John Vroom in de Jaguar Mk II 3.8

Echt zo’n auto die voor mij de verpersoonlijking was en nog is van het rijke, machtige, aristocratische Britse imperium van weleer. Het mooiste vind ik ook als je hem daar ziet rijden over die bochtige, heuvelachtige countrylanes of geparkeerd ziet staan bij een Old English Pub. Heerlijk, die emotie.

En ja, wat een prachtige ronde vormen heft deze Jaguar. Het meest opvallende en typerende is natuurlijk de voorkant. Een waanzinnig mooie chromen grille, met daarin het Jaguar-logo. Aan beide zijden de chroomomrande koplampen met schuin omlaag de verstralers en de oranje knipperlichten. Glimmend chromen bumper met forse rozetten. Heel subtiel waren de stadslichten aan het eind van de motorkap met daarbovenop een rood plastic puntje. Weet u waar dat voor was? Dan kon je ’s avonds aan de aangelichte rode puntjes zien of de stadslichten brandden en tegelijkertijd zag je daardoor waar de auto aan de voorkant zo’n beetje ophield als je de breedte en de lengte in het donker moest inschatten. Briljant toch? Dat soort simpele dingen bedenken ze tegenwoordig niet meer. Prachtig is natuurlijk dat Jaguar-beeldje boven op de motorkap. Een kennis van mijn vader, slager Dungelmann, van die nog legendarische kroket aan het Noordeinde, had destijds een metallic lichtblauwe. Joh, ik kan daar urenlang bijna ademloos naar kijken. En dan die fraaie zijkanten. Het eerste wat opvalt zijn die chromen spaakwielen. Je poetste je helemaal gek in die tijd. Hoge taille en dan die mooie raampartij. Voor en achter uitklapbare tochtraampjes en let eens op die bijzonder mooi ontworpen deurhendels met half ovalen drukknoppen als onderdeel van weer een chromen strip die doorloopt tot aan de achterbumper. Ja, het chroom kon in die tijd niet op. De mooie bol aflopende achterkant is ook een traktatie voor je ogen.

Als ik het portier open, ruik ik eerst even. Die heerlijke rijke lucht van Brits leer met die onvermijdelijke combinatie van een vleugje Castrol-olie. Als ik daarbij mijn ogen dicht doe, dan waan ik mij weer in Engeland tijdens mijn jeugdvakanties bij mijn oom en tante die zo’n Jaguar hadden. Wanneer ik achter het mooie zwarte stuur met die half chromen claxonring plaats neem op die comfortabele leren stoel, zie ik alleen maar warm hout met twee chique klokken voor mij en in het midden vier meters met daaronder fraaie tuimelschakelaars met daar weer onder de tekst waarvoor zij dienden. Prachtige chique eenvoud. In het midden daarvan het contactslot voor het karakteristieke ronde Union-sleuteltje met twee knopjes verder de startknop. De handrem zit links van de bestuurdersstoel, niet vreemd voor die tijd. Het stuur was verstelbaar door aan een gekartelde ronde ring aan de stuurkolom te draaien alsof je een verrekijker instelt. Geniaal. Hoogste tijd voor een ritje. Sleutel omdraaien, beetje choken, druk op de startknop en daar is het grommende geluid van die fantastisch mooie 3.8 motor. De loodzware koppeling intrappen en de versnellingspook in één en daar gaan we. Dit is nog echt sturen zonder de hedendaagse bekrachtiging en het schakelen vraagt toch enig omzichtig inlegwerk, als u begrijpt wat ik bedoel. Voordeel is wel dat de schijfremmen wel bekrachtigd zijn. Echt autorijden dus, maar als de motor goed op temperatuur is en je heerlijk gracieus over langgerekte binnenwegen rijdt, dan is het toch volop genieten. Een vijfde versnelling had deze Jag nog niet, maar toen had men de Overdrive die de toeren wat deed temperen, zodat je nog meer kon genieten van het rustige motorgeluid. Wat is echt autorijden met deze MK II toch een genot en met de zachte geluiden uit de speaker van de radio, met nog echte simpele knoppen voor aan en uit, waan ik mij even Inspector Morse op weg naar zijn volgende moordzaak. Bloody Marvellous!

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann