Tragische babywissel na bombardement in 1940

Toen in mei 1940 enkele bommen zware schade toebrachten aan de Bethlehemkliniek, zou later blijken dat de immateriële schade nog groter was. Bij het bombardement kwam namelijk een jongetje om. Grote vraag was: wie waren de ouders van dat jongetje en van wie was het nog levende andere kindje? Twee pas bevallen moeders met hun echtgenoten, die maanden dramatisch de strijd aangingen om hun kind toegewezen te krijgen.

De rooms-katholieke kraamvrouwenkliniek Bethlehem, die in handen was van het ziekenfonds St Joannes de Deo, was aan het begin van de oorlog zwaar getroffen. Op de plaats waar anders altijd zoveel plezier is vanwege de moeders met hun pasgeboren baby’s, was nu veel schade aan verschillende zalen door twee bommen die op 10 mei 1940 het gebouw troffen. Aan de kant van de Prinsessegracht was weinig van de schade te zien, maar erachter was het een complete ruïne.

Alsof de materiële schade van de bominslag op zich niet ernstig genoeg was, bleek de bomaanval nog een ander drama tot gevolg te hebben. De familie Steinmetz was hun baby Keesje kwijt! Bij de aanval had mevrouw Steinmetz haar op 1 mei geboren kindje door het raam aan één van de redders gegeven en vervolgens moest ze naar de schuilkelder van de Eerste Nederlandsche Levensverzekeringsmaatschappij op de hoek van het Voorhout. Zij lag in zaal 8 die geheel intact was gebleven. Eenmaal uit de schuilkelder liep mevrouw Van der Winden met het kind van mevrouw Steinmetz, dat zij voor het hare hield. Maar mevrouw Van der Winden lag in zaal 9, die geheel vernietigd was, dus ze kon onmogelijk dat kind als het hare beschouwen.

Rechter
Uiteindelijk kwamen de kibbelende ouders bij de rechter. Steinmetz beschouwde het kind als het hare en eiste het terug. Maar dat was geen simpele zaak, want een DNA-test zoals heden bestond er nog niet en probeer als rechter maar een pasgeboren baby aan de rechtmatige, biologische moeder toe te wijzen. In de rechtszaal ging het er emotioneel aan toe. Vooral toen Van der Winden met het kindje halfdragend op haar arm de zaal betrad. Moeder Steinmetz kon het allemaal niet aanzien, toen het kindje ook nog wat huilde. De rechter hield het zakelijk, maar kon niet tot een besluit komen. Reden hiervoor was dat de kleintjes destijds uniform waren gekleed en in dezelfde dekentjes waren gewikkeld van de kliniek. Mevrouw Van de Winden hield vol haar kind geen moment uit het oog te hebben verloren. Op het moment van de bominslag, lagen er twintig baby’s in de kliniek en uiteindelijk waren er twee dodelijk getroffen.

Getuigen
De zaak duurde lang. En rechter Rueb kwam uiteindelijk met een vonnis, waarin hij Keesje toewees aan moeder Steinmetz, maar tegen dit vonnis ging Van der Winden in beroep. En zo bleef het drama de gemoederen lange tijd beheersen. Aangezien de rechterlijke macht de ernst van de zaak inzag, werden de hogere beroepen uitzonderlijk snel behandeld. Ondertussen werd een bloedtest gedaan, doch die leverde dusdanig resultaat op dat het kind van beide echtparen kon zijn. Familieleden en verwanten van beide partijen kwamen gelijkenissen vaststellen pleitende voor hun familie. Het verplegend personeel gaf de doorslag. Vooral zuster Herenia herkende in Keesje het kindje Steinmetz. Eind september kwam het definitieve vonnis waarbij Keesje aan de familie Steinmetz werd toegekend.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann