Yvon over haar werk bij het oude Staatsspoor

We gaan even een kleine halve eeuw terug in de tijd, wanneer Yvon Heijnen-Van Noort (1947) als 21-jarige haar plaats innam achter het sfeervolle loket van station Staatsspoor. Het was gedurende de periode 1969 tot 1971. Een korte tijd, maar wel enkele jaren waar ze met plezier op terugkijkt!

Eigenlijk was de periode die ze er werkte niet zo erg lang, maar toch lang genoeg om het station bij wijze van spreken uit te kunnen tekenen. Ja, inderdaad, de koninklijke wachtkamer heeft ze ook gezien van binnen, inclusief toilet dat met roze rozen was bewerkt. Maar is dat koninklijke domein later niet overgebracht naar het Spoorwegmuseum?

Het was een indrukwekkend gebouw en vanwege het laden en lossen van goederenwagons was er altijd een flinke bedrijvigheid zowel aan de voor- als achterzijde. Bovendien was het schitterend gelegen met aan de voorzijde zicht op de prachtige ophaalburg aan de Zwarteweg. En ook nabij het Militair Hospitaal aan de Muzenstraat, dat bij veel oudere Hagenaars nog wel bekend is.

Pret
In de lunchpauze liep ze wel eens een rondje en bij mooi weer, vond ze het heerlijk om haar boterhammen te nuttigen aan het einde van perron 1. Diverse malen claxonneerde een ondeugende machinist van een binnenkomende trein naar de zonaanbiddende jongedame, die haar dan behoorlijk aan het schrikken kon maken. Dolle pret, dat moge duidelijk zijn. Het was allemaal heel plezierig.

In 1969 was het leven nog wat minder gehaast en de oudere mensen die een kaartje kochten, waren soms nog zenuwachtig omdat ze “met het spoor” meegingen. Ze zaten vaak tegen de reis op en vooral overstappen was vaak een opgave. Je zag die mensen veel turen op de borden en vragen stellen aan ieder van de NS die een pet op had. En dan drie keer naar het loket lopen of het toch wel de goede trein zou zijn. Ongetwijfeld zijn er lezers die nog ouderen hebben gekend die blij waren als ze heelhuids op de juiste plaats van bestemming aankwamen!

Het oude gietijzeren station ademde een degelijkheid uit van de 19e eeuw. De sfeer paste bij Den Haag. De nette heren en verzorgde dames. De kruiers die de koffers versjouwden. De taxi’s die voor kwamen rijden om met veel geduld de passagiers met hun bagage uit te helpen stappen. Op zich was het een genot om onder het werken door naar het tafereel te kijken. Haar chef was de heer Olthof; een wat oudere aimabele heer, die over de nodige humor beschikte. Dat was bepalend voor de goede sfeer die er heerste. Enkele collega’s die ze zich nog goed kan herinneren zijn allereerst de oudgediende dames die haar vol enthousiasme het vak hebben geleerd: Toos, Lonks van Es en Paula Romijn. Ze zaten dan achter haar bij het loket en in geval ze het niet wist, boden ze de helpende hand of souffleerden ze het te geven antwoord. De NS had heel wat lokettisten in dienst voor de vijf loketten, waarvan één buitenland. Yvon herinnert zich nog de mannelijke collega’s André van der Endt en Ton Metz, die vermoedelijk nog geen 25 waren in die tijd. En daarnaast had je nog vrouwelijke collega’s: Anneke Fens, Bea Pijpers, Inez van Dullemen, Joke, Hanneke, de zusjes De Groot. Ja en ga zo maar door. Het is een mooie tijd om aan terug te denken. Alles komt weer naar boven.

Spoorboekje
Achter haar enorme kaartjesmachine zat ze de hele tijd heen en weer te schuiven om de juiste plaatsen in te drukken voor de plaats van bestemming. Eerste en tweede klas hadden aparte kaartjes met ieder zijn eigen kleur. Daarnaast was er ook nog een AEG-kassa waarop kaartjes werden gemaakt. Het was niet moeilijk, maar je moest wel even de handigheid in je vingers hebben. En dan geen stress hebben van de soms sterk groeiende rij wachtende en mopperende reizigers voor het loket. Topografische kennis was een vereiste; soms kwamen er mensen een kaartje vragen voor een of andere afgelegen dorp dat helemaal geen station bezat. In zo’n geval moest je dan weten waar het dorp lag en waar het dichtstbijzijnde station te vinden was. Allemaal behendigheden die je in de loop der tijd leerde met het NS-spoorboekje als onmisbare bijbel in de hand. Daarnaast waren er ook trouwe klanten, die bijna niets hoefde te zeggen, omdat je hen kende en al wist waar de reis naar toeging. De dames van plezier die bijvoorbeeld naar Utrecht gingen om in de woonboten hun beroep uit te oefenen. Of de gokkende heren die op zondagmiddag naar de renbaan in Wolvega gingen. Allemaal vaste klanten, waar je soms een leuk praatje meemaakte. Het ging er gemoedelijk aan toe en als je echt om een praatje verlegen zat dan kon je ook nog terecht bij de eeuwig breiende toiletjuffrouw, die altijd wel weer wat grappigs had meegemaakt.

Een andere groep bekenden vormden de militairen, die maandagochtend in alle vroegte op pad gingen om voor het appèl in de kazerne te zijn. Dienstplichtige jonge knullen en oudere beroepssoldaten die dan richting de Veluwe gingen naar Wezep en ’t Harde of nog verder naar de kazerne in Assen. Speciaal voor deze militairen moest ze op maandagochtend al erg vroeg uit bed om dan om half 5 te beginnen met het openen van het loket. Op zich geen ramp, maar aangezien er nog geen trams en bussen reden moest ze op een andere manier op haar werk zien te komen. De NS wist raad: Yvon mocht dan per taxi naar haar werk, wat ze altijd een schitterende belevenis heeft gevonden. “Wat een luxe, hè!”

In het stationsrestaurant kwam ze niet vaak. “Als je daaraan zou beginnen, vliegt binnen de kortste keren je salaris erdoorheen”. Perronopzichter Willem Verzijlbergen, schnabbelde er wat bij door pannen en bestek te slijten. Dat kon allemaal in die tijd. Ze bekende dat ze zelf een fonduepan bij hem heeft gekocht “om zo alvast een stukje van je uitzet bij elkaar te krijgen”.

Wanneer het circus naar het Malieveld kwam, dan was het een dolle boel op het station. De wilde beesten kwamen vaak aan in treinwagons en gingen dan in optocht vanaf het station naar het Malieveld. Het spektakel trok altijd veel bekijks. De beesten lieten flink van zich horen en het was toch wel zaak voor de toeschouwers om enig afstand te houden.

Zwerver
Tussen de middag kwamen er wel eens zwervers die een boterham probeerden te bietsen uit het lunchpakket en wat te drinken wilden hebben. Het waren meestal bekenden. Op een dag ontbrak zo’n trouwe bietser en zowaar: hij werd gemist. Wellicht was hij doodgevroren? De lokettisten vreesden in ieder geval het ergste en er werd hier en daar geïnformeerd, echter, zonder resultaat.”Er zou toch niets gebeurd zijn”. Opeens dook hij weer op! Na twee of drie maanden stond hij onherkenbaar voor de neuzen van de dames. Hij bleek een ongeluk gehad te hebben en na te zijn hersteld in het ziekenhuis, was hij naar het HTO gebracht waar ze hem onder handen hadden genomen. “Als herboren kwam de man terug. Geschoren en van nieuwe kleren voorzien. Een complete metamorfose!”

Toen Yvon in 1971 trouwde, was het niet zo handig meer om wisseldiensten te draaien. Ze ging weg bij de NS en ging elders aan de slag totdat ze kinderen kreeg en haar taak als huismoeder begon.

F.J.A.M. van der Helm
helmhuis@ziggo.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann