Illustere bewoonsters Nieuwe Uitleg 16

Schuin tegenover de Koninklijke Schouwburg leidt het Smidsplein naar een gracht: het Smidswater. Vroeger was dit water een buitensingel, waarachter de ‘Plantage’ begon. Zo heette het voorste deel van het Haagse Bos, dat we nu kennen als het Malieveld.

In 1705 begon men met de ‘uytlegginghe’ van de stad in noordelijke richting. De grens werd verlegd naar de toen gegraven Prinsessegracht. Het tussenliggende land werd bebouwd met fraaie herenhuizen. De kade aan het Smidswater rechts kreeg de naam Nieuwe Uitleg. Nummer 16 werd gebouwd in 1730 voor een aristocratische familie. Het huis kreeg pas bekendheid door twee illustere bewoonsters.

Mata Hari (1876-1917)
Zij werd, volgens eigen zeggen, geboren in India, aan de kust van Malabar en kwam uit de heilige kaste van Brahama. Haar vader werd Assirvadan genoemd. In de grote pagode van Siva werd ze opgeleid om haar moeder op te volgen in de heilige riten van de dans. Een jonge officier ontvoerde haar uit de tempel, trouwde haar en verwekte bij haar een zoon, die vergiftigd werd door een inlandse dienares. Mata Hari liet het er niet bij zitten en wurgde de gifmengster met haar eigen handen. Vervolgens stierf haar echtgenoot aan geheimzinnige koortsen. Ze kwam naar Europa en begon haar carrière als danseres.

De waarheid was wel even anders! Ze kwam op 7 augustus 1876 in Leeuwarden ter wereld als Margaretha Geertruida Zelle. In 1895 trouwde zij in Amsterdam met de 20 jaar oudere KNIL- kapitein van Schotse afkomst, Rudolf Mac Cleod. Een onbehouwen, kaalhoofdige koloniaal met een geweldige snor en reuma. Het paar vertrok naar Nederlands-Indië, waar in 1896 een zoontje werd geboren en in 1998 een dochtertje. Inderdaad stierf het jongetje in 1899 aan vergiftiging door een inlandse bediende. Het meisje ontsnapte ternauwernood aan de dood. Het huwelijk was slecht. Na de terugkomst in Nederland werd de scheiding uitgesproken.

In oktober 1903 vertrok Gerda Zelle naar Parijs, waar zij enkele jaren later succes had als de ‘Indische’ danseres Mata Hari. De naam betekent ‘oog van de dag of van de zon’, maar in India was ze nooit geweest. Het verschil tussen dansen met een Indische of Indonesische oorsprong zag het publiek toch niet. Het feit dat zij bijna geheel naakt danste veroorzaakte natuurlijk de meeste sensatie. Al haar verhalen over spionageactiviteiten zijn tot 1914 pure verzinsels. Ze was avontuurlijk, temperamentvol, bezeten van theater en… van geld.

Ze woonde in de jaren 1914 en 1915 aan de Nieuwe Uitleg 16 en trad in die tijd onder andere op in de nabije Koninklijke Schouwburg met een ‘Hindoestaanse’ dans in de opera Lakmé. Wegens gebrek aan succes zegde zij na enkele opvoeringen haar medewerking op. Ze werd in het oorlogsjaar 1915 in haar huis benaderd door een Duitse gezant en overgehaald tot (goed betaalde) spionageactiviteiten voor de Duitsers. Terwijl drie huizen verder op nummer 19 de chef van de Britse inlichtingendienst woonde!

Toen ze in 1916 terug was in Parijs, werd ze daar gevraagd voor Frankrijk te spioneren. Zo werd de courtisane Zelle een dubbelspionne. Een rol waarvan ze genoot, tot ze tot haar verbazing in 1917 door de Franse inlichtingendienst werd gearresteerd. Ze werd veroordeeld en gefusilleerd te Vincennes.

Tijdens haar leven was ze al een legende, een mysterie ook, dat zij zelf bekwaam opriep door haar voortdurend tegenstrijdige verklaringen. Het liep dan ook storm, toen haar huis aan de Nieuwe Uitleg in 1918 enkele dagen ter bezichtiging voor het publiek werd opengesteld. ‘Begerige dames en heren moesten in groepjes worden binnen gelaten. Lekker gluren naar alles dat zonde was’, aldus een dagblad uit die dagen. Ze was de beroemdste spionne die de wereld ooit gekend heeft.

Fie Carelsen (1890-1975)
Ook de ‘grande dame van het Haagse toneel’ woonde op de Nieuwe Uitleg 16 van 1928 tot haar dood in 1975. Zij had diverse overeenkomsten met haar voorgangster Mata Hari: beide bijzondere vrouwen lééfden voor het toneel, beiden waren zij kort getrouwd met een oudere man en beiden zagen Indië.

Fies’ moeder Cécile Carelsen zat in Leeuwarden op school en haar oom Sander woonde naast de familie Zelle, waarvan het dochtertje Margaretha Mata Hari zou worden. Beiden zijn geschilderd door Isaäc Israëls en Piet van der Hem, die ook in Leeuwarden werd geboren en in Den Haag woonde. Sophie Carelsen koos voor haar zilveren jubileum het stuk ‘Mata Hari’ om daarin de titelrol te spelen. Het haastig in elkaar geflanste stuk werd echter geen succes. Critici verweten haar dat zij een te zachte en te menselijke spionne op de planken zette. Fie bewaarde vele jaren het met monogram en kroon geborduurde servet, dat Mata Hari had toebehoord.

Wie was Fie Carelsen? Een buitenechtelijk kind. Dat was in artiestenkringen geen uitzondering. Cécile, haar moeder, was getrouwd met ene De Jong. Zij kreeg uit een affaire met de eveneens getrouwde acteur Frits Bouwmeester twee ‘onechte’ kinderen: een jongen en een meisje. Beiden werden uitbesteed, ‘omdat moeder het te druk had met toneelspelen’. De grote Louis Bouwmeester was dus haar oom en de actrice Theo Mann-Bouwmeester haar tante. Geen wonder, dat het toneel haar in het bloed zat. Zonder de toneelschool te hebben afgemaakt, werd ze door Henri Chrispijn aangenomen onder de achternaam van haar moeder: Carelsen. Na wat kleine rolletjes vertrok ze met haar moeder voor een tournee door Indië. Het was daar, dat ze op 17-jarige leeftijd haar grote liefde ontmoette: de 28-jarige ‘straatzanger’ Jean-Louis Pisuisse.

Jean-Louis Pisuisse.
Jean-Louis Pisuisse.

Hij was samen met Max Blokzijl ook op tournee in Indië. Terug in Nederland trouwden zij in 1913, nadat Pisuisse van zijn eerste vrouw, bij wie hij twee kinderen had, was gescheiden. Fie ging optreden in het cabaret van haar man, als haar engagementen bij het beroepstoneel het haar toelieten. Zij noemden elkaar Fiep en Swiep. Ze heeft veel opgestoken in die cabarettijd. Ze leerde haar houterige bewegingen af en ging beter articuleren, omdat in de liedjes elk woord ertoe deed.

Toch bleef haar hart bij het toneel. Toen zij daar steeds grotere rollen kreeg, groeiden Fiep en Swiep uit elkaar. Zij hadden elk hun bezigheden en zagen elkaar amper. Vrouwenversierder Pisuisse werd verliefd op een zangeresje, dat in de eerste wereldoorlog uit België was gevlucht vanwege de oprukkende Duitse troepen. Ze heette Jenny Gilliams en was in 1912 getrouwd met Freddy Elbers. Van hem kreeg ze een zoon. In 1914 zijn ze gescheiden, omdat ze niet bij elkaar pasten. Ze was toen 21 jaar. Pisuisse engageerde haar en zong met haar de duetten die hij eerst met Fie Carelsen had gezongen.

Fie wilde niet scheiden. Pas toen Jenny van Pisuisse in verwachting was en Fie thuis rekeningen ontving op naam van mevrouw Pisuisse, gaf ze toe. In het najaar van 1925 werd de scheiding uitgesproken en op 16 juli 1927 trouwde Swiep (voor de derde keer) met Jenny. Dit derde huwelijk duurde niet lang, want op 16 november 1927 werden beiden op het Rembrandtplein in Amsterdam door een jaloerse minnaar van Jenny doodgeschoten, waarna de schutter zichzelf doodde. Het was een vreselijk drama, waarvan de kranten vol stonden. Het paar werd begraven op Oud Eik en Duinen in Den Haag. Fie heeft zo lang ze kon ieder jaar op zijn sterfdag bloemen op het graf van haar enige en grote liefde gelegd.

Intussen ging zij een glanzende carrière als actrice tegemoet. Eerst bij Willem Royaards’ Koninklijke Vereniging Het Nederlandsch Tooneel in Amsterdam en daarna bij het ‘Hofstadtoneel’ van Verkade in Den Haag, dat het Verkade-theater aan de Herengracht bespeelde. Vanaf 1920 woonde zij in de Residentie en werd zij de Haagse actrice bij uitnemendheid. In de Koninklijke Schouwburg speelde zij onder Cor van der Lugt Melsert prachtige hoofdrollen. In 1928 betrok zij het huis aan de Nieuwe Uitleg, waar zij de ‘beau monde’ van Den Haag ontving. In de oorlog namen de Duitsers bezit van de Schouwburg. Het Residentietoneel verhuisde naar de Princesseschouwburg, dat met het bombardement op het Bezuidenhout door afdwalers werd vernield. Haar moeder werd opgepakt en stierf in Theresiënstadt aan uitputting en ondervoeding.

In 1947 werd de Haagse Comedie opgericht, met Cees Laseur en later Paul Steenbergen als leiders. Fie werd de first lady van het gezelschap. Zij nam in 1958 afscheid met het al eerder door haar met veel succes gespeelde ‘Toontje heeft een paard getekend’, van Lesley Storm dat meer dan 250 keer werd gespeeld. Haar portret, geschilderd door Isaäc Israëls, siert één van de foyers van de Koninklijke Schouwburg, waar ze na haar pensionering een vaste plaats op de eerste rij had. Ze sloeg geen première en geen receptie over. Ze had een sterke wil, veel humor en een warmvoelend hart. Ze was zéér spraakzaam, maar roddelde nooit ofte nimmer. Volgens haar eigen zeggen…

Ze overleed in 1975 en werd bijgezet in het graf van Pisuisse, aan de andere kant van Jenny, haar grote rivale. In 2002 is er een laan naar deze actrice genoemd in het Wateringse Veld: de Fie Carelsenlaan, waar men, evenals zijzelf, op goede stand kan wonen.

Barend Jan Donker
lindenf@planet.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann