Sport, spel en vermaak bij Nijhoff

Uit mijn gespit hier en daar in de geschiedenis van de firma Martinus Nijhoff was mij al opgevallen dat alle generaties Nijhoff, maar met name Wouter Nijhoff (de Grote), opmerkelijk goed zorgden voor hun personeel. Zie voor de vroegste blijken hiervan het hoofdstukje ‘Het antiquariaat in het tijdperk van de beide Wouters’. In diezelfde periode – begin jaren twintig – organiseerde men al uitstapjes, wat toentertijd beslist een grote uitzondering was. Ook in mijn tijd gingen we elk jaar met één of twee bussen ergens naar toe en werd er tussen de middag uitstekend geluncht. Van verloofde of getrouwde stellen mochten de partners eveneens mee. Personeelschef De Kievit en zijn vrouw waren altijd van de partij en financieel directeur Gilhuys sr. bijna elk jaar. Alle hierna vermeldde activiteiten werden elk jaar met 5.000 gulden door de directie gesubsidieerd!

In een bejaard foto-album vond ik nog enkele herinneringen aan een bepaalde dagtocht; mijn vrouw en ik weten niet meer wat het doel die dag was.

In één van de keldergewelven werd er getafeltennist – meestal in competitieverband – waarbij het er soms heftig aan toe kon gaan. Want sommige collega’s konden behoorlijk fanatiek zijn!

Zo was er ook een schaakclub; niet meer dan een man of acht deden daaraan mee, natuurlijk in een veel rustiger sfeer. Al kon er wel een beker worden gewonnen, evenals bij het tafeltennis trouwens.

Verder was er een damclub en werden er bridge- en klaverjasavonden georganiseerd.

Theo Kluck, chef van de exploitatie-afdeling was een fervent badmintonner en had een twintigtal collega’s ook enthousiast gemaakt voor deze sport. Elke dinsdagavond vonden we onderdak in een gymzaal ergens in de Acaciastraat, geloof ik.

In die tijd telden we een toen beroemde tennisspeelster in ons midden: Marijke Jansen, na haar huwelijk Marijke Schaar (halve finale Roland Garros in 1971). Ik kan me niet meer herinneren of ze bij het badminton ook haar forehandslag met twee handen sloeg, wat haar bekendheid bij het tennissen – naast haar zeer goede spel natuurlijk – benadrukte.

Er was ook een Nijhoff-team actief in de zomeravondcompetitie van het bedrijfsvoetbal uit de Haagse regio. Hiervan dook ook nog een kleurenfoto op in ons ‘huisarchief’. Zelf voelde ik me minder aangetrokken om actief hieraan mee te doen, omdat het er soms schandalig hard aan toe ging tijdens die zogenaamde vriendschappelijke partijtjes.

Waar ik wel een leuke herinnering aan bewaar, waren de voetbalwedstrijden die het Nijhoff-team (the Bookwurms) soms speelde tegen een elftal van studenten van het Institute of Social Studies (the Palace Devils). Deze studenten uit alle delen van de wereld waren toen nog gehuisvest in het Paleis Noordeinde, voordat dit gebouw de functie van paleis weer terugkreeg. De studieboeken die zij nodig hadden werden altijd door Nijhoff in voorraad gehouden; vrijwel dagelijks hadden we wel een paar van die jongeren over de vloer. Enkelen daarvan haal ik me nog scherp voor de geest: uit Cuba kwam Alfredo Cano (hijo), een bijzonder vrolijke vent, die een komisch soort Engels sprak met veel rollende r’s. Dit in tegenstelling tot ene mister Pandai uit India, beslist behorende tot een hoge kaste want hij sprak Oxford-english in ’t kwadraat! Ook een prettige man was Ntukidem, een Nigeriaan; eveneens uit Nigeria kwam een heuse prinses uit een belangrijke stam, zij had absoluut geen pretenties en was altijd buitengewoon fraai gekleed.

Elk jaar werd er ook een voetbalwedstrijd gespeeld tussen de ‘geringden’ en ‘ongeringden’ van het bedrijf; dus de getrouwde tegen de ongetrouwde mannelijke collega’s.

Om het onderlinge contact tussen de personeelsleden te behouden en te versterken verscheen er in die jaren zestig twee of drie keer per jaar een gestencild personeelsblaadje, Voorhout Kout geheten, met daarin van alles en nog wat: jubilea, bedrijfssportuitslagen, etc.

Soms ook met kleine ‘reclames’, zeg maar, zoals onderstaande oproep of aansporing: Dames attentie! Lia Vissers van de Afdeling Boekhandel vervaardigt in haar vrije tijd zeer kunstzinnige oorbellen. Tegen een geringe vergoeding kan men een keuze maken uit haar collectie.

Niet alleen werd er jaarlijks een personeelsuitje georganiseerd, maar elke maand maart kenden we ook de traditionele toneelavond. Voor zover mij bekend begon deze traditie begin jaren vijftig toen de firma honderd jaar bestond, meer exact in 1953. De toenmalige winkelchef H(ein) Hardon had toen zelf een klucht of persiflage geschreven die zich afspeelde in het sortiment, maar waarbij toch alle afdelingen op één of andere manier werden betrokken. Het tekstboekje telde 44 pagina’s waarvan er ooit 25 exemplaren zijn gemaakt.

Van de vijftien spelers of medewerkers heb ik er negen nog gekend, waaronder Anton Gerits, de enige die van dit groepje nog in leven is (86 jaar) en die mij onlangs zijn zorgvuldig bewaarde tekstboek – maar mag je van een antiquaar anders verwachten? – even ter beschikking heeft gesteld om er kennis van te nemen. Het stuk viel me – eerlijk gezegd – een beetje tegen: de humor was behoorlijk gedateerd en soms ver gezocht.

Wat ik wel aardig vond was de (zelf)spot van Hardon met betrekking tot het nogal hoge maatschappelijke niveau van ‘cliënten’, auteurs en andere bezoekers die het bedrijf alleen via het sortiment konden betreden. Dat cachet had de firma nu eenmaal en dat hoorde er gewoon bij.

In het bedrijf ging het verhaal dat op een dag Wouter de Grote binnenkwam en in het sortiment een klant zag staan met een pet op. Nadat hij naar boven was gegaan ging even later ging de telefoon: of de chef die betreffende man wilde wegsturen want, ‘een man met een pet op hoort niet thuis in mijn bedrijf’. Se non e vero…

Het gerucht deed toentertijd de ronde dat de directie niet zo erg van het stuk gecharmeerd was. De opvoering is destijds beperkt gebleven tot één enkele avond in Pulchri Studio op 3 januari 1953.

Amicitia
Ook in de jaren zestig werd de toneeltraditie voortgezet; ikzelf had tijdens m’n middelbare schooltijd al ervaring opgedaan met schooltoneel en vond het leuk nu ook gevraagd te worden om mee te doen. In de voorafgaande maanden was er flink geoefend; we repeteerden thuis bij Nel Brethouwer, de hoofdboekhoudster, die een ruime comfortabele flat aan de Sportlaan bewoonde. Samen met Fred de Groot tekende zij ook voor de regie (en de koffie met iets lekkers). Ook daarvan heb ik nog enkele foto’s opgeduikeld. De uitvoeringen vonden meestal plaats in Amicitia in het Westeinde, destijds dé gelegenheid voor amateurtoneelverenigingen om te laten zien wat ze konden!

Serviceverlenende afdelingen
De periode 1960-1970 was de tijd dat het bedrijf op het hoogtepunt van zijn activiteiten verkeerde; er waren toen ruim 150 personeelsleden in dienst. Na de opsomming, uitleg en geschiedenis van de inkomsten-genererende onderdelen van Nijhoff, nu welverdiende aandacht voor de collega’s van de ondersteunende afdelingen. De gelegenheid te trachten de namen te herinneren van de ‘jongens en meisjes’ die je toentertijd bijna dagelijks tegenkwam.

Als er één service-afdeling was, dan was dat wel de kantine met de onvolprezen, altijd opgewekte mevr. Smit. Vanaf een uur of halftien kwam ze met haar koffiewagen uit de kantine om overal met veel enthousiasme ontvangen te worden. Ik geloof dat ze ’s middags ook nog een keer met thee de ronde deed, maar dat weet ik niet zeker meer. Zij verdient de eerste plaats in de hierna volgende rij!

De exploitatie-afdeling op de derde étage stond onder leiding van Theo Kluck, ik schreef al dat hij verslaafd was aan badminton; verder was hij een grote fan van The Rolling Stones. Verder Hans Derksen, de feestjes bij hem en zijn vrouw Inge (?) op de Conradkade waren zeer Frans: wijn en veel George Brassens! Van de boekhoudafdeling op de tweede verdieping herinner ik onder andere Aad v.d. Tang, Til Coenen, dhr. Borsboom, Klaas Vleesenbeek en Cees Raaphorst.

De heer De Kievit was de (goede) personeelschef met zijn rechterhand Ans Gentenaar, die altijd voor iedereen klaar stond.

Op de eerste étage van het oude pand (Lange Voorhout 9) was de kamer van de heer Nijhoff, het antiquariaat, de uitgeverij en de correspondentiekamer met Jan Veenis en dhr. V.d. Bos; zij gaven leiding aan een stoet van typistes, want de correspondentie met die gigantische klantenkring van het bedrijf was werkelijk enorm omvangrijk!

Op de tijdschriftenafdeling zwaaide aanvankelijk Bob van Veen de scepter, maar hij overleed na enkele jaren heel plotseling aan leukemie. Zijn opvolger Bas Guijt zou (veel) later een grote rol spelen – na de ondergang van Nijhoff – door een zeker onderdeel zelfstandig voort te zetten. Zie hiervoor het laatste hoofdstuk. Twee damesnamen heb ik nog: Juul v.d. Laan en een heel leuke Babs (?)…

De baas in de huisdrukkerij was dhr. T. v.d. Meer, geassisteerd door Henk Kloosterman en Jan Roozendaal.

De inpak- en verzendafdeling stond ‘onder bevel’ van Frans de Jager, die tevens huismeester en concierge was. Hij bewoonde met z’n gezin een gedeelte van het pand dat aan de Hoge Nieuwstraat lag. Hij was een aardige vent met een enigszins kort lontje, dat wel. Zijn medewerkers waren Jules Pauwels, Bert Maas en Wim Sterke.

Van de uitpakafdeling zie ik voor me Kees Pompe, André Depré en John van Eisden.

Klein van stuk was de heer W. Blanken, chef van de afdeling boekhandel, maar hij had de wind er wel onder bij zijn medewerksters: Elly Flendrie, Lia v.d. Heijden, (Kleine Lia’tje) Vissers en Joke Gelauff (later getrouwd met Ad van Muyen). In deze ruimte bivakkeerden ook Fred de Groot en dhr. Groos; maar wat ze ook weer deden?

De afdeling vervolgwerken werd geleid door Sjaan Adams, haar assistente was Coby Dijkhuizen; verder zie ik nog voor me ene Marjolein… Een nogal klein, charmant, maar pittig vrouwtje, waar menig mannelijke collega zich zo nu en dan aan vergaapte!

Een nogal belangrijke afdeling was de bestelafdeling onder de onbetwistbare leiding van de karakteristieke, flamboyante (vlinderdas), onstuimige Fred van den Berg.

Medewerkers destijds waren onder andere Piet van Gerrevink, Coby Plomp, Anneke (Pankie) Nolten, Elly v.d. Laan, Lies Broekhuizen, de zusjes Mieke en Riet v.d. Bol en John (?).

Van een aantal collega’s ben ik vergeten welke functie ze hadden of op welke afdeling ze precies hebben gewerkt, ha! Ferrie v.d. Ark, Marijke Linckens, Ineke Boom, Wim Meeuws, Goos Dullaart, Jaap Opstal, Frans Schachtschabel (overleden in 2009), Jan Hattink, Cees Heeren, Leo Voorham, Jaap Smallenburg, Renée Zoutendijk, Joke Schmit, Els (?) van Zoelen.

Bob Jongschaap
btjongschaap@ziggo.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann