Huismeester in Haagse Kringen

Toen ik in december 2013 mijn boek Huismeester in Haagse Kringen in Pulchri Studio presenteerde, met medewerking van Wieteke van Dort en de pianist en componist Hans Steiger, wist ik niet dat mijn boek met een beperkte oplage na drie jaar geheel was uitverkocht.

Nu daar was ik wel erg trots op. Toen ik aan dit boek als herinnering van mijn loopbaan bij Puchri Studio tussen 1978 en 1998 ging schrijven, realiseerde ik mij wel wat ik wel of niet kon optekenen temeer, omdat het ging om vooraanstaande personen zoals Ruud Lubbers, Joop Den Uyl en Hans Wiegel. Daarnaast ook binnen het bastion van het toenmalige bestuur van Pulchri, dat het algemeen belang van Willem Hendrik Mesdag de mede-oprichter en voorzitter van dit genootschap, tradities in ere moest houden. Dus strenge regels die in mijn tijd nog altijd golden. Ja, je moest als aankomend kunstenaar toch wel wat op het doek kunnen zetten of als beeldhouwer een prestatie leveren bij de verplichte ballotage om als kunstenaar van dit nobele genootschap lid te mogen worden en dit werd dan ook gezien als het hoogst bereikbare wat je in onze stad kon halen als kunstenaar.

Toen ik in 1978 solliciteerde naar de baan van huismeester besefte ik nauwelijks wat ik al die jaren zou meemaken. Het was 16 februari 1978 dat ik voor het eerst het gebouw betrad voor een sollicitatiegesprek. En voor het eerst klopte ik aan bij de bestuurskamer. Toen klonk er een verheven stem: “Binnen!” Waarna ik de deur opende en ik meteen de negentiende eeuw binnenstapte. De kroonluchter hangend boven een grote ovale tafel verspreidde een warm dim licht over deze tafel bedekt met een zeer mooie kelim, rondom stonden er een aantal stoelen, waarvan één duidelijk afweek van de anderen. Dit bleek de stoel van de voorzitter Dirk Bus, een bekende Haagse beeldhouwer. Die stoel was dan niet bezet, omdat Dirk Bus door zijn ernstige ziekte niet aanwezig kon zijn.

Toen ik mijn plaats had ingenomen en eens rond keek zag ik een interieur waarvan ik dacht hier heeft de tijd stilgestaan. Ook het uitzicht over het inmiddels donkere mooie Lange Voorhout met de verlichte lantaarns verhoogde die sfeer, ja, die sfeer van Louis Couperus! Het gesprek begon eerst met uitgebreide uitleg waarin ik de hele geschiedenis van de Haagse School uitgelegd kreeg en wat Pulchri Studio daar mee te maken heeft. Echt wel interessant, want dit alles was voor mij nieuw en niet bekend. Eigenlijk weten veel te weinig stadsgenoten over het ontstaan van zowel de Haagse School als Pulchri Studio, zeker als het gaat om wat ze voor beide historisch betekenen.

De toenmalige penningmeester Piet Frequin (hoofd financiële zaken Haags Gemeentemuseum) en secretaris Anton Boersma (directeur bij Economische Zaken) gaven duidelijk aan: het ging niet over zomaar een baan, maar een erebaan en dat ik daar rekening mee moest houden. Nu dacht ik: dat zal wel eens een riant salaris kunnen opleveren, dus niet ruim tweemaal minder dan mijn laatste werkgever BAM bouw, omdat ik daar een overplaatsing naar Dubai weigerde. Gelukkig wist deze sluwe penningmeester dat de overheid een nieuwe regeling had getroffen, de zogenoemde ‘loonsgewenningregeling’, zodat er drie jaar lang tot zeventig procent zou worden aangevuld op mijn laatstverdiende salaris.

Alle aanwezigen staken een sigaar op en ik rookte gezellig mijn pijpje mee. Al snel kwam er de fles en de glazen op tafel en ze toastten gezamenlijk op de komst van hun nieuwe huismeester!

Louis XV-zaal
Eén van mijn eerste grootste klussen was het begeleiden van het VARA live tv-programma Haagse Kringen. Toen arriveerde de crew met een reportagewagen, materiaalwagen en een touringcar met dertig man. Ze huurden maandelijks de prachtige Louis XV-zaal. Deze werd omgetoverd tot een echte Haagse salon, zoals dit vaak beschreven was in de boeken van Louis Couperus.

Spijkeren in de damasten wanden was ten strengste verboden, aldus het bestuur. Maar tot mijn verbazing zaten er al spijkers onopvallend tussen de naden van het damast, netjes bijgekleurd, zodat ze na afloop nauwelijks opvielen. Toen arriveerde ook nog een vrachtwagen vol met zeer grote palmen. De Haagse salon was compleet.

Als de presentatoren, Joop van Tijn en Koos Postema, arriveren, gaat het grote spektakel beginnen. Koos vroeg: “Wat is je naam?” Ik antwoordde: “Joop.” Koos: “Dat komt goed uit. Vanaf nu ben jij even Joop den Uyl.” En hij vuurde meteen wat vragen op mij af, die ik zo beantwoordde in plat Haags, zodat hij daarom enorm schaterend moest lachen.

Dus bijna voor iedere uitzending moest ik aan tafel plaatsnemen. Zo ook met Joop Den Uyl en Hans Wiegel. Dan zei ik het volgende; “Mot je effe luistruh, Koosie. Mooie nagemaakte, je denk van Jopie en Hans allus te hoore te krijge? Van dit ongeregeld sooitje nefver en nooit de waerheid…” Volgens de redactie van dit programma bracht dit vooraf een enorme ontspanning. Een live-uitzending die velen onder de oudere lezers zich zeker kunnen herinneren. De inzet van het Haagse salonorkestje met een vaste melodie die vele huiskamers bereikte.

Menig landgenoot zat op het puntje van zijn stoel voor de tv. Met de regisseur Jack Gadella had ik contact via een oordopje, trots dat ik was. Na het Tienuurjournaal en de reclame, kreeg ik de opdracht de glaasjes met een borrel en de asbak op tafel weg te halen en daarvoor glazen met jus d’orange te plaatsen, zodat kijkend Nederland een goede indruk van het geheel kreeg.

Vooraf moesten de uitgenodigde toeschouwers van de studiodienst VARA de fel gekleurde rode toegangskaart tonen. Toen een suppoost aan een VVD-prominent de rode kaart vroeg, antwoordde hij: “Nee! Ik ben van de VVD.” Ondanks de strenge controle van het toegangsbeleid van de VARA lukte het kunstenaars en bestuursleden van het genootschap via een omweg toch de zaal te bereiken. Als tegen negen uur Joop den Uyl binnenstapte, vroeg hij mij meestal om een sigaar en wist mij precies te vertellen waar ze lagen. Daar ik zelf ook niet vies was van een sigaartje, trof ik nu een briefje aan: “Afblijven, Joop.” Gold dit voor mij of voor meneer Den Uyl? Laat dat maar in het midden…

Vuurtje
Natuurlijk gebeurden er wel onverwachte dingen die je niet kunt wegknippen, want het is immers een live-uitzending. Meneer vroeg een dame tussen de gasten: “Waar kan ik het beste staan, zodat ik veel in beeld kom?” Ik antwoordde resoluut: “Naast mij.” “Dank u!” “Heeft u ook een vuurtje?” Ze stak een sigaret in haar mond, maar niet aan de juiste zijde, dus ik stak de filter aan er ontstond een klein steekvlammetje. Deze scène zag de eindregisseur mooi close in beeld. Dat de binnengeslopen – inmiddels overleden – bekende Haagse kunstenaar Theo Mooiman mij behoorlijk kopzorgen bezorgde, was niet ten onrechte. Hij presteerde het tijdens het optreden van het Haagse salonorkestje onder de vleugel te kruipen en de pianist van zijn pianokruk te trekken. Natuurlijk een noodkreet: “Joop, haal die vent onder de vleugel weg!”

Ik was wel snel ter plaatse. Dook eveneens onder de vleugel en sommeerde dat hij moest stoppen. Inmiddels was de pianist al voor de helft naar beneden getrokken, met een constant sissend ‘rot op’ van de pianist, staakte hij zijn verdere poging. Toen de regisseur een totaalplaatje wilde maken, kwam ik op een zeer ongelukkig moment close voor een camera. “Weg, Joop! Weg!”, schreeuwde hij via het oortje. Ja, dat waren nog eens spannende, maar toch leuke belevenissen. Steeds meer inbreng met ideeën van mijzelf werden ook met veel plezier aangenomen. Een straatmuzikant met een accordeon en al op de gehuurde mooiste Steinway-vleugel van de firma Mathla te plaatsen. “Een reuze idee. Doen, Joop.” Toen ik aan de straatmuzikant vroeg een tv-optreden te doen, verbaasde dat hem: “Ben ik dan zo goed?” “Ja, dat ben je en je krijgt ook een vergoeding. Ook voor nieuwe kleren.” Nee, daar ging het juist om. De avond van de uitzending zat meneer Mathla voor zijn toestel te wachten totdat zijn duurste troetelkind in beeld kwam. Wat hij niet wist, was dat de decorafdeling een laag schuimdoek met daarop een op maat uitgezaagde zwart geschilderde plaat had geregeld. Het leek allemaal net echt. Zo echt, dat de heer Mathla, de verhuurder, mij belde. “Dit is de laatste keer dat ik een vleugel aan de VARA zal verhuren. Vertel ze dat maar!”, zei hij woedend… Maar toen ik de volgende keer hem uitlegde wat er gebeurd was, om beschadiging te voorkomen en hij in de aftiteling vermeld zou worden, ‘met speciale dank aan piano verhuur Mathla’, was al het leed weer geleden. Eind goed, al goed.

Joop Looijestijn
jal@ziggo.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann