Een man met veel geestelijke bagage

Dit is mijn honderdste bijdrage voor De Oud-Hagenaar. Het eerste verhaal verscheen op dinsdag 8 december 2009, nog net in de eerste jaargang. Op een enkele uitzondering na hebben al deze artikelen iets met mijzelf te maken – al zal dat veel lezers ontgaan zijn. In een enkel geval kwam ik er zelf in voor, maar meestal ging het over mensen die ik gekend heb of over organisaties waar ik een rol in gespeeld heb. De man waar ik u nu iets over wil vertellen, heb ik goed gekend. Als leraar, maar ook als wethouder in Den Haag.

Heinrich Jacob Wilzen, Hein, zoals hij werd genoemd, is in 1912 in Rotterdam geboren. Hij was enig kind en zijn vader werkte in de haven. We kunnen hier van een ‘rood nest’ spreken en het is dan ook niet zo verwonderlijk dat Hein, toen hij een jaar of twintig was, lid werd van de SDAP, de voorloper van de huidige Partij van de Arbeid. Na de middelbare school ging hij naar de Kweekschool, ook wel de Universiteit voor arbeiderskinderen genoemd. Omdat het tijdens de crisisjaren moeilijk was om een baan te vinden – men sprak van een kwekeling met akte – maakte hij zich als vrijwilliger bij de AJC en het Instituut voor Arbeidersontwikkeling nuttig. Hij behaalde in die tijd de hoofdakte en diverse andere akten en ging vervolgens werken op een lagere school en een ulo-school in Rotterdam.

Binnen het socialisme bestond ook een religieuze stroming waarin onder andere Henriëtte Roland Holst een belangrijke rol vervulde en hier voelde Hein zich thuis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vinden we hem terug als leraar op de rijkskweekschool in Meppel. Dit had mede tot gevolg dat hij er vele jaren later, hij was toen wethouder in Den Haag, voor zorgde dat de gemeente Den Haag een groot pand in Wilhelminaoord kocht, zodat de Haagse schooljeugd hier werkweken kon gaan houden. In 1974 was dit voor het eerst het geval. Na de Tweede Wereldoorlog ging hij geschiedenis studeren en in 1955 studeerde hij af in Leiden. Hij was inmiddels in onze stad komen wonen, waar hij werd aangesteld als leraar aan de kweekschool van het Haagsch Genootschap. Hij heeft zestien jaar op deze kweekschool gewerkt, aanvankelijk als leraar, later als onderdirecteur. Hij woonde toen op de Statenlaan.

Risicovolle experimenten
In 1962 werd hij lid van de gemeenteraad en drie jaar later volgde hij Maarten Vrolijk op als wethouder van onderwijs, kunsten en sportzaken. Risicovolle experimenten ging hij vanuit zijn functie zeker niet uit de weg. Zo heeft hij het onderwijsexperiment op de school in de Atjhestraat mogelijk gemaakt. Begin jaren zeventig van de vorige eeuw kregen enkele leerkrachten de kans om hier een school op wel heel experimentele basis te beginnen. Hoewel dit experiment niet lang geduurd heeft, heeft het wel voor de nodige opschudding gezorgd. Gezien zijn achtergrond is het feit dat hij wethouder van onderwijs werd voor de hand liggend, maar dat geldt ook voor kunsten. Hein heeft vrijwel zijn hele leven getekend, geschilderd en foto’s gemaakt. Hij heeft vooral etsen, aquarellen en pentekeningen gemaakt. Eén van zijn leermeesters was Theo Bitter. Ik zal een door hem gemaakte tekening uit 1976 toevoegen. Het gaat hier om een bouwplaats in Scheveningen op de plek waar tot 1974 het Grand Hotel gestaan heeft. Vooral het vergankelijke van kerken en gebouwen inspireerde hem. Hein wordt omschreven als iemand die vaak docerend sprak, niet zo vreemd voor een leraar, een zeer kordate stijl van leidinggeven had en als iemand die zich voor de hele Haagse bevolking inzette. Naar ik begrepen heb, hadden sommige ambtenaren het moeilijk met die kordate stijl van leidinggeven. Of dit positief of negatief is moet u, gewaardeerde lezer, zelf maar uitmaken. Ik neig tot positief.

In de bijna tien jaar dat hij wethouder was, is er dan ook heel veel tot stand gekomen, zowel op het gebied van het onderwijs als op het gebied van de kunsten. Hierbij verloochende hij zijn politieke voorkeur niet. Niet alleen de beroepsgroepen konden op zijn steun rekenen, maar ook de sociaal culturele vormingscentra en de amateuristische kunstbeoefening werden niet vergeten.

In 1974 besloot hij een einde te maken aan zijn politieke carrière en weer voor de klas te gaan staan. Tot aan zijn pensioen ging hij geschiedenis doceren aan de pedagogische academie van het Haagsch Genootschap. Na zijn pensionering had hij alle tijd om te gaan schilderen, tekenen en fotograferen. Hij woonde inmiddels in Voorburg op het adres Appelgaarde 279 en hij was een van de eerste leden van de Voorburgse kunstenaarsvereniging Brak. Op 4 februari 2001 is hij op 89 jarige leeftijd overleden. In een krantenartikel wordt hij ‘een man met veel geestelijke bagage genoemd’ en daar is niets te veel mee gezegd.

Carl Doeke Eisma
carleisma@planet.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann