Export van oude en nieuwe wetenschappelijke boeken, tijdschriften en series

De uiteindelijke ontwikkeling van de Verenigde Staten tot een zekere politieke en staatkundige eenheid kwam eigenlijk niet eerder tot stand dan na het einde van de burgeroorlog in 1865. Pas vanaf dat moment kon er weer aan wederopbouw worden gedacht en aan wat daarbij hoort, zoals herstel van economie en onderwijs.

Vandaar ook dat het merendeel van de Amerikaanse universiteiten pas in de tweede helft van de negentiende eeuw ontstonden. Hun bibliotheken waren nog klein en hadden een zeer grote behoefte aan wetenschappelijke literatuur met name uit Europa. Bovendien ontbrak het aan wetenschappelijk georiënteerd, geïnteresseerd en getraind bibliotheekpersoneel. Dat aspect was voor Nijhoff aanleiding de beschrijving van de aangeboden titels van veel voetnoten te voorzien ter verduidelijking, een initiatief dat hogelijk werd gewaardeerd en de goede naam van de firma opnieuw bevestigde!

De eerste Amerika-reis van Wouter Nijhoff in 1901 bracht dit aan het licht en zette hem tot denken. Daar lag zijn kans! Zijn boodschap aan alle bibliothecarissen die hij bezocht was eigenlijk simpel: de firma Nijhoff is in staat elk door u gewenst boek uit Europa te bestellen en te leveren. Dat spaarde tijd en geld, iets wat Amerikanen altijd aanspreekt! Alles besteld bij en geleverd door één adres: ‘an offer that couldn’t be refused’.

Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog had tot gevolg dat het contact met overzee op een zeer laag pitje kwam te staan. Pas in 1924 zette een Nijhoff weer voet aan wal in Amerika; ditmaal was de eer aan Wouter Pzn. om oude banden aan te halen en te trachten nieuwe tot stand te brengen. Hij ging op reis met catalogus no. 500, getiteld Periodical sets and publications of learned societies, het jaar daarop gevolgd door een schitterende nieuwe The Hollanders in America. Beide werden een groot succes en vanaf dat moment ging Pzn. elk jaar een maand of drie naar de Verenigde Staten, die hij van de oostkust naar de westkust doorkruiste.

Een grote klap – ook voor de firma Nijhoff – was natuurlijk de beurskrach van 1929 en de economische crisis die daar het gevolg van was. Het bedrijf dreef vrijwel geheel op de inkomsten van de lucratieve export naar Amerika die praktisch tot stilstand kwam. Van de 66 personeelsleden moesten er tien afvloeien en de overgeblevenen moesten een gedeelte van hun salaris inleveren!

Gelukkig had het zeer voorzichtige financiële beleid van Wouter Nijhoff in de voorafgaande jaren het bedrijf een sterke positie en vrij ruime reserves opgeleverd. Dat gaf Wouter Pzn. de mogelijkheid om in de Tripcatalogus 1932/33 een betalingsregeling te bieden aan bibliotheken die niet direct aan hun verplichtingen konden voldoen. Opnieuw een slimme succesvolle zet!

Op de terugreis vanuit Amerika na afloop van de trip ging Pzn. altijd een week of twee naar Frankrijk (vrijwel uitsluitend Parijs) en België om daar antiquarisch materiaal aan te schaffen voor de volgende reis. De voorraad moest in stand worden gehouden en het liefst flink uitgebreid. Want het bleek toch telkens weer dat er voor alles wel een koper te vinden was in het onverzadigbare Amerika.

De firma had de goede gewoonte zijn leveranciers nooit lang op betaling te laten wachten; Wouter Pzn. huldigde de mening dat dit de beste reclame was: “Men zal jou eerder iets bijzonders aanbieden, omdat men weet dat betaling snel volgt.”

Zoals gezegd vonden de verkoopreizen plaats in de laatste drie maanden van het jaar; in augustus daaraan voorafgaande verscheen dan de Standard Catalogue, ook wel Tripcatalogue genoemd. Daarin stonden voornamelijk topstukken uit alle vakgebieden, tijdschriften, seriewerken en boeken. Aan alle vaste klanten werd deze alvast toegestuurd; sommige waren honderden pagina’s dik!

Alle items daarin waren genummerd en geprijsd in Amerikaanse dollars. Als Pzn. op pad was, stuurde hij dagelijks één of meer telegrammen met vermelding van de verkochte nummers. Op die manier kon men ofwel de klant snel leveren of ’t direct laten weten indien het item al verkocht was. Voor het thuisfront was het van belang dat men op deze manier de verkoop en omzet dagelijks kon vaststellen. Zijn laatste reis zou net voor de Tweede Wereldoorlog in 1938 plaatsvinden.

In 1940 wordt ook Nederland door de Duitsers overvallen, met als spoedig gevolg het wegvallen van praktisch alle internationale betrekkingen. Dat remde bij Nijhoff vrijwel direct de bedrijvigheid, zeker nadat in december 1941 ook de Verenigde Staten in die oorlog betrokken waren geraakt. Hierop nam de directie het besluit te teren op de reserves en te proberen de voorraden zo goed mogelijk in stand te houden. Er was geen werk meer voor de 85 werknemers en 40 van hen moesten worden ontslagen. Van degenen die konden blijven, gingen er successievelijk enkelen in het verzet, zo ook Wouter Pzn. Van zijn verzetsgroep lieten twee man het leven; hijzelf kreeg begin 1944 een half jaar gevangenisstraf, maar kwam weer vrij na Dolle Dinsdag op 5 september 1944.

Perfect uitgevoerde ‘stunt’
Op enig moment tijdens de oorlog werd het gebouw vlak naast Martinus Nijhoff N.V. gevorderd door de Duitsers ten behoeve van de Wehrmachtskommandatur. Op zich geen probleem, maar enkele maanden nadien vonden de Duitsers dat ze daar toch onvoldoende ruimte hadden en eisten ook het gebouw van Nijhoff op. Men zou direct de volgende dag al het pand komen inspecteren. Dat bracht zeer grote paniek teweeg, want wat was ’t geval?

In de gangen en op de trappen stonden grote kisten en pakketten klaar, ooit besteld door Amerikaanse universiteiten om na de oorlog te worden geleverd. Veel te veel om in één nacht te verplaatsen of anderzijds weg te werken. Goede raad was duur, maar iemand kwam op ’t briljante idee de adressering en de tennaamstelling te wijzigen in die van Duitse universiteiten! Toen de inspectie de volgende dag plaats vond, begrepen de officieren dat Duitsland niet verstoken kon blijven van wetenschappelijke informatie en de firma Nijhoff kon blijven waar ze was!

Hugo Brandt Corstius
Al vrij snel na de oorlog, in oktober 1945 werd Wouter Pzn. met een oriënterende regeringsopdracht naar de Verenigde Staten gestuurd om de relaties met de Amerikaanse bibliotheekwereld te herstellen. Officieel betrof dit bezoek geen echte handelsmissie natuurlijk, maar Nijhoff Pzn. slaagde er toch in een paar van zijn oudste klanten persoonlijk te ontmoeten.

Tijdens zijn detentie in een Duits kamp was Pzn. in contact gekomen met Hugo Brandt Corstius, een jongeman van midden twintig. Dit goede contact had na enige tijd tot gevolg dat Brandt werd uitgenodigd (succesvol) te solliciteren. Begin 1947 trad hij in dienst en werd hij klaar gestoomd om nog aan ’t eind van datzelfde jaar zijn eerste trip naar Amerika te maken. En dat heeft hij nog tientallen jaren voor de firma gedaan, niet alleen naar de Verenigde Staten, maar uiteindelijk ook naar Japan en Australië – met evenveel succes trouwens.

Inmiddels had zich het gewone leven in de Verenigde Staten bijna volledig hersteld en groeide ook de economie weer naar hartenlust. Dat leidde vrijwel automatisch tot een stijgend aantal nieuwe universiteiten, met als gevolg een flinke toename van klanten voor de firma Nijhoff.

Maar niet alleen voor Nijhoff, want na de oorlog was de Nederlandse boekenwereld danig door elkaar geschud; men ging zich meer en meer internationaal oriënteren; er ontstonden nieuwe wetenschappelijke uitgeverijen, ook wetenschappelijke boekhandels waren in opkomst. De export van (Engelstalige) wetenschappelijke literatuur van uitgevers als Elsevier Science, N.H.U.M. (Noordhollandsche Uitgeverij Mij), Reidel en Van Hoeve groeide sterk. Naast Nijhoff hadden boekhandels als Dekker & Nordemann, Erasmus, Nedbook en (later) Houtschild zich eveneens sterk op export gericht.

Aankoopgolf!
De jaren van de grote aankoopgolf van Amerikaanse universiteiten braken aan. Tijdens de oorlog hadden een aantal grote Amerikaanse universiteiten het besluit genomen hun gebrek aan een meer constante boekleverantie uit Europa na de oorlog om te zetten in een soort ‘standing order’ systeem. Dat wil zeggen: in een zeker aantal Europese landen zou één leverancier gecontracteerd worden die alle in dat land verschijnende wetenschappelijke literatuur zou gaan leveren aan één centraal punt in de Verenigde Staten: de New York Public Library, waarna doorlevering aan de betrokken universiteiten volgde.

In de loop van 1949 werd Nijhoff gekozen als leverancier voor de publicaties uit Nederland! Een vererende opdracht die goed geld opleverde en natuurlijk veel werk; nieuw personeel werd hard nodig. Maar de ruimte daarvoor moest eerst gecreëerd worden; daartoe werd de oorspronkelijke binnenplaats van het pand overkapt en tot een ruim kantoor omgebouwd, waar de factureer- en tijdschriftenafdeling hun plek vonden. De tevredenheid van de Amerikanen over wat Nijhoff voor hen presteerde bleef niet onopgemerkt: in de loop van 1961 begonnen ook Canadese bibliotheken Nijhoff in te schakelen voor hun leveranties.

Een dramatische toename van het aantal studenten (babyboom) vereiste grote aantallen studieboeken. Zo liet de provincie Ontario op een gegeven moment vijf nieuwe campussen bouwen met duizenden studenten. Nijhoff kreeg opdracht alle benodigde Europese boeken te leveren. Een dergelijke opdracht had de firma ook al eens van de staat California in de wacht gesleept!

Het was duidelijk dat Brandt Corstius niet veel langer alleen deze zich maar uitbreidende klantenkring kon bezoeken. Versterking was hard nodig. De man die daarvoor in aanmerking kwam was Henk Edelman. Sinds 1958 werkte hij al bij Nijhoff als boekverkoper in het sortiment. Toen ikzelf in 1960 bij de firma in dienst kwam, werd hij daar m’n eerste collega. Ruim een jaar kreeg Henk training van Brandt Corstius waarna hij in 1961 zijn eerste trip maakte.

Toen midden jaren zestig ook universiteiten en grote bibliotheken uit Japan en Australië belangstelling toonden voor de service die Nijhoff kon bieden, besloot men dat Brandt voortaan de trip naar Azië en Australië zou maken en dat Edelman de Verenigde Staten voor zijn rekening zou blijven nemen.

Enkele jaren voor de ondergang van Nijhoff is Edelman definitief in de USA gebleven, daar genaturaliseerd en academisch geschoold en heeft Henk Edelman (1937) aan diverse universiteiten gedoceerd in de boekwetenschap. Hij heeft enkele publicaties op zijn naam staan over het boekenvak, waaruit ik met betrekking tot Nijhoff enige nuttige informatie heb gebruikt.

De laatste mij bekende exportmanager bij de firma was Reinoud Douwes, die deze job tot 1980 voor zijn rekening heeft genomen. Momenteel is hij mede-eigenaar van boekhandel Douwes op de hoek van de Heren- en Prinsessegracht.

Inmiddels had zich in Amerika een nieuw idee ontwikkeld met betrekking tot leveranties van buitenlandse boeken. Dat idee vond zijn oorsprong in de Library of Congress, de nationale bibliotheek van de Verenigde Staten. Deze bibliotheek en tal van andere ‘research libraries’ gingen over tot zogenaamde ‘blanket orders’, dat wil zeggen: de boekhandelaar of -leverancier maakte op eigen initiatief en inzicht een zinvolle selectie uit de pas verschenen titels van zijn land. Een aantal Europese landen kwam voor dit plan in aanmerking.

Het sprak bijna vanzelf dat deze eervolle taak voor Nederland voor de firma Nijhoff was weggelegd. Het was een grote verantwoordelijkheid die kennelijk niet in alle landen even sterk werd gevoeld, gezien het feit dat op een gegeven moment ook de selectie van het Franse boek aan ons werd toevertrouwd. Gezien mijn affiniteit met Frankrijk had ik in de loop der jaren voldoende kennis van de Franse taal opgedaan om verantwoorde keuzes te maken en mij werd dan ook de wekelijkse selectie uit de Bibliographie de la France opgedragen.

Door al deze taken die Nijhoff op zich had genomen met betrekking tot levering aan zo vele klanten, was de instroom aan bestelde boeken echt gigantisch! Het is werkelijk niet te beschrijven wat de PTT elke dag aan de Hoge Nieuwstraat 12 (Nijhoff’s postadres) afleverde! Dat deze zeer lucratieve handel hierdoor echter ook een nadelige kant zou krijgen, komt binnenkort in een ander verband ter sprake.

Binnenkomende brievenpost
Niet alleen binnenkomende kisten, dozen, pakketten en pakjes vormden elke dag een stortvloed, maar datzelfde gold voor de (brief)postzakken. Dagelijks sjouwden collega’s van de expeditie ’s morgens vroeg zo’n vijf, zes zakken naar de grote hal op de eerste verdieping. Daar stond een (zeer) grote negentiende eeuwse tafel, waar de heer Verhorst al klaar stond om uit te pakken en voor te sorteren. Een uurtje later kwamen de afdelingschefs die de enveloppen openden en van de inhoud vijf stapels maakten en alles een datumstempel gaven. Er was altijd zoveel post dat men daarmee ruim twee uur bezig was.

Zo ontstonden stapels voor administratie, uitgeverij, export, antiquariaat en sortiment. Alle binnengekomen brieven werden naar kamer 13 – de kamer van de heer Nijhoff – gebracht en door hem gelezen; de afdelingschefs – behalve die van de uitgeverij – stonden rond zijn bureau om direct op mogelijke vragen van Nijhoff te kunnen antwoorden.

Daarmee bleef deze volledig op de hoogte van wat er in het bedrijf omging; zijn ijzeren geheugen was onder het leidinggevend personeel een voortdurende bron van bewondering, maar soms ook wel van een zekere vrees!

Een vaste gewoonte van Nijhoff na dit ritueel bracht hem naar de uitgeverij, waar hij persoonlijk de post bracht en de lopende zaken besprak.

Bob Jongschaap
btjongschaap@ziggo.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann