Kees Mulder en Cor Bulk

Vanaf mijn tweede jaar tot en met mijn tweeëntwintigste jaar (1948-1968) woonde ik in de Uddelstraat vrijwel op de hoek met de Soestdijksekade. Na enkele jaren gewoond te hebben in Oud- Rijswijk, ben ik in 1974 verhuisd naar Krimpen aan den IJssel. De Oud-Hagenaar krijg ik trouw van mijn schoonzusje, die deze voor mij spaart en bij gelegenheid aan mij geeft. Het blijft altijd leuk om over gebeurtenissen, zaken, scholen etc. te lezen uit de omgeving waar je bent opgegroeid en zeker als het dichtbij komt en je de genoemde namen en personen kent. Van de week was het weer zover, in de uitgave van 24 januari zelfs een hele pagina, smullen.

Helaas kende het fraaie verhaal een valse start, de namen zijn verwisseld. ‘Kees Bulk en Cor Mulder’ moet zijn ‘Kees Mulder en Cor Bulk’. En Kees was niet de vrijgezel, dat was ome Cor Bulk. Om misverstanden te voorkomen, hier de familieverhoudingen!

Boerenmilieu
De familie kwam uit het boerenmilieu en zijn in de stad een melkhandel begonnen, dat gebeurde indertijd meer. Kees was ooit een boer en bleef zich ook zodanig gedragen, hij was getrouwd met de zuster van Ome Cor, samen hadden zij twee kinderen, een dochter en een zoon. De dochter was aanmerkelijk ouder dan haar broertje, toen ik over de vloer kwam bij de familie begin jaren vijftig was de dochter al getrouwd en had samen met haar man op de Zoutkeetsingel een groentehandel, naar ik me herinner genaamd ‘van Houwelingen’ of iets dergelijks, deze naam stond in een boog geschilderd op de etalageruit. De zoon was iets ouder dan ikzelf, zijn naam was Jan Mulder maar werd vrijwel door iedereen ‘Jantje Bulk’ genoemd. Ook zijn moeder, mevrouw Mulder, werd aangesproken met mevrouw Bulk.

Jan
Jantje was door de polio gehandicapt, zat eerst in een wagentje en daarna met een been in een metalen rechte beugel vanuit zijn lies tot onder zijn hoge schoen. De handicap was voor Jantje geen belemmering bij het buitenspelen, cowboytje, indiaantje, soldaatje, het ging er heftig aan toe en het wagentje werd goed afgeragd. Jan is later een gezonde Hollandse jongen geworden, ging samen met zijn vader en een vriendje jagen op de woensdagmiddagen. Ook ik heb dat mogen beleven: tijgeren in het weiland door een koeienvlaai, met de polsstok de overkant van de sloot niet halen.

Eenden plukken
Als jongen van ongeveer acht tot twaalf jaar heb ik Ome Cor vaak mogen helpen in diens melkwijk, en niet vergeten bij regen de deksel van de melkbus openzetten (pure winst). Voor Kees Mulder plukte ik na schooltijd nog weleens de geschoten eenden, een kwartje per eend.

Tijdens de laatste jaren in hun melkwinkel is Kees samen met Jan varkens gaan fokken. Toen ik zelf niet meer in Den Haag woonde, is de familie verhuisd naar Bergschenhoek, een vrijstaande woning met op het perceel een grote varkensschuur voor het fokken en mesten van varkens. Begin jaren tachtig heb ik ze daar nog eens opgezocht, ze waren in mineur: Ome Cor was overleden en ze waren gestopt met de varkens i.v.m. de regelgeving (deze stond niet meer toe dat de varkens gevoerd werden met de etensresten welke zij ophaalden bij de restaurants). Ook waren ze een beetje jaloers op collega/concurrent Jansen uit de Schaarsbergenstraat, deze had zijn winkel verbouwd en verdiende er een goede boterham, dat hadden wij eigenlijk ook moeten doen, verzuchtten zij.

Cees Borsboom
cees@borsboommak.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann