Sacré-Coeur aan de Beeklaan

Ze was een zus van mijn Duitse oma. Ik kende alleen haar voornaam ‘Paula’. Ze was in mijn ogen piepklein, hooguit 150 centimeter hoog, en droeg een brilletje met kleine ronde glazen in een nauwelijks waarneembaar bruin montuur. Paula liep, liever gezegd dribbelde, altijd in lange zwarte gewaden, die ook haar hoofd bedekten. Alleen haar gezicht was zichtbaar tussen een witte rand die er omheen liep en de scheiding vormde tot haar zwarte kleren.

Paula was een non van het Sacré-Coeur – het Heilig Hart van Jezus – aan de Beeklaan en Newtonstraat. Eens in de zoveel maanden gingen wij, mijn vader, moeder en ik, daar op bezoek. Vanuit het Bezuidenhout met het openbaar vervoer op en neer. We schrijven ergens tussen 1960 en 1965. Ik vond het als jongen van zeven of acht jaar een crime.

We moesten altijd in de Newtonstraat naar binnen. Een voor mij, het Bezuidenhout gewend, nogal ‘enge’ straat. Hek door, granieten trap op. Vervolgens stond daar onder een soort afdakje voor twee enorme bruine houten deuren. Je moest een trekbel gebruiken die je dan binnen hoorde rinkelen.

Na eindeloos wachten werd je dan open gedaan door een non die mijn ouders in het Frans aansprak. Binnen moest je glazen klapdeuren door om vervolgens enkele treden omhoog te moeten stappen tot je in een brede gang terecht kwam met een marmeren vloer. Het plafond was vele meters boven je. Het was er in mijn beleving altijd koud en kil. Aan de muren beelden, her en der een kruisbeeld, een schilderij en een kast.

Fluisterend
Paula moest altijd ‘gehaald’ worden uit een voor normale stervelingen afgesloten gedeelte. Vanachter houten deuren waarin het glas was afgedekt door vitrages. Ondertussen werden wij in een zijkamer, eigenlijk een zaal van zo’n vijftien bij zeven meter, neergezet. Als Paula er eenmaal was, ging zij in gesprek met mijn ouders. Fluisterend. Voor mij was er geen donder te doen. Hardop praten was verboden, laat staan lachen, spelen, rennen. Je kreeg alleen een kopje thee en één oud – dat proefde je – koekje. Dat was het.

Vaak moesten we ook wachten tot de vespers; het avondgebed. Daarvoor moesten we naar de kapel, waar tevens alle nonnen samenkwamen. Als mijn ouders révérende mère – moeder overste – tegenkwamen leek het wel alsof ze de koningin voor zich hadden. Beiden gingen door de knieën en kusten haar ring.

Ik heb één keer de kerk, de Sint Agnes, van binnen mogen aanschouwen. En ik ben ooit, toen het echt warm was, in de tuin geweest tussen het hoofdgebouw en het schoolgebouw aan de Newtonstraat waar de nonnen les gaven. Veel meer dan een snelle rondgang was dat overigens niet en dan nog inclusief een klaslokaal.

Boek
Onlangs kreeg ik een boek in handen. Een wereld apart. Geschiedenis van het Sacré-Coeur in Nederland. Daarin las ik voor het eerst over ene Madeleine Louise Sophia Barat, geboren op 12 december 1779 in het Franse Joigny. Zij was de grondlegster van het Sacré-Coeur op 21 november 1780.

Zij werd daartoe gebracht door haar broer Louis, zelf priester. Die nam haar mee naar Parijs waar ze in een kleine leefgemeenschap van vrouwen voorbereid werd op het kloosterleven. Daar viel haar vorming en scholing op, reden om die te gaan inzetten voor de opvoeding van andere meisjes. Als non ontwikkelde ze een eigen schoolsysteem gericht op meisjes van alle sociale klassen. Inclusief een pensionaat.

Kinderen in het pensionaat hadden een nummer. Dat werd ook gebruikt bij alles wat zij hadden. Het kwam op hun kleren te staan, maar ook op het bestek dat ze gebruikten bij het eten. Er moest altijd stilte heersen. Spreken mocht alleen als daartoe een teken was gegeven. De voertaal was Frans.

In 1848 kreeg het Sacré-Coeur de eerste vestiging in Nederland: buitengoed Bloemendal in Vaals. Geloof me of niet, ik ben er ooit geweest. Ook weer meegesleept, dit maal door mijn moeder. In 1904 deed het Sacré Coeur zijn intrede in Den Haag. De Sint Agneskerk lag toen in een dichtbevolkte nieuwbouwwijk van Den Haag en daar was behoefte aan een door nonnen geleide school, zo vond de bisschop van Haarlem. Dus vroeg hij de nonnen van het Sacré-Coeur dat te gaan doen.

De grond achter de kerk werd aangekocht voor de bouw van een school. Beeklaan 175 werd gehuurd om daar vast wat nonnen onder te brengen zodat die konden ‘wennen’ aan hun nieuwe omgeving en taak. Op 15 september 1905 startte de school provisorisch. De belangstelling was gigantisch: 150 leerlingen wilden er op. De officiële opening was 23 oktober 1905.

In 1907 kreeg de school al twee onderdelen: een A-school voor kinderen uit gezinnen met weinig geld en een B-school voor kinderen van ouders uit hogere kringen. In 1912 werd besloten een nieuwe vleugel aan de school te bouwen. Die was in 1914 klaar. Er was inmiddels ook een klooster aan de Newtonstraat verschenen waar de nonnen zelf huisden.

Er kwamen een bewaar- ook wel fröbelschool genoemd, en na de Eerste Wereldoorlog een MULO. Het katholicisme vierde hoogtij in de jaren twintig en dertig. Dus ook het Sacré-Coeur. Rond 1930 kwamen er elke dag zo’n duizend kinderen de schoolpoorten binnen. De bewaarschool was inmiddels een kleuterschool, en er werden aan privé lessen gegeven. In 1933 kwam er een peuterschool bij.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog draaide de school gewoon door. Inmiddels ook met broeders en jongens. Alleen hadden ze allemaal eigen lesroosters en ook ingangen zodat ze de nonnen en meisjes niet tegen kwamen.

In 1951 werd gestart met een MMS: een middelbare meisjesschool. Dat leidde tot ruimtegebrek. In 1955 kwam er een houten noodschool in de tuin van kerk en klooster. In 1959 zelfs een tweede. Het bleek echter allemaal te veel te worden voor de nonnen, wier aantal steeds verder terugliep. In 1961 deed het Sacré-Coeur de MMS over aan de Sint Willibrordusstichting. Zelf trok men zich eruit terug.

In 1969 betrokken zes nonnen een huis aan de Van Beverningkstraat in Den Haag. Vier jaar later gingen de andere vestigingen van het Sacré-Coeur in Nederland dicht. In 1973 werden klooster en tuin aan de Newtonstraat verkocht aan Franciscaner monniken. Later werden het klooster en de school afgebroken om plaats te maken voor bejaardenwoningen. Het pand aan de Van Beverningkstraat werd ingeruild voor een onderkomen aan de Laan van Eik en Duinen.

Inmiddels is het allemaal vergane glorie. Het Sacré-Coeur is verdwenen. De Beeklaan ligt nu midden in Den Haag. Ik ben er onlangs gaan kijken. Vrij troosteloze omgeving. De kerk is er nog, net als de kapel. Achter de kerk zit nu een kinderopvang, verder zijn de bejaardenwoningen nu in handen van Florence. De rest van de ruimte achter de gebouwen is een tuin of park geworden.

Aan de Beeklaan zelf, op nummer 184, zit in het schoolgebouw van ‘Heilig Hart’ nu een kindcentrum. Cartesiusstraat 137, die evenwijdig loopt met de Newtonstraat alleen iets meer naar het oosten, is nu een bedrijfspand. De zandstenen reliëfs in de buitenwand herinneren aan de tijden dat meisjes hier leerden om een goede huisvrouw te worden, inclusief naaimachine.

Carel Goseling
carelgoseling@hotmail.com

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann