennen en liefhebben. Die kennismaking destijds was kennelijk intensief en attractief, wat blijkt uit het feit dat ik me nu nog moeiteloos heel veel namen van oud-collega’s herinner. Van velen weet ik echter niet meer welke functie men precies had; sorry voor wie dat geldt in dit verhaal.

De weergave van de periode die ik zelf bij Nijhoff doorbracht berust op mijn herinneringen, met de mogelijkheid of waarschijnlijkheid dat ik er hier of daar naast zit. That’s all in the game!

Mijn laatste herinnering betreft iets dat het boekenvak aangaat: het ISBN is het Internationaal Standaard Boek Nummer. Het is een standaard in het vak en maakt een uitgave uniek herkenbaar, wat het opzoeken en vinden daarvan zeer vergemakkelijkt, met name voor werknemers van een boekhandel of bibliotheek. Dit begrip deed zijn intrede rond 1970, even voordat ik wegging. Toen deze ‘uitvinding’ in het nieuws kwam, waren de reacties bij Nijhoff lacherig, meewarig en vol onbegrip. Men zag het nut ervan totaal niet in! Ik heb het altijd merkwaardig en onbegrijpelijk gevonden dat deze vaklui – en dat waren ze in hun tijd en met hun mogelijkheden! – dat toen niet hebben onderkend.

Wanneer zouden ze tot inkeer zijn gekomen? Ik zal ’t nooit weten. Wat betreft de geschiedenis van het bedrijf tot en met ongeveer1959, heb ik geneusd in enkele publicaties van Henk Edelman: Nijhoff in America: Booksellers from the Netherlands and the development of American research libraries, part I,II and III. Eveneens uit het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 1895 en 1947; en uit het boek van Anton Gerits, Op dubbelspoor en Pilatusbaan, heb ik nuttig materiaal gebruikt met betrekking tot het antiquariaat.

Het gemeentearchief van Den Haag beschikt sinds een paar jaar over het Nijhoff-archief; de omvang en betekenis daarvan is m.i. enigszins teleurstellend. Dat zou voor een dergelijk bedrijf wel wat omvangrijker hebben mogen zijn. Gelukkig is het sinds kort – november 2016 – wel geïnventariseerd!

Bob Jongschaap
btjongschaap@ziggo.nl

Dit was het zevende en tevens laatste deel over het Nijhoff-concern. Alle voorgaande stukken zijn in de afgelopen zes uitgaven van De Oud-Hagenaar terug te lezen.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann