Voor de klas op ‘Paepse’ scholen rond 1700

Na de Beeldenstorm (1566) leek het vrijwel gedaan met het rooms-katholicisme in Den Haag. De kerken werden door de hervormers geannexeerd en voortaan stond een moderne priester, die dominee werd genoemd, het Woord uit te leggen. Op de eenvoudige scholen werd alleen de nieuwe religie onderwezen. Maar toch leek de behoefte aan katholiek onderricht wederom sterk door te breken rond 1700.

Wat moeten we voorstellen van Den Haag anno 1700, waarvan de bevolking binnen de singels leefden? Het was een simpele plaats met 30.000 inwoners. In één ding weken ze af van alle overige plaatsen in Holland en dat was de bevolkingssamenstelling.

Den Haag kende een grote groep ambtenaren, die werkzaam was aan het Hof. Niet zo zeer het prinselijke hof, maar het Hof van Holland dat de administratie verzorgde van de Republiek. Hun opleiding was meestal de Franse of Latijnse school en in enkele gevallen aangevuld met een universitaire studie.

Onderwijs
De meeste gezinnen behoorden tot de onderklasse van de samenleving. Daarboven kwam de niet armlastige middenstand en nog hoger kwam de elite van welgestelden. Wie het beste kon betalen, kreeg ook het beste. Dat gold niet alleen voor allerlei etenswaar, maar ook voor goede scholen.

We leefden in een tijd, waarin het onderwijs niet verplicht was, maar alleen werd gegeven aan de kinderen die thuis gemist konden worden. De meeste leerlingen waren van het mannelijke geslacht omdat zij als toekomstige kostwinnaar een gezin moesten kunnen onderhouden. Hun opleiding was dan ook bepalend voor de toekomst.

Stadsschool
De opgroeiende jeugd die naar de stadsscholen ging, kreeg enig onderricht in schrijven en rekenen. Vooral het laatste was van belang om geld te tellen, verdienen, sparen en uit te geven. De stadsscholen werden geleid door protestanten. Alle bestuursfuncties, van bode tot burgemeester waren voor katholieken verboden. Zelfs in 1700 – dus dan zijn we bijna 150 jaar na de Beeldenstorm -werd nog moeilijk gedaan over het geven van simpele lessen op kleine katholieke scholen. Alles wat met katholiciteit van doen had, was in het tolerante Holland verboden of werd in het gunstigste geval oogluikend toegestaan. Het stadsbestuur vond het wenselijk om uit te zoeken op hoeveel plaatsen katholiek onderwijs werd gegeven.

Naailessen
Na indringend speurwerk kwamen de ambtenaren aan een schamele lijst van slechts zestien juffrouwen en meesters. Het katholieke ‘bolwerk’ lag rond de Oude Molstraat en de Juffrouw Idastraat, waar Aaltje en Marietje van der Haas voor de klas stonden. Ook Wilhelmina de Hoog gaf daar les en zij mocht dat van de stadsinspectie blijven doen op voorwaarde dat ze geen onderricht zou geven aan gereformeerde kinderen. Ook het schooltje van Commertje van der Burg in de Nieuw Molstraat werd gecontroleerd en moest dicht voor elke vorm van onderwijs. Alleen werd toestemming gegeven voor naailessen, waarbij uitdrukkelijk werd vermeld dat het alleen gegeven mocht worden aan ‘naeykinderen van papistenouders’. Francoise Snauwert, weduwe van Willem Sarteer, mocht doorgaan met het geven van naailessen in haar huis aan de Kalvermarkt aan vier of vijf meisjes. Maar Cornelis Corsse, die helemaal voorbij de Uilebomen woonde, werd verboden om catechisatie te geven.

Uiteindelijk mochten van de zestien katholieke onderwijskrachten, negen meestal juffrouwen, doorgaan met hun – voornamelijk – naailessen. Arie Jansz Bredenhoek aan het Westeinde was één van de weinige mannen, die les mocht blijven geven. In feite was het tolerante Den Haag allesbehalve dat.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann