‘Ernst Happel zei een jaar lang geen woord tegen me’

Rob Baan was ruim vijftig jaar voetbalprofessional. Hij was zelf geen grote voetballer, kwam voort uit het CIOS (Centraal Instituut Opleiding Sportleiders), maar werd wél een succestrainer in binnen- en buitenland. Hij boekte successen bij FC VVV, Roda JC, FC Twente, SC Cambuur, PSV, Excelsior, Sparta, de KNVB en de Australische voetbalbond, waar hij bij beide landen de status van ‘de enige ongeslagen bondscoach’ bereikte.

Hij was vooral de grote man achter de succesperiode van Feyenoord, waar hij als technisch directeur een fraai elftal bij elkaar selecteerde, het aandurfde de volslagen onbekende trainer Bert van Marwijk aan te stellen, en zodoende de Rotterdammers in 2002 de UEFA Cup bezorgde.

Maar hij was ook in totaal zo’n tien jaar, in drie verschillende periodes, werkzaam in Den Haag.

In de jaren zestig als assistent van de legendarische Ernst Happel en grondlegger van de succesvolle Jeugdopleiding van ADO. In de jaren tachtig was hij de verantwoordelijke man achter het ongeslagen kampioenschap van FC Den Haag. En begin deze eeuw was hij nog enige tijd technisch directeur bij ADO Den Haag.

In zijn meer dan boeiende biografie, samen geschreven met Chris Willemsen, verhaalt Rob Baan uitvoerig over zijn Haagse periodes. Er vallen heel veel bekende namen, zoals Tscheu-la Ling, Hans Suiker, Ron de Roode, Marco van Alphen, Dido Havenaar, Guido Pen, Chris Treling, Dick Advocaat, Joop Korevaar, Leo Schellevis, Aad Kila, Martin Jol, Remco Boere, Martin Toet, Johnny Nieuwenburg, Karel Bouwens, Johnny Dusbaba, Rinus Loof, John Linford, Dé Stoop, Heini Otto, Leen Swanenburg, Frans Danen, Boudewijn de Geer, Joop Lankhaar, Alfons Groenendijk en vele anderen, en niet te vergeten Dé Stoop, de voorzitter met wie Rob Baan destijds voortdurend overhoop lag…

NIET SLECHT VOOR EEN CIOS-PIKKIE (ISBN 978-94-92273-14-7, verkoopprijs 18,95) is een echte aanrader voor fans van ADO en FC Den Haag. Het boek, uitgegeven door de NSC (www.nederlandsesportboekenclub.nl), is overal te koop, bijvoorbeeld bij Van Stockum op het Spui. De netto-opbrengst gaat naar KiKa, Stichting Kinderen Kankervrij.

Rob Baan en Ernst Happel
Over de eerste confrontatie met ADO-trainer Ernst Happel en diens rechterhand Rinus Loof vertelt Rob Baan in zijn biografie:

“Hartmann klopte op de deur van de trainerskamer en na een ‘Was ischt…?’ gingen we naar binnen en werd ik voorgesteld aan beide trainers. Happel keek even op van zijn bureau waar hij aan het schrijven was, gaf een minzaam knikje en ging door met zijn werk. Loof verwelkomde mij allerhartelijkst en stelde me op mijn gemak, want ik was knap zenuwachtig. Ik nam plaats aan een tafel waar aan beide uiteinden Happel en Loof zaten en ik een stoel in het midden mocht aanschuiven. Het heeft zeker een vol jaar geduurd voordat Happel een fatsoenlijk woord wisselde met mij. Loof was totaal het tegenovergestelde. Hij was vriendelijk en begrijpend en zorgde ervoor dat ik me snel thuis voelde bij ADO. Waarbij ik niet uitsluit dat de tompouces die mijn vrouw Jeanne me elke week meegaf voor bij de koffie daar een rol bij hebben gespeeld…”

Rob Baan en Tscheu-la Ling
Rob Baan werkte als jeugdtrainer van ADO veel samen met topscout Rob Wijnstok, die alle talenten in de Haagse regio altijd goed in kaart bracht. Samen gingen ze dan naar die jonge voetballertjes kijken. Zo ook op een dag naar een lange en langharige jonge voetballer bij de Haagse amateurclub Texas. Hij speelde nog in de B1 van die club en bracht als rechtsbuiten elke tegenstander tot wanhoop. Rob Baan schrijft in zijn biografie:

“Rob Wijnstok had het weer goed gezien. Daar liep een echte rechtsbuiten, een geweldige pingelaar met fantastische passeerbewegingen en een messcherpe voorzet. Maar Rob zei er wel bij dat het mannetje karakterologisch niet de makkelijkste was, om niet te zeggen stronteigenwijs. Zijn naam was Tscheu-la Ling en zijn vader was een bekende bokser en enorm gedreven sportman. Zijn zoon had het talent dus van hem geërfd, maar het betekende ook dat Tscheu-la dacht dat al het andere ook vanzelf zou komen, dus waarom zou je je druk maken? Trainen was leuk, maar uitslapen ook. Op tijd komen? Oké, dat was een nobel streven. Maar spijbelen moest toch ook kunnen, want je had toch ook wel eens geen zin. Het woord ‘discipline’ alleen al maakte Tscheu-la misselijk. Tactiek, je taak uitvoeren, het teambelang laten prevaleren boven je eigen belang, het waren begrippen die in Tscheu-la’s woordenboek niet voorkwamen. Wat hij graag deed was pingelen en dat kon hij als de beste. Hij passeerde tegenstanders alsof het paaltjes waren en dan gaf hij ook nog de beslissende voorzet of maakte het zelf af. Er zijn meer dan genoeg momenten geweest dat we hem wilden wegsturen van de opleiding, maar zijn vader kon mij er steeds van overtuigen hem opnieuw de kans te geven en geduld te bewaren. Achteraf heeft dat enorm goed uitgepakt en heeft Tscheu-la zowel bij Ajax als bij het Nederlands Elftal – ook in de tijd dat ik assistent-bondscoach was – zijn grote talenten kunnen etaleren.”

Rob Baan en Dé Stoop
Toen Rob Baan FC Den Haag in 1986 ongeslagen kampioen van de Eerste Divisie maakte, had hij veel tegenwerking van zijn eigen voorzitter Dé Stoop. Die pruimde hem niet en wilde liever vriend en stadgenoot Pim van de Meent aan het technische roer hebben in Den Haag. Rob Baan schrijft er onder meer het volgende over:

“Als eerste riep hij de pers bijeen om zijn plannen te ontvouwen. Hij zou ervoor zorgen dat FC Den Haag in één jaar weer terugkeerde naar de Eredivisie. Maar dan wel met de beste trainer die er was en waar hij ook al mee had samengewerkt bij FC Amsterdam, Pim van de Meent. Hij was alleen een beetje voorbarig met z’n grote mond, want ik had een 3-jarig contract getekend en zat pas in het eerste jaar. Omdat Stoop het lef niet had gehad mij eerst te spreken voordat hij naar de pers ging, belde ik hem zelf maar op voor een afspraak. Die werd meteen gemaakt in het Van Der Valk hotel in Hilversum. Stoop begroette mij allerhartelijkst en legde meteen in heldere taal uit dat hij mij niet goed genoeg vond voor FC Den Haag. Van de Meent kende hij door en door, met hem wilde hij werken, hij zou FC Den Haag weer snel terugbrengen naar de Eredivisie. Ik luisterde, ging niet met hem in discussie, maar werd meteen zakelijk en vroeg hoe hij dacht mijn vertrek financieel af te handelen. Ik vertelde hem dat mijn arbeidscontract nog tweeënhalf jaar doorliep en vroeg hem hoe hij dat wilde afkopen. Daar leek hij even van te schrikken, maar al snel meldde de bikkelharde zakenman in hem zich weer: van afkopen kon geen sprake zijn, ik moest de eer aan mijzelf houden en ontslag nemen. Dergelijke bluf was bij mij natuurlijk kansloos. Ik ging niet in op zijn schandalige voorstel, het gesprek was beëindigd en ik bleef zitten waar ik zat: op de stoel van hoofdtrainer/coach van FC Den Haag.”

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann