Waar is De Tijd gebleven…

Nee, ik heb het niet over de tijd van uw polshorloge. Ik heb het over De Tijd als kledingszaak. Uit de Brandstraat komende, daar waar ik geboren ben, steek ik de Paul Krugerlaan over.

Op de hoek zat een grote boekhandel. Daarnaast nog een paar winkels. En dan kledingzaak De Tijd. Maar, zo vraag ik mij af na ruim 55 jaar, hoe heetten die mensen toch ook alweer? Van Alkema(de)? Díe naam staat mij nog enigszins voor de geest. Maar het kan ook zijn dat de eigenaar van de boekhandel, daar op de hoek bij het Paul Krugerplein, van Alkema(de) heette.

De heer en mevrouw van Alkema(de), om ze tóch maar zo even te noemen, stonden in de winkel. Later ook hun zoon. Hij heette Boukje. Boven de winkel woonden ze. En hun interieur werd onderhouden door mijn moeder.

In de Van Geenstraat zit ook een kledingzaak. Die heet ook De Tijd. Dezelfde van de Paul Krugerlaan? Ik heb het ze niet gevraagd.

RIO
Naast De Tijd zat RIO. Een zaak waar ik nog wel eens naar toe werd gestuurd. Om gerepareerde nylons van m’m moeder, of van m’n zussen, op te halen. Met hier en daar een pikante poster. Ach, zo’n schattige winkel was dat.

Wat een heerlijk interieur hadden zij. Zoiets zie je tegenwoordig alleen nog in een museum.

Een soortgelijke winkel was er ook op de hoek van de Vaalrivierstraat en de Kempstraat.

Naast RIO was er een parfumeriezaak. Als verkopend stel de heer en mevrouw Van Sas. Je moest eerst een soort halletje in, alvorens de winkeldeur te kunnen openen. Áls m’n moeder er naar toe ging, ging ik graag mee. Het rook er altijd zo heerlijk.

Een beetje te vergelijken met de firma Douglas, tegenwoordig. Naast RIO waren nog enkele andere winkels.

Schalkburgerstraat
Dan steek ik de Engelenburgstraat over. En kom ik in de bocht van de laan terecht. Vrijwel recht tegenover de Schalkburgerstraat zat een speelgoedwinkel. Een heerlijke zaak om te snuffelen. En, zo eind december, kwam ik er ook. Om rotjes te kopen.

Ik steek over en wandel terug. Op de hoek van de Schalkburgerstraat zat een melkzaak. Firma Van Roos. De (oudste) dochter (Lia?) zat op de Gereformeerde Jongerenvereniging Perspectief. Als je de Schalkburgerstraat in liep, was er nog een straat. De Fronemanstraat. Dáár op de hoek was een winkel die kolen verkocht. En ik was de ‘gelukkige’ die ernaartoe werd gestuurd om er een paar zakjes te kopen. Een stukje verder lopende, de laan op, kwam ik Aad Vis tegen. De slagerij.

Hertzogstraat
Dan de Hertzogstraat oversteken. Ín de Hertzogstraat, op nummer 47, zat een juwelier. Deze is op een gegeven moment verhuisd naar de Paul Krugerlaan. Bijna op het hoekje van de Kritzingerstraat.

Maar goed, ik ‘loop’ nog even verder de laan op. En ik passeer een winkel vol met luxe banket en gebak. Exquis heette het. Voor het weekend kocht mijn moeder hier luxe koekjes. Als je de zaak binnen kwam, kreeg je gelijk ‘honger’. En naast deze lekkere winkel, op de hoek van de Kritzingerstraat, was er een andere kledingzaak. Firma Meijer. Je had De Tijd – zeg maar – voor de werkman. En je had firma Meijer. Voor de nette kleding. Tja, daar heb ik weleens wat gekocht. Goede service. Mooie kleding.

In de Kritzingerstraat, naast firma Meijer, was er een stal. Manege zou je tegenwoordig zeggen. Met échte paarden. Lekker ‘luchie’ hing er altijd…

Daarnaast een kapperszaak. Met enige regelmaat kwam ik daar ook. Eén van die kappers heette Fred. En woonde in de Brandstraat. In het tweede portiek.

Als je een net pakkie aanhad van meneer Meijer én een lekker geknipt koppie, kon je weekend niet meer stuk.

Tegenover firma Meijer zat ook een slager. Daarnaast de juwelier. Die van de Hertzogstraat. Waar ik nog een goede herinnering aan heb. Dankzij mijn moeder heb ik een zegelring met een robijn. Imitatie, maar dan toch. Alweer 48 jaar.

En dan een groenteman. Naast de groenteman zat een kleine speelgoedzaak. Onder andere verkocht men daar Märklin-treinen. Een filiaal van de boekhandel van de overkant. Dan, daarnaast op twee hoog, een dameskapper. Met een steile trap.

Op de hoek bij de Brandstraat een andere melkzaak. Jos Boer was de eigenaar. In de Brandstraat een garagebox. Voor de melkwagen. En op nummer 8, in de Brandstraat, op de tweede etage het woonhuis van Jos Boer, met zijn gezin. Hun dochter heette Cora.

De straat overstekende, kom ik wederom een slager tegen. Een paardenslager. Achter de winkelruit hingen ze. Bloedend en wel. In stukjes natuurlijk. Een griezelig, maar ook imponerend gezicht.

Verder het plein op lopende, zat er dáárnaast een servieswinkel. Twee panden. Familie Zendijk was de beheerder daarvan. Dan had je wederom een slager. Firma Benraad. En een drogisterij.

En, bijna op de hoek, sigarenhandelaar firma Loos. In de deur hadden ze een klein vierkant kantelraampje. Kon je als je groot geld had, dit wisselen. Om zodoende uit de automaat een pakje sigaretten te trekken. Op de zondag. Even aanbellen en mevrouw kwam er aan. Luikje open, luikje dicht. Of een tramkaartje kopen. De strippenkaart bestond toen nog niet, dacht ik.

Ik meen zelfs te weten dat je ook losse sigaretten kon kopen. En, in de winkel, op de toonbank stond een brandende aansteker. Een klein vuurtje.

Op het hoekje van de Beijerstraat nóg een groenteman. Firma Van Reijsbergen. Deze heeft ook voor een bepaalde periode een tweede zaak gehad. Op de Dierenselaan. Daar waar nu de Zeeman zit.

Op het Paul Krugerplein stond een houten bank. Aan beide zijden kon je zitten. Handig als je een visje had gekocht. Want die stond er. Een houten kiosk. Overstekende, richting de Loosduinseweg, kwam je een servieszaak tegen. Hoe die heette, ben ik vergeten. Eén herinnering heb ik er nog aan over: een gekleurde asbak. Een dubbele etalage had men er.

En dan op de hoek van de Reitzstraat zat Jamin. Tja, een zaak met lekkere herinneringen. Schuin tegenover Jamin, in de Reitzstraat was er een andere kolenboer. Daar kocht ik, in opdracht van mijn moeder, een stuk of wat zakjes kolen. Dragend naar huis. Pfff…

Verder de laan oplopende, op de hoek van de Christaan de Wettstraat, was een bakker gevestigd. Firma Pluijm. Daar kochten wij ons brood, voortaan. Schuin daarboven was op de eerste en de tweede etage een padvindergroep. Op de eerste zaten de welpen. En op de tweede de verkenners.

Akela Zwennes
Ik ben geïnstalleerd door Akela Zwennes. Zij woonde aan de Gedempte Sloot. Een smal straatje nabij de bierbrouwerij: de ZHB. Helaas is hij weg. Alles is gesloopt. Jammer! Op de tweede etage zaten de verkenners. Die hopman woonde aan het Hobbemaplein.

Aan het einde van de Paul Krugerlaan zat en zit nog steeds een winkel. Een grote winkel. Wat er nú zit is Wierab. Maar vraag mij niet wat er voorheen zat.

Ik wandel terug, aan de overkant. En ik zie nog steeds het beeld voor mij van de schoenenzaak. Daar op de hoek van de Smitstraat. Firma Krul.

Even verderop de Kockstraat. De volgende straat heet de Reitzstraat. Tussen die twee straten stond een kerk. De Nieuwe Zuiderkerk. Is in de fik gegaan. Oorzaak? Geen idee. Oh, wanneer in de fik? Zomer 1974.

Die Saamtrek
Op de Paul Krugerlaan, tussen die twee straten was er een ander soort winkel. Een clubgebouw: ‘Die Saamtrek’. Een evangelisatiewinkel. Leuke anekdotes kan ik u er over vertellen. Maar dat laat ik voor nú maar even achterwege.

Alvorens het Paul Krugerplein weer op te gaan, passeer ik eerst nog glashandel Marcel, daar op de hoek van de Reitzstraat. De beheerder was, net als ik, leerling geweest van de LTS, Veluweplein.

Tja, De Tijd. Daar begon ik mee. Gék, hé. Dat zo’n winkel mij is bij blijven staan. Andere dingen ‘vergeet’ ik. Maar De Tijd? Tja, waar is de tijd gebleven…

Maar om toch nog even in díe tijd te blijven, kan ik u nog wel wat vertellen over de omliggende straten. Of over de bewoners van de Brandstraat? Eén persoon wil ik tóch graag even in het voetlicht laten treden. De pinda-meneer. Ach, wie kent hem niet?! Hij stond er bijna altijd. Op de hoek van de Waag en de Grote Markt. Nabij de Prinsengracht. Die pinda-meneer was een bewoner van de Brandstraat nummer 32. Op de tweede etage. Op de eerste etage woonde de familie Van Laar.

En de andere bewoners, waar ik nog wat van weet? Een volgende keer…

De buurt. Als voorbeeld: als je de Engelenburgstraat uitliep, richting de Loosduinseweg, zag je Groenstein al staan. Een voormalig klooster. Ik vond het een schitterend mooi architectonisch gebouw. Het leek op de Ridderzaal.

Maar wat zich daar binnen heeft afgespeeld, is moeizaam bekend.

Alle zijstraten aan je rechterhand, vanaf de Steinlaan richting Groenestein, waren doodlopende straten. Afgesloten met een hoge muur. Daar achter lagen kolen. Heel veel diverse kolen.

De Steinlaan liep ook dood, in de Herman Costerstraat. Je kon niet doorrijden zoals nu, naar bouwmarkt Karwei. Achter de muur dus kolen. En spoorrails.

Tramlijn 11 reed er. En er reed, op bepaalde dagen, een locomotief met wagons. Vol huisafval. Want die had je nog. Daar waar nu het park De Verademing is, was de stortplaats voor huisvuil.

Langs de blindenmuur, Steinlaan en Herman Costerstraat, stonden op een gegeven moment caravans. Woonwagens met zigeuners. Zo plots als ze kwamen, zo waren ze ineens pleitte. Hoe lang ze er hebben gestaan? Geen idee.

Scheeperstraat
Een paar straten verderop is er de Scheeperstraat. Aan het begin bij de Schalkburgerstraat stond er een gebouw voor de ziekenzorg. M’n opa heeft er nog gelegen. Het gebouw staat er nu nog. Alleen nu in gebruik door de bewoners die thans de Transvaalwijk bevolken.

Een stukje verder lopende kwam je de snoepwinkel tegen. Voor weinig geld kon je een hoop kopen. Hierbij moet ik toch even een jeugdzonde bekennen. De jonge mevrouw, achter de toonbank, was een strenge mevrouw. Die lette goed op wat je kocht en voor hoeveel. Maar af en toe stond er ook haar moeder. En die zag niet zo scherp meer. Dus was het uitproberen of je met speelgoed geld, een dubbeltje van karton, ook snoep kon kopen. Joepie, dat lukte. En nu hard weg rennen. Een heerlijke snoepwinkel. Dat je het naderhand moest bezuren bij de tandarts, door al dat gesnoep aan suikerwerk, ach, daar dacht je gewoon niet even aan.

Op de hoek van de Kritzingerstraat had je ook nog een supermarktje. Firma Lammerink. Om de hoek een halletje. Daar moest ik weleens warm water voor m’n moeder gaan halen.

Op allebei de hoeken, van de Brandstraat, tegenover elkaar had je een drank gelegenheid. De één was een café. En de ander was een koffiehuis.

Bakker HUS
De derde hoek werd bezet door een kapperszaak. Een stukje verderop, in de straat, zat bakker HUS. Ja, ik weet het nog: een half witje gesneden. Kostte 25 cent.

HUS was ineens weg. Waarom weet ik niet. Vandaar dat we op een gegeven moment naar firma Pluijm gingen. Op de Paul Krugerlaan.

Schuin tegenover HUS was er een groentezaak. De man heette Niek. Dol op oude kranten was-tie. Als je wat kocht, werd dat verpakt in oude kranten. Kreeg je je eigen krant weer terug. Grappig, hè.

Richting De la Reyweg waren er een paar autogarages. Voor onderhoud. Ook een kolenhandelaar. En glashandel Van Es. Zit nu ergens in Rijswijk. Op de hoek van de Heibronstraat was er een fietsenzaak. Tevens stonden er twee schoolgebouwen. Eéntje staat er nog. De ander is verbouwd tot moskee. En dan op een pleintje: de technische school. Een openbare. Op het Veluweplein was er ook één. Een christelijke. Tja…

Als laatste de Brandstraat. Richting de Kempstraat. De rooms-katholieke kerk natuurlijk. Daartegenover een gebouw: Custodia. Heel wat Sinterklaasfeestjes gevierd, daar. Je had in dat gedeelte van de straat ook een supermarktje: Végé. En er was ook pindabranderij. Al had je net gegeten en je ging naar school, de Comeniusschool, die lucht? Hmmm, heerlijk.

Daarnaast een portiek. En een woonhuis. In dat woonhuis werden boorden gesteven. Boorden van overhemden. Manchetten. Ik moest er wel eens naar toe, voor m’n vader. Dan op de hoek van de Vaalrivierstraat een soortgelijke winkel als RIO, net als op de Paul Krugerlaan.

Beijerstraat
Teruglopende door de Beijerstraat, zag ik een speeltuin met een grote grasweide.

Daarnaast bebouwing van de gemeente. Oudere mensen, die het overkwam, weten het misschien nog wel. Een gebouw waar je wat geld kon krijgen als je in de steun liep. Werkloos was. Of een stempeltje moest halen. Werkverschaffing? Tja, zó is het Zuiderpark ontstaan. Wat er nu staat, is een woonzorgcentrum.

Mondiale Paul Krugerlaan
Ach, mijn ouwe buurtje… Ik kan er nog wel meer over vertellen. Maar voor nu: beste lezers en lezeressen, bedankt dat u de tijd heeft willen nemen dit artikeltje te willen lezen.

Beschikt u over vrije tijd? Wandel dan eens over de mondiale Paul Krugerlaan.

Ik hoop bijtijds te zijn geweest door te schrijven over De Tijd.

Aad van Krevelen
ajlvankrevelen@hetnet.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann