Razzia op 21 november 1944

Geruchten gingen vlot door het land. Het was al bekend dat de Nazi’s mensen van de straat roofden en doorstuurden naar Duitsland om daar werk voor de door het leger opgeroepenen in te vullen.

Een van mijn ooms waren zo ook de klos. Het verhaal ging dat in Rotterdam een razzia was gehouden en dat de volgende de gemeente Den Haag zou zijn.

Het was dus zaak dat er in die situatie een schuilplaats moest zijn. Er werd gekozen voor een schuilplaats in huis. In de kruipruimte. Adres: Van der Lissestraat 17. Aan het werk dus.

Vader en een buurman trokken na spertijd, in het donker weg naar het Zuiderpark. Daar knipten ze het ijzerdraad van de hekjes kapot en trokken de paaltjes uit de grond.

Vader vertelde later dat bij het doorknippen van het prikkeldraad het geluid van het draad doorknippen klonk als een geweerschot in de doodse stilte.

Daarbij was de straatverlichting al jaren uitgeschakeld. Algehele verduistering! In het stikdonker namen ze de weg terug. Niet zonder gevaar overigens. Ze moesten namelijk het Veluweplein over, een grote vlakte. Dan verder via de Marktweg.

De volgende hindernis was het oversteken van de tramlijn 11 aan de Hoefkade. Vervolgens door de Van Beijerenstraat. Hier zijn vele portieken en daarvan kun je gebruik maken door steeds van het ene portiek naar de andere te gaan. Tenslotte de Van der Lissestraat in. Thuis! Weer gelukt!

Zo hebben zij zeker drie tochten moeten maken.

De paaltjes werden gebruikt om onder de vloer van de voorkamer, bereikbaar via de kast in die kamer, een ruimte te maken. Het zand werd in het midden opzij geschoven en om te voorkomen dat het zand zou terug stromen, werden paaltjes liggend vastgezet. Verder een oud tapijt en dekens erin én een emmer voor menselijk afval, poep en pies.

Mij werd daarover niets verteld, want ik werd nog te jong gevonden en zou mogelijk mijn mond voorbijpraten.

Deze onderduikers wilden ondergronds elektriciteit hebben om licht te hebben, maar vooral om Radio Oranje te kunnen beluisteren. Daarom waren ze aan het knoeien geweest om illegaal elektriciteit af te tappen. Hoe ze dat deden, weet ik niet, wel dat aan de overkant in de gevorderde school een ziekenhuis gevestigd was. Daar hadden ze wel elektriciteit.

Nu hadden we al een lange tijd geen elektriciteit, maar het was al bekend, dat bij een razzia, de bezetter de elektriciteit inschakelde.

Stofzuiger
Slimme mensen hadden daarom hun stofzuiger ingeschakeld. Als stroom geleverd zou worden, ging dat apparaat loeien.

Wel, mijn vader en nog twee mannen waren aan het knutselen. Opeens komt een vrouw de straat op rennen: “We hebben licht!”

Verdorie. Moeder meteen naar de knutselaars en gewaarschuwd: “Jongens, er gaat iets fout.” Wel, die fout werd vlot hersteld.
Ik vermoedde wel dat er mensen onder de voorkamergrond zaten, maar kon het niet helemaal thuisbrengen. Als ik die kamer binnenkwam op mijn gewone manier, dan verstomde een onderaards gemompel.

Dat ging ik uitproberen. Heel zachtjes de deur open en ik hoorde praten. Dan weer zachtjes naar de deur en die op kindermanier openmaken en de kamer in stampen. Het praten onder de grond verstomde dan. Uit het latere verhaal begreep ik dat er onder de grond de zes mannen waren.

21 november 1944. ’s Morgens vroeg reed een Duitse geluidswagen door de straten: “Achtung, Achtung…” Wat de inhoud van de melding was?

Mannen tussen de 18 en 50 jaar moesten met wat kleding in een koffertje vóór het huis gaan staan en konden dan door de Duitse militairen op transport gesteld worden om in Nazi-Duitsland tewerk gesteld worden. Voor de zogenoemde Arbeitseinsatz.

Moeder vond het verstandig om ons drieën naar een oom en tante te laten gaan. We waren nog niet de hoek van de straat om en vanaf grote afstand werd ons toegeschreeuwd terug te gaan. Mét een schot in de lucht.

Weer naar binnen. Wij gingen aan ons tafeltje zitten en tekenden en kleurden.

Er werd gebeld. Moeder was bezig vele boterhammen te smeren voor de onderduikers. “Waar moet ik hiermee heen?” Mijn zus: “Laten staan, wij moeten toch eten!”

Omdat niet snel genoeg open gedaan werd, werd ook bij de bovenburen gebeld.

Geluk. Tegelijk gingen twee deuren open. Gevolg was dat in elk huis maar één soldaat binnen ging. Gevraagd werd waar de man van mijn moeder was. Ze vertelde: “Aardappelen halen in Rijnsburg.” Dat werd niet begrepen en de vraag werd herhaald. Op luidere toon herhaalde mijn moeder het antwoord. Na een vluchtig onderzoek verdween hij weer. En dan te bedenken dat heel duidelijk de kaart met de geallieerde vorderingen aan de muur hing.

Buiten was een ander verhaal. Onze buurman hing uit het raam en keek rond. Op de opmerking dat het toch wel link was, antwoordde hij dat hij al over de vijftig jaar was.

Oorkonde
Een jaar later, op 21 november 1945, zijn de onderduikers nog eens terug geweest en hebben mijn moeder een mooie zelfgemaakte oorkonde overhandigd.

De namen van de zes (!) onderduikers: J. Labey, J. Lamet, A. Leenheer, Boekelman, C. Kwantes en J. Leurs.

Ton Lamet
Valentina Tereshkovastraat 20
5081 GC Hilvarenbeek
0135051886

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann