‘Wie lezen deze artikelen eigenlijk?’

Wanneer je een jaar of tien artikelen voor De Oud-Hagenaar schrijft, is het niet zo verwonderlijk dat de vraag bij je opkomt: ‘Wie lezen deze artikelen eigenlijk?’. Misschien een beetje laat, maar beter laat dan nooit, zullen we maar zeggen.

Wat moeten we verstaan onder een ‘oud-Hagenaar’? Letterlijk betekent dit iemand die in Den Haag gewoond heeft en dit geldt zonder twijfel voor een deel van onze lezers. Uitgaande van de vele e-mails die ik als reactie op mijn bijdragen krijg, denken heel veel lezers met plezier terug aan de tijd dat ze in onze stad gewoond hebben. Deze krant wordt overigens niet alleen in ons eigen land gelezen. Ik heb reacties gekregen uit Australië, Tanzania en Schotland, om enkele voorbeelden te noemen. Die verhalen van vroeger spreken kennelijk aan. Een enkele keer word je, meestal terecht, op je vingers getikt en soms worden er aanvullingen gegeven. Begrippen als heimwee en nostalgie vinden hier ook vaak een plaatsje in. Dagbladen worden meestal na lezing weggegooid, maar dit geldt zeker niet voor De Oud-Hagenaar. Er zijn mensen die deze krant verzamelen en ook worden ze doorgestuurd naar familieleden en vrienden die soms maanden later reageren op een artikel.

Dé krant voor de 50-plusser
Gezien de inhoud en de advertenties richt deze krant zich op de oudere medemens, dat leidt geen twijfel. Dit wil overigens niet zeggen dat deze krant niet door jonge mensen gelezen wordt, al vraag ik me wel af in hoeverre jongeren nog papieren kranten lezen. Ouderen willen vaak iets in en om handen hebben, ze willen de drukinkt kunnen ruiken en er een interessant artikel uit kunnen knippen. Ik moet er dan ook niet aan denken dat deze vorm van communicatie verdwijnen zou, hoe handig al die apparaten van nu ook zijn. Het digitale tijdperk waar we nu in leven heeft vele voordelen, al zullen veel ouderen dat niet altijd onderschrijven. Ik moet er niet aan denken dat ik dit verhaal op een tikmachine zou moeten laten ontstaan. Dan was ik al minstens drie keer opnieuw begonnen.

Enigszins vergeten doelgroep
Sinds enige tijd geef ik les aan buitenlanders die onze taal beter willen leren kennen. Voor mijzelf zijn deze lessen overigens net zo leerzaam als voor al die anderen die rond de tafel zitten, zo mag ik hopen. Je realiseert je om te beginnen hoe ingewikkeld onze taal in elkaar zit. Waar ik al snel tegenaan liep, was het feit dat er vrijwel geen lesmateriaal voorhanden is. Er zijn enkele goedbedoelde methoden geschreven, maar voor de groep mensen waar ik mee werk, heb ik daar weinig aan. Los van de grote cultuurverschillen betreft het hier zowel mensen die nog nooit een school van binnen gezien hebben als universitair geschoolden. Waar ik in de eerste plaats aandacht aan besteed, is het spreken en luisteren en daarna komen lezen en schrijven pas aan de beurt. Voor dit lezen maak ik onder andere gebruik van De Oud-Hagenaar. Het is mij gebleken dat er ook grote belangstelling is voor de geschiedenis van onze stad en ons land en die komt in deze krant zeker aan de orde. Het gaat dan meestal niet om verhalen met een hoog wetenschappelijk gehalte, maar om verhalen van de straat, als u begrijpt wat ik bedoel.

Wat mis ik?
In hoeverre deze krant door mensen die nog niet zo lang in ons land wonen gelezen wordt, kan ik niet beoordelen. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er heel veel mensen in ons land komen wonen waarvan de wieg – als ze die al hadden – ver van ons bed heeft gestaan. We zijn ze steeds anders gaan noemen, van gastarbeider tot vluchteling, maar één ding veranderde niet, het leren van onze taal was en is uiterst belangrijk, wil je echt meedoen in onze samenleving en wil je je niet afzonderen met alle gevolgen van dien. Wat mis ik dan wel? Schrijvers uit deze groep die artikelen in De Oud-Hagenaar gaan schrijven. Verhalen gericht aan zowel hun eigen mensen als aan al die andere Hagenaars en Hagenezen. Hoe ervaren ze ons land, wat kunnen ze ons over hun land van herkomst vertellen? Ik ben ervan overtuigd dat deze krant dan een beduidend grotere groep lezers gaat trekken. Wie weet voldoet de oplage van 75.000 exemplaren – hoe groot ik dit aantal overigens voor een dergelijke uitgave al vind – niet meer.

Kortom, laat van u horen en vooral van u zien.

Carl Doeke Eisma
carleisma@planet.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann