Pietje Hus uit de Jacob Catsstraat

Wij woonden eerst op nummer 174 en een paar jaar later op nummer 172 tegenover de Van Ostadestraat. Ons eerste woonhuis werd omgebouwd tot kantoorruimte en jaren later moest 172 er ook aan geloven.

Hus groeide met recht uit zijn jasje. Tot slot kwamen wij, haast helemaal verdreven, op nummer 186 terecht, hoek Jacob Catsstraat – Hoefkade, boven de Hus-winkel en pal tegenover het café van Jan Boelee. Enfin, over het wel en wee rond Boelee hebben wij het al gehad. Wat daarnaast op de begane grond voor een winkel heeft gezeten, ik weet het echt meer, maar… van de boven gelegen etage des te meer.

Bloot te kijk
Tegenover dit pand was een ingang van de Hus-bakkerij waar de balen meel en bloem werden afgeleverd om stuk voor stuk door een balenlift omhoog te worden gebracht naar de meelzolder op de bovenste etage. Links de zakken-uitklopmachine. Het klopsel werd verkocht als veevoeder. Rechts de fijne schudzeef om het meel los te maken (geen kluitjes) en om te voorkomen dat er ongerechtigheden als bindtouwtjes (ook weleens een muisje) in de een etage lager staande deegmachine terecht zouden komen.

De meelwagens arriveerden altijd omstreeks acht uur in de morgen. De chauffeurs verzamelden zich voor de deur voor een babbel en een sjekkie, maar op een dag viel het ons op dat ze wel erg vroeg paraat waren en in gespannen afwachting naar de eerste etage aan overkant stonden te kijken.

Zo gingen wij er ook maar eens voor zitten, en ja, hoor. Het raam werd helemaal omhooggeschoven en daar kwam zo maar ineens een geheel ontklede dame in beeld die zich uitgebreid ging wassen, staande voor zo’n ouderwetse wastafel met een stenen kom en water uit een Lampetkan.

Jullie kennen dit wel! Enfin, dit tafereel is maar een paar weken te aanschouwen geweest, het raam bleef dicht en ons’ hoertje verschoonde zich achter gesloten gordijnen.

Publieke huizen
Ach, zo’n publiek dametje was voor ons in feite niks bijzonders. In de Waterloostraat en op de Parallelweg waren ze ook te vinden en in de Scheldestraat, Hunzestraat en Geleenstraat zaten ze huis aan huis. En wat te denken van de Tullinghstraat, daar werkten ze vanuit de souterrains onder de huizen. Bij mooi weer met omhooggeschoven ramen en zo ben ik, en vele jonge mannen met mij, heel wat keren aan mijn broekspijpen getrokken met de verlokkende uitnodiging: “Kom maar gauw, schatje.”

Vader Hus in actie
Ja, ja, bij Hus hebben ze Pieter Hus ook een keer goed beetgenomen. Achteraf om je rot te lachen! In mijn jonge jaren was ik gek op beesten en op beestjes zoals: honden, konijnen, cavia’s, terrariumbeesten, alle soorten vogeltjes, tropische vissen, en duiven.

Dit laatste was een doorn in het oog van mijn vader Jacob, want ik bouwde een echte duiventil op het dak en liet de duiven uitvliegen en weer terug op de til komen. Maar ja, ze kwamen niet altijd allemaal terug en waren dan binnengelokt bij een tilhouder (duivenmelker) in de buurt. Zo kwam het ook weleens voor dat een van mijn duiven gecharmeerd was van een soortgenoot uit de buurt en dan kwamen zij samen bij mij binnenlopen.

Zoek de duif
Ik was weer een duif kwijt en toen zei een van de bakkers tegen mij: “Pietje, luister. Ik weet waar je de duif terug kunt halen. Ga maar naar de Parallelweg nummer 69 (soixante-neuf). Ik er heen, en ja hoor, deur op een kier: “Kom maar binnen, ga maar zitten. Wat kan ik voor je betekenen?” Madam languit op de divan met… grote inkijk!

Wat hebben ze later gelachen. Geen wonder, want ik trapte er mooi in! Kwaad? Welnee, zulke dingen kan je verwachten, zeker als een Husje bij Hus.

Voorlichting
Maar nu ga ik iets vertellen waarvan jullie waarschijnlijk nog nooit van hebben gehoord. In de Poeldijksestraat was een adres waar een ‘kijk-en-wijs’-madam (de naam verzin ik ter plekke) aanschouwelijk ‘onder’-wijs gaf in de anatomie van de vrouw, desgewenst in verhouding tot de man. Daar kon je gewoon naar binnen met een clubje jongens van laat ik zeggen veertien, vijftien of zestien jaar, om je wegwijs te laten maken in de schone kunsten van de lusten.

Met vijf man elk een gulden betalen en de blotelijfshow kon beginnen, met een uitvoerige uitleg over alle heuvels en dalen, en ravijnen, en hoe ze zonder gevaar te betreden. Geen ‘piep’ maar een ‘kijk-en-wijs’-show. Ja, je moet er maar opkomen, een belegen prostitué, met toch nog een geredelijk glad lijf, geld verdienen zonder je moe te maken, zonder avond- en nachtdiensten.

En het was toen in die jaren een gat in de markt, waar ouders veelal schroomden om hun kinderen bijtijds en duidelijk voorlichting te geven over wat er allemaal op en na hun puberleeftijd gaat spelen en welke gevaren er op hen af komen.

Vergeet niet dat ik spreek over de tijd dat de pil nog net niet werd verstrekt en de condoom in het geniep van onder de toonbank werd verkocht. Of je moest daarvoor naar een vestiging van het Groene Kruis en dit durfden de jongeren toen nog niet.

Ja, ik ga mijzelf maar na, en spreek uit eigen ervaring rond jaren dertig en veertig. De verleidingen, de verleiders en de verleidsters, zijn gebleven en nooit uit het zicht verdwenen, alleen nu weten de jongens en de meisjes op jonge leeftijd al van wanten (ofwel waar Abraham de mosterd haalt).

De moraal is: deze madam was zeer bij de tijd en niet voor één gat te vangen.

Pieter Hus
hustiptop@kpnmail.nl
0251-293276

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann