Pietertje van Steijn (28) opgehangen na plegen sodomie

Ook Den Haag ontkwam niet aan de homovervolgingen van 1730, die door de Hollandse gewesten raasden. Uiteindelijk werden veertien jongens en mannen tot de strop veroordeeld, omdat ze met elkaar de liefde hadden bedreven. Eén pleegde zelfmoord en anderen weken uit naar Brabant. De rasechte Hagenaar Pietertje van Steijn bekende voor de rechter zeker veertig gasten verschillende malen te hebben bevredigd.

Den Haag was binnen de singels amper volgebouwd. Bij de Veerkade vertrok de boot naar Amsterdam en Delft. Met zo’n 30.000 inwoners was Den Haag een voorname plaats, waarin een keur van buitenlandse gezanten te vinden was. Onder het bewind van Koning-Stadhouder Willem III, die in 1650 op het Binnenhof werd geboren, groeide het aanzien van de plaats vooral toen de prins, koning werd van Engeland. Toen hij in 1702 stierf te Londen, zag Pietertje van Steijn het levenslicht aan het einde van het Buitenom nabij de Prinsegracht. Het ventje was de trots van zijn ouders Willem van Steijn en Sofia Adolfs.

Molenstraat
Toen Pieter op zijn achttiende een kamer betrok in de Molenstraat wist hij dat hij voor mannen een geliefd lustobject was. Van beroep was hij borduurder, maar Jan du Sereau zag duidelijk andere kwaliteiten in de hitsige jongen, die zijn werk vergat en dan als een krolse kat de liefde met Jan bedreef. De buren zagen vaak verwijfde mannen rond het huis hangen. Op zich niet zo gek in de Pruikentijd, maar deze heren waren bepaald geen aristocraten. Ook zijn vijf jaar oudere vriendje Jan Schut woonde in de Molenstraat. Buren stoorden zich opvallend genoeg niet aan het gepees van de kerels, maar meer aan het lawaai tot laat in de avond. Als er eenmaal wijn werd gedronken, dan gingen alle remmen los. Visafslager Krevel uit Delft, was gek op de aantrekkelijke Schut, maar eenmaal met Pieter geconfronteerd zei hij spontaan: “Ik meende voor Schut te komen, maar jongetje laat ik liever bij u slapen!”

Kloosterkerk
Met zijn vriend Schut ging Pietertje graag naar kroegen om mannen te verleiden. In Den Haag waren diverse van dit soort gelegenheden. Maar vóór ze daar aankwamen, hadden ze op het Voorhout al een paar kerels versierd en afgewerkt achter de Kloosterkerk. Het moet duidelijk een zeer liberale tijd zijn geweest voor de bedrijvers van de herenliefde. Ook het lonken in de Grote of Jacobskerk was op zondag vaste prik. Ofschoon hij inmiddels was getrouwd, liet hij zich door zijn vele vrienden menigmaal de broek losmaken, waarvoor hij soms zelfs een paar dukaten beloning kreeg.

Strop
En dan wordt het in 1730 opeens allemaal verboden door de autoriteiten van de Republiek, die een plakkaat afkondigen waarin gelijkgeslachtelijk verkeer werd gestraft. Enkele lieden uit het circuit zagen de bui eerder hangen en waren op tijd gevlucht. Maar velen meenden dat het niet zo’n vaart zou lopen en werden weldra verlinkt en opgepakt. Ze werden gevangengezet in afwachting van de ondervragingen en berechting. De wind was behoorlijk gedraaid. De tolerante sfeer van de Willem III behoorde tot het verleden. Pietertje werd veroordeeld tot de strop en zijn ‘zondige lijf’ werd in zee geworpen, omdat het niet in de aarde mocht worden begraven.

Wie meer wilt lezen over het homoleven in 1730, zie mijn boek: Gesodemieter in Den Haag – over homofilie en de homovervolging in Den Haag anno 1730.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann