Sweerts: chef de bureau inlichtingen in Den Haag

De Belg Pierre Ernst Marie Sweerts werd na de oorlog in absentia door de Belgische Krijgsraad tot de doodstraf veroordeeld wegens zijn wanpraktijken in de oorlog. Tijdens het proces van Sweerts kwam een geheel ander persoon naar voren, hij zou volgens Voorburger Joop Vroegop, een geheim agent van de Britse geheime dienst, in de oorlog voor de geallieerden hebben gespioneerd en zich verdienstelijk hebben gemaakt voor het verzet. Na de oorlog was Sweerts inderdaad werkzaam voor de Britse contraspionagedienst, Special Counter Intelligence (SCI), in het bijzonder in het team van W.W. Pidcock en zijn Nederlandse verbindingsofficier Hein Siedenburg. Vanwege zijn kennis over Duitse inlichtingendienst en haar medewerkers wist hij voor de SCI weerwolfnetwerken en Duitse inlichtingenofficieren op te sporen. In juni 1946 waren alle ondergrondse nazi-netwerken opgerold en vertrok de SCI uit Nederland.

Sweerts bleef echter niet werkloos achter. Hij verrichtte sinds eind 1945 onofficieel hand-en-spandiensten voor het Bureau Nationale Veiligheid (BNV). Hij ondervroeg Duitse militairen in Fort Blauwkapel, vorderde gestolen auto’s terug uit Duitsland, en spoorde roofbuit (Joods vermogen) op en bracht deze terug naar Nederland. Op deze wijze kwam Sweerts op het spoor van de nazibankier Otto Rebholz. Rebholz was een in de oorlog een handelspartner (Nebalturf) van de Voorburger Joannes Münninghoff. Mede door de inzet van Vroegop werd Sweerts gevraagd Joannes Münninghoff uit de brand te helpen met een delicate kwestie. Zijn zoon Frans had als vrijwilliger in de Waffen SS aan het Oostfront gediend. Justitie was op zoek naar hem en Frans moest onderduiken. Zuid-Amerika zou een oplossing zijn. Sweerts zou hem hierbij helpen. In ruil daarvoor zou Münninghoff Sweerts helpen met het opzetten van een privé-inlichtingendienst, die zich zou richten op het ‘rode gevaar’. De broer van Joannes Münninghoff, een voormalig verzetslid en Britse spion Wim Münninghoff en Vroegop hadden daar wel oren na. Om zijn diensten aan een wijder publiek aan te bieden zocht Sweerts in 1946 contact met diverse reactionaire bewegingen die zich wilden bewapenen tegen de communistische dreiging. De Koude Oorlog was een feit. Hij sloot zich aan bij de landsknechten van Overste L.A.M. Koppert. Koppert wilde Burgerwacht en Bijzondere Vrijwillige Landstorm oprichten die de nationale belangen moest verdedigen tegen socialisten, communisten en voor het behoud van de oude koloniën was.

Deknaam
Ondertussen waren de voorbereidingen klaar om Frans Münninghoff het land uit te loodsen. De paspoorten waren gedrukt voor meerdere ‘vluchtelingen’. Er waren wel meer gegadigden die zich uit de greep van Justitie wilde onttrekken en tegen een fiks bedrag naar Latijns-Amerika wilden vertrekken. Sweerts zou hierbij als tussenpersoon dienen. De arrestatie van Sweerts in november 1946 verhinderde de uitvoer van het plan. In het door Siedenburg geleverde duikadres van Sweerts vond de Haarlemse politie tientallen blanco paspoorten en talloze BNV-dossiers. De Britse geheime dienst werd benaderd of ze Sweerts kende. Na juni 1946 zou hij niet meer in Britse dienst geweest zijn. Sweerts werd vervolgens zonder enige vorm van proces opgesloten in het huis van bewaring in Haarlem. Na anderhalf jaar cachot kwam Sweerts vrij en moest als statenloze het land verlaten. Hij monsterde aan op een Panamees schip en voer weg. Om vervolgens ergens in november 1948 voor de Scheveningse kust tijdens een hevige storm schipbreuk te leiden. Sweerts zou namelijk in het geheim door een kotter bij Gravesend op worden gehaald en bij Katwijk aan land worden gebracht. Het liep anders en een KNZHRM-reddingsboot wist de drenkelingen veilig aan wal te brengen. Sweerts gaf een deknaam op en zocht onderdak bij Vroegop en Wim Münninghoff.

Via hun netwerk introduceerden ze Sweerts aan de oud-illegaal Tjerk Elsinga. Elsinga had dat jaar een samenwerkingsverband gesloten met entrepreneur en Tweede Kamerlid ir. A.H.W. Hacke. Het doel was een inlichtingenbureau (Stichting Arbeidskrachten Nederland SOAN) op te zetten, dat zich richtte op de bestrijding van het communisme. In Den Haag werd Sweerts benoemd tot chef de bureau inlichtingen. De SOAN was echter door en door corrupt. Binnen de organisatie hield men zich bezig met allerlei obscure activiteiten: deviezensmokkel, chantage, omkoping en handel in persoonsgegevens. De hele affaire kwam aan het licht en haalde de voorpagina’s van alle dagbladen. In december 1949 werd Elsinga gearresteerd als ook enkele medewerkers. Een aantal van hen bleek voormalige weggezuiverde politieagenten, collaborateurs, zwarthandelaren, ex-illegalen en buitenlandse agenten te zijn. Elsinga’s mannen bleken in september 1949 betrokken zijn bij de dood van een voormalig Duitse spion, Friedrich Schallenberg. Officieel had Schallenberg zelfmoord gepleegd in de sloot aan de Groot Hertoginnelaan. Vlak voor zijn dood werd Schallenberg nog in gesprek met Sweerts gesignaleerd. Kort daarna lag hij in het water. Een diepgaand onderzoek naar de dood van Schallenberg was er nooit geweest. Zijn dood zou te maken hebben met een omvangrijke deviezensmokkel. Schallenberg had de politie hiervan op de hoogte gesteld en zou dit met de dood hebben moeten bekopen. De dienst Hacke Elsinga werd opgeheven.

LeCoq
Sweerts dook onder en nam een schuilnaam aan: LeCoq. Onder deze naam werd Sweerts in 1950 door de directeur van de Nieuwe Haagse Courant B. Bol voorgesteld aan de regering in ballingschap van de Republiek der Zuid Molukken (RMS). LeCoq nam vervolgens zijn intrek op het Bureau Zuid-Molukken de Bazarstraat in Den Haag. De RMS-minister Piet Lokollo benoemde ‘LeCoq’ tot RMS Minister van Oorlog onder de naam Au Mena. Samen met de in Brussel vertoevende Raymond Westerling, alias De Turk, zou Sweerts aankopen doen om de opstand op Ambon met materieel te ondersteunen, het zogenoemde plan Fort. Om de Zuid-Molukken te ondersteunen werden smokkelschepen en een vliegtuig Lockheed aangeschaft. In de haven van Scheveningen zouden tijdens de bevoorrading van die schepen Wildwest-taferelen zich hebben afgespeeld. Volgens onbevestigde bronnen zou er geschoten zijn op Sweerts en zijn mannen. In mei 1951 viel echter het doek voor Sweerts. Na een botsing met een militair voertuig in Antwerpen werd hij gearresteerd. Dit keer moest Sweerts voor de Belgische Krijgsraad verschijnen. Sweerts verklaarde echter geen Belgisch onderdaan meer te zijn en al die tijd als Brits agent operationeel geweest te zijn. Kennelijk zou Sweerts op interventie van de Britse geheime dienst en enkele leden van het voormalige Belgisch verzet slechts schuldig worden bevonden aan het in bezit hebben van valse documenten en wapens. Na een kortstondige gevangenisstraf werd hij dringend verzocht België te verlaten en verdween hij naar Zuid-Afrika.

Jame Botman
jamebotman@gmail.com

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann