Martinus Nijhoff NV: opkomst en dramatische ondergang van een wereldboekenimperium

Zo nu en dan verschijnen er in De Oud-Hagenaar aardige artikelen over bekende of minder bekende, bestaande of inmiddels opgeheven bedrijven uit Den Haag en de Haagse regio. Meestal geschreven door oud-werknemers van die instellingen of door nauw daarbij betrokken personen.

Al lang had ik me voorgenomen ook toe te treden tot die kring van ‘klein-geschiedschrijvers’ over faits divers uit de geschiedenis van onze stad. Nu moet het er dan maar eens van komen.

Ik wil de lezer het verhaal vertellen van het mooiste boekenbedrijf dat ons land ooit heeft gekend en waar ik de eerste tien jaar van mijn werkzame leven met het grootst mogelijke genoegen heb gewerkt: Martinus Nijhoff N.V., destijds gevestigd aan het Lange Voorhout 9-11.

Ongeveer vanaf het midden van de negentiende eeuw ging ’t voor het eerst sinds lange tijd economisch weer een beetje beter in ons land. Onderwijsvernieuwing, verbeterde educatie en opmerkelijk technische verbeteringen in de druktechniek stimuleerden sterk de vraag naar – goedkope – leerboeken en lectuur.

Gevolg hiervan was het ontstaan van steeds meer boekhandels (vaak tevens uitgeverijen), waarvan sommige eigenaren zich tegelijkertijd ook met het antiquarische boek bezig hielden.

Enkele voorbeelden van bedrijven die in deze eeuw ontstonden waren/zijn Brill (Leiden), Thieme (Zutphen), Meulenhoff (Amsterdam), Van Stockum (Den Haag) en Sijthoff (Leiden).

Ook de Nijhoff’s behoorden destijds bij die nieuwkomers. In Arnhem waren dat Isaac Anne Nijhoff (1795 – 1863 ) en zijn oudste zoon Paulus (1821 – 1867) die in 1853 de firma Is.An. Nijhoff en Zn. oprichtten.

In datzelfde jaar vertrekt Isaac’s tweede zoon Martinus (1826 – 1894) naar Den Haag en wordt de stichter van het bedrijf Martinus Nijhoff. Met 8.000 gulden aan geleend geld begon hij per 1 januari 1853 in een paar kamers aan de Amsterdamse Veerkade. Hij had al snel meer ruimte nodig en verhuisde in 1854 naar de Raamstraat en vervolgens in 1876 naar de Nobelstraat.

Lange Voorhout 9
Zijn zoon Wouter (1866 – 1947), tot de firma toegetreden in 1892, liet uiteindelijk het pand aan het Lange Voorhout 9 bouwen door de architect Paul Limburg. Dit oorspronkelijk marmeren ‘paleis’ (qua interieur) zou de bakermat worden van de firma die zou uitgroeien tot het beste van het beste op boekengebied. Niet alleen van Nederland, maar zeer zeker ook in internationaal opzicht.

Onder één dak bevonden zich nu een wetenschappelijke uitgeverij met allure, een antiquariaat met wereldwijde bekendheid, een academische boekhandel (moest intern per se met de term sortiment worden aangeduid!) en last but not least een afdeling export, het meest belangrijke en winstgevende onderdeel van het bedrijf. Ook kende de steeds maar groeiende firma een grote tijdschriftenabonnementenservice, een huisdrukkerij en nog tal van andere secties die werden ondersteund door factureer-, boekhoud- en correspondentie-afdelingen.

Successievelijk wil ik bovengenoemde onderdelen nader bespreken, waarbij ik zal trachten de collega’s te memoreren die daar werkten in mijn tijd (1960 – 1971), voorzover mijn geheugen hun namen tenminste wil prijsgeven!

Martinus
Martinus was een aimabel man die al snel contacten legde, vooral met mensen die in de taalkundige en wetenschappelijke wereld van die tijd belangrijk waren, want zijn intentie was een uitgever te worden van uitsluitend wetenschappelijke publicaties. Hij bouwde een goed netwerk op, zouden wij zeggen.

Dat leidde bijvoorbeeld tot uitgaven die nog steeds van groot en permanent belang zijn voor de kennis en het gebruik van onze Nederlandse taal; ik geef hiervan enkele voorbeelden.

Hij ging vriendschappelijk om met collega-uitgevers zoals D.A. Thieme uit Zutphen en A.W. Sijthoff uit Leiden; met hen legde hij de grondslag voor de uitgave van het onvolprezen Woordenboek der Nederlandsche Taal, waaraan 134 jaar (!) is gewerkt, van 1864 tot 1998. Het verscheen in 686 afleveringen, later samengevoegd in veertig banden!

Van Dale
Martinus was – via Thieme – ook in contact gekomen met J.H. van Dale (1828 – 1872), de naamgever van het inmiddels beroemde woordenboek dat in 1874 voor het eerst bij Nijhoff verscheen: de Grote van Dale.

In de loop der tijd verscheen hiervan gemiddeld eens in de tien jaar een nieuwe bijgewerkte druk: eerst in afleveringen (zoals bij het W.N.T.); bij de laatste aflevering werd dan een inbindband geleverd.

In dit verband mag niet onvermeld blijven de verdiensten van C.H.A. Kruyskamp (1911 – 1990), de beroemde Leidse lexicograaf, die de zevende, achtste, negende en tiende druk bewerkte!

“Het is niet overdreven te zeggen dat hij de Grote van Dale gemaakt heeft tot wat het nu is”, aldus uit het voorwoord in twaalfde druk. De nieuwste druk is de vijftiende uit 2015.

Middelnederlandsch
Een ander publicitair hoogstandje van Martinus is zijn uitgave van een middelnederlands woordenboek, waarvan het eerste deel in 1882 verscheen: Verwijs en Verdam: Middelnederlandsch Woordenboek. Eelco Verwijs (1830 – 1880) was ermee begonnen, door Jacob Verdam (1845 – 1919) is het voortgezet en door F. Stoett (1863 – 1936) voltooid. In 1941 verscheen het elfde en daarmee laatste deel. Het middelnederlands is de taal die in Nederland en Vlaanderen werd gesproken zo ongeveer van de dertiende tot de zestiende eeuw.

Drie pijlers
Drie andere pijlers waarop zijn uitgeverij zou gaan rusten en die vaste en solide inkomsten garandeerden waren de uitgave van: Staatsalmanak van het Koninkrijk de Nederlanden. Hierin staan alle adressen van overheidsorganen en namen van belangrijke ambtenaren. Regeeringsalmanak van Nederlandsch-Indië waarvoor hij de verkooprechten in Nederland verwierf. Bijdragen voor Vaderlandsche Geschiedenis en Oudheidkunde, in die tijd bekend onder de titel Nijhoff’s Bijdragen.

Deze serie was oorspronkelijk gestart door zijn vader in 1837 en later samen met diens oudste zoon Paulus – enigszins onregelmatig – voortgezet. Maar toen beiden waren overleden nam Martinus de uitgave over die tot 1944 heeft gelopen!

Koninklijke Bibliotheek
Ik vermeldde al dat hij een man was die snel vrienden maakte en dat heeft hem geen windeieren gelegd. Zo kwam hij o.a. in contact met M.E.A.G. Campbell en J.W. Holtrop, twee beroemde negentiende eeuwse bibliothecarissen van de Koninklijke Bibliotheek en hij kreeg hen zover alle KB-bestellingen aan de firma Nijhoff toe te vertrouwen. Hierdoor verzekerde hij zich opnieuw van een vaste inkomstenbron!

Het Vaderland
Martinus had ook een grote politieke en maatschappelijke belangstelling. Hij was liberaal in hart en nieren en miste een liberale krant in Den Haag. Toen dan ook het ‘Dagbladzegel’ in 1869 werd afgeschaft (een sinds 1812 hoge belasting op kranten) werd hij – opnieuw samen met Sijthoff en Thieme – de oprichter van het dagblad Het Vaderland, een progressief-liberale krant waarvan het eerste nummer verscheen op 12 april 1869. Helaas ging het blad tegen het eind van de vorige eeuw ter ziele: op 14 augustus 1982 verscheen het laatste nummer.

Zijn hart zat overigens op de goede plaats, getuige zijn uitgave van het tijdschrift Maandblad tot Afschaffing der Slavernij, in een tijd dat zo’n standpunt nog lang niet algemeen was.

Hij begon nu ook steeds meer tijdschriften te publiceren, sommige nam hij over van andere uitgeverijen. Op deze manier leerde hij langzamerhand steeds meer auteurs en redacteuren kennen. Omdat hij er een eer instelde alles wat hij publiceerde tot in de puntjes te verzorgen, kreeg hij steeds meer naam als een uitgever van grote klasse. Zelf gaf hij eens te kennen: “Ik heb er steeds naar gestreefd de grootste zorg te besteden aan de uiterlijke verzorging van de wetenschappelijke werken, qua papier, lettertypen, bladindeling, illustraties en banden.” Binnen korte tijd groeide de uitgeverij explosief. Professoren en wetenschappers van grote – ook nu nog bekende – naam en faam vonden het een eer bij Nijhoff hun werk uit te geven.

Boele van Hensbroek
Na enige tijd kon hij het werk alleen niet meer aan; in 1870 nam hij een veelbelovende jonge man in dienst, de 17-jarige P(ieter) A.M. Boele van Hensbroek (1853 – 1912).

Een uitstekende keus die uit-mondde in de benoeming van Pieter tot vennoot in 1879. Bovendien trouwde deze met een dochter van Martinus en werd aldus zijn schoonzoon.

Pieter had echter ook literaire aspiraties, hield voordrachten en schreef enkele dichtbundels; in het bedrijf hield hij zich bezig met de afdeling antiquariaat en de boekveilingen.

Het aantal boeken, vervolgwerken en tijdschriften dat Martinus tussen 1853 en 1894 het licht heeft doen zien loopt in de honderden! De (laatste) fondscatalogus die verscheen t.g.v. het 100-jarig bestaan van de firma, bestrijkt de jaren 1853 tot 1953 en telt 139 pagina’s!

Ik sluit de bijdragen van de grondlegger aan het fonds van het bedrijf af met nog een drietal belangrijke titels die hij verwierf.

In 1866 werd hij uitgever van de publicaties van het Kon. Inst. van Taal-, Land- en Volkenkunde te Leiden.

‘De Fruin’
Sinds 1878 ging bij Nijhoff verschijnen de beroemde Nederlandsche Wetboeken door R.A. Fruin, momenteel nog steeds door advocaten en rechtsgeleerden simpelweg aangeduid met ‘de Fruin’.

Goed, in Nederland was Nijhoff inmiddels een bekende uitgever, maar wereldberoemd werd hij met de publicatie van het door J.W. Holtrop geschreven en in 1868 uitgebrachte Monuments Typographiques des Pays-Bas au quinzième siècle (onder typografie wordt verstaan de kunst van het vormgeven, zetten en drukken van tekst).

Hierbij wil ik ’t laten voor wat betreft de betekenis van Martinus als uitgever.

Hij was echter ook een vakbekwaam antiquaar; in die hoedanigheid zien we hem straks nog terug in dat hoofdstuk.

We vervolgen ons verhaal met wat er te vertellen valt over zijn zoon Wouter en dat is nogal veel!

Meer in een volgende uitgave van De Oud-Hagenaar.

Bob Jongschaap
btjongschaap@ziggo.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann