Ramp SCH 102 dompelde Scheveningen in rouw

Uiteindelijk vielen er drie doden bij de scheepsramp in 1938 te betreuren. Daarvan kwamen er twee uit het gezin Bruin uit de Datheenstraat, dat zowel de 47-jarige vader als de 14-jarige zoon Cor verloor. Cor maakte zijn eerste reis met de logger SCH 102, Maarten genaamd. De andere overledene was de 16-jarige Henk Roeleveld wiens ontzielde lichaam later aan het Wassenaarse strand werd gevonden.

Na vier weken op zee te hebben gevist, was er ’38 last haring’ gevangen. Schipper Piet van der Zwan (57) vond het welletjes en besloot met zijn 14-koppige bemanning huiswaarts te keren. Onderweg kwamen de eerste stormen al opzetten. Ofschoon de zuidwesterstorm heviger werd, had niemand kunnen bevroeden dat het zo fataal zou aflopen. Met de haven in zicht vond de ervaren Van der Zwan het die nacht beter om niet naar binnen te varen. Het manoeuvreren tussen de twee havenhoofden zou met de storm teveel risico’s met zich meebrengen. Hij koos het ruime sop en wachtte de volgende dag af.

Kijkers
Inmiddels waren heel wat Hagenaars komen kijken naar de onstuimige zee met de metershoge golven die door de gierende storm werden aangewakkerd. Samen met andere dagjesmensen genoten ze van het schouwspel der natuur. Ook Scheveningers waren massaal uitgelopen. Niet zozeer om naar het razende weer te kijken, maar omdat ze de komst van enkele loggers verwachtten met hun mannen en zonen aan boord! Voor de ogen van al die toeschouwers voltrok zich de dramatische ramp.

Zondagmiddag
Het was zondagmiddag 9 oktober 1938 omstreeks één uur in de middag. Kapitein Piet van der Zwan was een oude rot in het vak. Hij besloot ondanks de hevige storm de haven uiteindelijk binnen te varen. Dat liep helemaal verkeerd af. Het schip maakte een halve draai en raakte de Noorderpier, waarop het lek sloeg. De puntige basaltbrokken zorgden voor de nodige averij en het schip dreef af om vervolgens 50 meter verder te zinken. Vanaf de wal werd het tafereel met de nodige angst en beven gade geslagen. De reddingsboot Zeemanshoop voer uit en probeerde het zinkende schip over de woeste golven te benaderen. De bemanning probeerde hun vege lijf te redden en klom deels in de masten en enkele anderen kozen voor de achterwant. Zij konden worden gered, maar de vissers die in het water sprongen in de hoop de wal te halen, moesten hun daad met de dood bekomen. Nadat de reddingsboot elf man aan land had gebracht, voer het wederom richting het zinkende schip om de achtergeblevenen te zoeken. Hulpdiensten en familieleden ontfermden zich over de slachtoffers, die met kletsnatte gescheurde kleren wezenloos voor zich uitkeken. Na onderzoek in het Zuidwalziekenhuis konden ze weer veilig huiswaarts keren. Terwijl Scheveningen in rouw was gedompeld, stelde de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek in naar het voorval.

Onderzoek
Schipper Van der Zwan koos ervoor om de haven binnen te varen en toen begonnen de problemen.

De logger met een motor van 100 PK was niet opgewassen tegen de sterke stroming die er vóór hoger water ontstaat.

Dit in combinatie met de storm had Van der Zwan, die al vanaf zijn kinderjaren op zee rondvaart, moeten doen beseffen dat hij die tour de force niet mocht wagen, oordeelde de Raad voor de Scheepvaart.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann