Het begon met Sensitivity-training

Mindfullness. Soulshooting retreat. Reflectiesessies. De innerlijke glimlach hervinden. Rebalancing. Holistisch detoxen. Zit je in de knoop? Even een cursusje en je voelt je weer helemaal in je kracht staan. Zou er dan toch verband bestaan tussen ontkerkelijking en het huidige, enorme aanbod in zieleheil?

Het begon allemaal met sensitivity-training.

Ik weet het nog goed. Het was in het begin van de jaren zestig. Ineens was daar het idee dat je met molentjes liep. Dat was niet zo erg, want goed beschouwd liep iedereen met molentjes. De een wat meer dan de ander, maar… het kon beter.

Onder leiding van godfathers als Carl Rogers en Kurt Lewin beseften we ineens dat we een innerlijke stem hadden, waarnaar we dienden te luisteren. En dat de koets het voertuig is waar we in zitten. En dat onze ziel pas een plek zal hebben om in te stappen als wij ons thuis voelen in dit aardse voertuig.

‘Leren in vrijheid’
‘Leren in vrijheid’ was toen het motto. En natuurlijk is dat gelukkig nog steeds zo. Maar toen Rogers mij, als beginnend tekenleraar op een havo-vwo, rond 1960 probeerde wijs te maken dat leerlingen ‘door provocatie moet worden geleerd de beperkingen die zij zichzelf hebben opgelegd, te overwinnen’, nam ik dat toen natuurlijk óók voetstoots aan.

Bij deze dus, met enige gêne, verslag van enkele van mijn ervaringen op het gebied van heelwording en het zoeken naar dieper contact met onszelf binnen de bedding van gelijkgestemden.

Kleurboeken
Op een goede dag deelde ik mijn leerlingen in klas 4-vwo kleurboeken uit. U weet wel: van die kleurboeken waar op de linkerbladzijde bijvoorbeeld een ingekleurde kabouter staat, en daarnaast een kabouter in zwarte lijnen. En dat het dan de bedoeling is, dat je de muts van de kabouter, die links al rood was gekleurd, op de rechterbladzijde ook rood kleurt. En zo verder.

‘Jullie mogen met die kleurboeken alles doen wat je maar wil, behalve waar ze voor bedoeld zijn’, luidde mijn opdracht.

Nou, dat was aan geen dovemansoren gezegd. Men ging als een gek aan de slag.

En het leuke was, dat je de niveau’s in durf, beperking en creativiteit al snel kon onderscheiden.

Sommige leerlingen gingen namelijk niet verder, dan de kaboutermuts blauw in plaats van rood te kleuren. Andere leerlingen tekenden, iets gedurfder, naast de kabouter nog een andere kabouter. Maar ze kregen pas een compliment van me als ze uit het platte vlak los durfden te komen. Door één of meer bladzijden uit het boek te scheuren en daar bijvoorbeeld ruimtelijke huisjes van te bouwen. Helemaal geweldig was natuurlijk dat meisje, dat alle bladzijden losscheurde en er twintig proppen van maakte. Toen vroeg ze om twintig lege, glazen potten die ze vulde met water. En deed vervolgens in iedere pot een prop. Klaar! Wim T. Schippers had er een voorbeeld aan kunnen nemen. Een tien dus.

‘Ga eens aan de slag!’
Eén jongen in de klas deed echter niets. Ik had hem al eens aangespoord toen ik langsliep. Maar tevergeefs. De volgende keer dat ik langsliep zat hij nog steeds wat hangerig achter zijn tafeltje te niksen. ‘Kom, joh. Ga eens aan de slag’, maande ik hem. Maar nee, hoor. Niks.

Toen we de resultaten hadden besproken vroeg ik hem enigszins geïrriteerd waarom hij niks had uitgevoerd.

‘Meneer’, zei hij. ‘De opdracht was, dat we álles mochten doen met dat kleurboek. Behalve waar het voor bedoeld was. Nou. Dat heb ik toch gedaan? Ik heb níks gedaan. En daar is zo’n kleurboek toch niet voor bedoeld?’

Kijk. Dat was nou typisch zo’n moment waarop ik als leerkracht in de klas ook zélf weer eens wat leerde. Die jongen kreeg dus ook een tien.

Zelfverzekerdheid uitstralen
Een ander ‘provocatie’-experiment betrof een opdracht, die de leerlingen van de brugklas in de schoolpauze in de hal van de school moesten uitvoeren.

Ik wees ze vooraf op het wonderlijke verschijnsel dat plaats vindt als mensen zich in de drukte moeten voortbewegen. In een winkelstraat bijvoorbeeld. Bij dreigende botsingen is er dan altijd wel iemand die het eerste uitwijkt om een botsing te voorkomen. Of, zo je wil, die het laatste uitwijkt. Of zelfs helemaal niet opzij gaat.

‘We gaan straks in de drukke hal oefenen’, luidde deze keer de opdracht. ‘We gaan kijken wie het laatst opzij gaat. Probeer zoveel mogelijk zélf de laatste te zijn die opzij gaat. Pas helemaal op het laatst moet je natuurlijk wél opzij gaan. Anders gebeuren er misschien ongelukken’.

Het was een oefening in zelfvertrouwen. Zelfvertrouwen dat de leerlingen op een natuurlijke wijze in de schoolhal dienden uit te stralen. Zodat anderen daarvoor eerbiedig opzij zouden gaan. En ja. Natuurlijk zijn brugklassertjes een stuk kleiner dan leerlingen uit 4-havo. Maar met zo’n prikkelende oefening in het regisseren van je eigen leven kan je niet vroeg genoeg beginnen, meende ik toen als trouw adept van Rogers.

Puinhoop
Hoe liep het af? Mag ik volstaan hier te vermelden, dat het een puinhoop werd? Er werd nog net niet gevochten. Er vielen nog net geen gewonden. Maar her en der moesten brugklassertjes van de grond worden opgeraapt. En af en toe huilen natuurlijk. Een heel volgend lesuur moest ik besteden om me er uit te praten.

Overspannen leerkrachten
Maar het kon nog erger op het gebied van sensitivity-training. Dat was enige jaren later. Kennelijk had ik mijn sporen op dat gebied verdiend. Want ik werd, samen met een collega, gevraagd om een goeroe bij te staan op een weekend waarin (in opdracht van de afdeling onderwijs van de gemeente Rotterdam) getracht werd om een dertigtal overspannen leerkrachten middels sensitivity-training weer in wat rustiger vaarwater te krijgen.

Het was in een landhuis aan het Rijn-Schiekanaal nabij Delft.

Na de koffie en een opbeurend woord van de goeroe kregen de leerkrachten de opdracht om eens goed rond te kijken in het zaaltje waar zij zaten. Om vervolgens met allerlei materialen (die ik speciaal voor deze gelegenheid verzameld had) de ruimte in ‘het tegendeel’ te veranderen. Licht moest donker worden. Gezellig ongezellig. Vol moest leeg zijn. Enzovoort.

Men ging aan de slag. Totdat alle meubilair buiten stond en we in volledige duisternis waren gehuld. Temidden van een gebergte van zwart plastic. Af en toe belicht door felle lichtflitsen. Het komende koninkrijk Gods dus. In optima forma.

De volgende opdracht hield in dat iedereen zich nu ergens in een hoekje moest verstoppen en middels een specifiek geluidje moest aangeven waar hij of zij zat. Om aldus in contact te treden met de al dan niet aanwezige medemens in de chaos van onbestemde aanvliegroutes.

Onderwijsfrustratie
Al spoedig hoorden we ergens ‘piep’. Toen een iets harder ‘hallo?’. Vervolgens kruisten diverse geluiden elkaar. Totdat al die jaren van onderwijsfrustratie en stress uiteindelijk ontaardden in een gebrul en geloei dat het een aard had.

Dat ging een kwartier zo door. Ik adviseerde de goeroe om er een punt achter te zetten. “Nee'”, zei hij. “Nou begint het pas.”

Flauwekul
Om een lang verhaal kort te maken: vanwege twijfel aan het nut van mijn aanwezigheid ter plaatse verliet ik de villa spoorslags en heb sindsdien nooit meer iets met sensitivity-training te maken willen hebben. En ook niet meer met al die flauwe kul die daar later rijkelijk uit voortvloeide.

Gewoon iedere ochtend na het dagelijkse stortbad even koud nadouchen lijkt me tegenwoordig meer dan voldoende.

Een andere mening toegedaan? Mail het naar julius.pasgeld@deoud-hagenaar.email.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann