Bewaard mozaïek uit een verdwenen kerk

Welke Hagenaar kent niet de Kloosterkerk aan het Lange Voorhout? Maar welke Hagenaar weet dat de Kloosterkerk de thuisbasis van de Duinoordgemeente is? En dat deze naam verwijst naar de kerk, die ooit in de wijk Duinoord stond en in de oorlogsjaren op last van de Duitse bezetter werd afgebroken in verband met de aanleg van de Atlantik Wall?

De geschiedenis van de Duinoordkerk loopt als een rode draad door het onlangs verschenen boek van Gilbert Creutzberg (1928). De auteur is de zoon van de eerste predikant van de Duinoordkerk, ds. Hendrik Willem Creutzberg (1875-1940). De predikant woonde met zijn gezin in de pastorie van de kerk aan de Adriaan Goekooplaan 53, ongeveer ter hoogte van de achterzijde van het huidige World Forum. Gilbert Creutzberg, die al vele jaren in de Verenigde Staten woont en inmiddels ook Amerikaans staatsburger is, had in zijn Hollandse jaren als roepnaam Gijs.

De Duinoordkerk werd gebouwd in 1919, in de stijl van een typische Anglicaanse dorpskerk. De architect, aangezocht door ds. Creutzberg, was dan ook een Engelsman, W.A. Forsythe. Wie wil weten hoe de Duinoordkerk er ongeveer moet hebben uit gezien, kan een kijkje nemen in IJmuiden. Daar staat aan de Kanaalstraat de Nieuwe Kerk (een rijksmonument uit 1911), een evenbeeld van de Duinoordkerk en eveneens ontworpen door Forsythe. IJmuiden was de eerste gemeente van ds. Creutzberg, die beschouwd kan worden als een ware bouwpastor.

Het meest opvallende aan het interieur van de Duinoordkerk was een groot mozaïek, dat in de koorruimte tegenover het orgel was aangebracht en het Laatste Avondmaal voorstelt. Het was van de hand van de bekende kunstenaar Johan Thorn Prikker (1868-1932), een buitengewoon veelzijdig man. Hij was aquarellist, beeldhouwer, etser, lithograaf, meubelontwerper, glasschilder, glazenier, mozaïekkunstenaar, schilder, tekenaar, tapijtontwerper en boekbandontwerper. Thorn Prikker werd geboren in Den Haag, waar hij van 1881 tot 1887 de Kunstacademie bezocht. Vanaf 1898 was hij artistiek leider van de kunsthandel Arts & Crafts aan de Kneuterdijk 10. Dit pand is in 1920 gesloopt om plaats te maken voor de Rotterdamsche Bankvereeniging. Het belangrijkste kunststuk dat Thorn Prikker in zijn Haagse tijd, samen met de bekende Belgische architect Henri van de Velde, schiep was villa De Zeemeeuw aan de Wagenaarweg 30 op Scheveningen, een waar Gesamtkunstwerk. Maar ook het mozaïek voor de Duinoordkerk, dat uit 1926 dateert, vormt een fraai staaltje van het vakmanschap van Thorn Prikker en staat symbool voor de bewogen geschiedenis van deze gemeente.

Sorghvliet
In 1936 werd naast de kerk een jeugdkapel gebouwd. Gijs mocht als achtjarige hiervoor de eerste steen leggen. Bij die gelegenheid werd tevens een kosterswoning aan het kerkcomplex toegevoegd. De toekomst van de Duinoordgemeente zag er rooskleurig uit. Maar vier jaar later was alles anders. Nederland was bezet door de Duitsers en op Oudejaarsdag overleed ds. Creutzberg aan een hartaanval. Voor Gijs uiteraard twee heel ingrijpende gebeurtenissen. Het overlijden van zijn vader betekende dat het gezin de pastorie moest verlaten en onderdak vond in de Viviënstraat 27 in het Statenkwartier. In 1941 werd Gijs leerling van het ‘s-Gravenhaags Christelijk Gymnasium aan de Sweelinckstraat, dat thans onder de naam Christelijk Gymnasium Sorghvliet gevestigd is aan de Johan de Wittlaan. Gedurende Gijs’ eerste middelbare schooljaar werden de maatregelen van de Duitse bezetter steeds draconischer. Tegelijkertijd werden ook de eerste vormen van verzet onder de Haagse bevolking zichtbaar. Ds. J.A. Kwint (1900-1963), de opvolger van ds. Creutzberg, had in Rotterdam het bombardement aan den lijve meegemaakt en liet er vanaf de kansel van de Duinoordkerk geen twijfel over bestaan aan welke kant hij stond. Ook op het gymnasium werd door verschillende docenten op soms weinig verhullende wijze blijk gegeven van anti-Duitse opvattingen. Voor uw recensent – ook oud-leerling van Sorghvliet – was het een verrassende ervaring namen van hem bekende docenten tegen te komen, die zich in woord en soms ook in daad blijken te hebben verzet tegen de Duitsers. Zo hield mejuffrouw – want zo luidde toen de aanspreektitel – M.G.F. Renkema, docente oude talen, in de klas regelmatig een tirade tegen de nazi’s en hun collaborateurs. Om te moeten leven onder de nazi-bezetting en hun handlangers was onrecht, maar volgens Renkema moest men eigenlijk met de nazi’s en hun onderdanige lakeien medelijden hebben. Want zij zijn – met een verwijzing naar de Griekse wijsgeer Plato – de eigenlijke verliezers, omdat zij schade berokkenen aan hun eigen ziel. Een andere docent oude talen, J.J. Warners, hield in zijn appartement verschillende Joodse onderduikers verborgen. Maar dat geheim werd uiteraard pas na de oorlog onthuld. De leraar waar Gijs het meest op gesteld was H.J. Nannen, docent geschiedenis en Nederlands. Hij was volgens Gijs een leraar van het beste soort: hij spoorde zijn leerlingen aan zelfstandig en kritisch te leren denken. Zijn politieke ideeën waren zeker voor die tijd radicaal. Hij plaatste de rol van politieke leiders, onder wie ook Hitler, in het raamwerk van economische ontwikkelingen. Europese geschiedenis beschouwde hij niet zozeer als een voortdurende stroom van conflicten over ideologische waarden, maar als een worsteling tussen landen om afzetgebieden te vinden voor goederen en diensten. Nannen was voor Gijs een wijze raadsman, aan wie hij – zegt hij zelf – veel te danken heeft gehad.

1941 was ook het jaar van een ernstig conflict tussen de kerkenraad van de Duinoordgemeente en een van de meest vooraanstaande lidmaten van deze kerk, Hendrik Alexander Seyffardt. Deze gepensioneerde luitenant-generaal stond bekend om zijn pro-Duitse sympathieën. In 1937 was hij korte tijd lid geweest van de NSB. In 1941 werd hij door Reichskommissar Arthur Seyss-Inquart aangezocht om Hollandse vrijwilligers te rekruteren om samen met het Duitse leger aan het Oostfront te strijden tegen het bolsjewisme. Deze feiten waren bij ds. Kwint en de overige leden van de kerkenraad bekend, toen de generaal bij hen het verzoek indiende om de inzegening van het huwelijk van zijn dochter Aleid in de Duinoordkerk te doen plaatsvinden. De kerkenraad, met ds. Kwint voorop, weigerde echter toestemming te verlenen. Een moedige daad, zeker als men beseft dat generaal Seyffardt connecties had tot in de hoogste kringen van de Duitse bezettingsmacht. Extra pijnlijk voor hem was dat de uitnodigingen voor de huwelijksinzegening in de Duinoordkerk al verstuurd waren. Enkele dagen later volgde een nieuwe convocatie met een gewijzigde locatie: “…daar het bestuur dier kerk deze om politieke redenen heeft geweigerd. Zij zal nu (…) geschieden in de daartoe welwillend ter beschikking gestelde Duitsche Kerk, Bleyenburg, Den Haag.” Nooit opgehelderd is of deze weigering van de kerkenraad aanleiding is geweest voor een wijziging van de Duitse plannen tot aanleg van de Atlantik Wall. Feit is wel dat in de aanvankelijke plannen de Duinoordkerk gespaard bleef, maar in het definitieve besluit was voor de kerk geen plaats meer. Het kerkbestuur kreeg te horen dat de kerk, de jeugdkapel en de pastorie vóór 24 november 1942 moesten worden ontruimd. De belangrijkste opgave was hoe het enorme, 12.000 kilo wegende mozaïek van Thorn Prikker uit de kerk kon worden verwijderd, voordat de Duitsers alles met de grond gelijk zouden maken. Met hulp van Museum Boijmans in Rotterdam en Monumentenzorg is men erin geslaagd het mozaïek op een veilige plaats onder te brengen, namelijk in de tuin en in de kelders van het Vredespaleis. Ook de preekstoel, banken en luchters vonden daar een plek. Daar was het gedurende de oorlogsjaren relatief veilig, aangezien de Duitsers de bijzondere diplomatieke status van het Vredespaleis respecteerden.

Statenlaan
Generaal Seyffardt heeft het eind van de oorlog niet meegemaakt. Nadat hij op 1 februari 1943 door NSB-leider Mussert was benoemd tot gemachtigde voor het Nederlandse Vrijwilligerslegioen, een afdeling van de Duitse Waffen SS, werd hij enkele dagen later in de deuropening van zijn huis aan de Statenlaan neergeschoten door twee leden van een Nederlandse verzetsgroep, Gerrit Kastein en Jan Verleun. Op 6 februari 1943 bezweek Seyffardt aan zijn verwondingen. Kastein en Verleun werden gepakt en hebben de oorlog niet overleefd. Naar Gerrit Kastein (1910-1943) is in de wijk Duttendel een straat vernoemd.

Het mozaïek van Thorn Prikker is, tezamen met de overige inventarisstukken uit de Duinoordkerk, na de oorlog overgebracht naar de Kloosterkerk. Het kunstwerk paste niet door de ingang van de kerk en moest daarom door een van de kerkramen naar binnen worden getakeld. Het heeft een nieuwe plek gevonden in een van de mooiste kerken van Den Haag en vormt een blijvende herinnering aan een verdwenen kerk. Gilbert Creutzberg heeft als jonge getuige van de bewogen geschiedenis van het mozaïek een intrigerend boek geschreven, dat tegelijkertijd een boeiend tijdsdocument is.

Hans Lingen
hrlingen@gmail.com

Gilbert Creutzberg
Het mozaïek, Den Haag in de oorlogsjaren
Uitgeverij Conserve
ISBN 978 90 5429 438 2
Prijs: 19,99 euro

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann