Van Marlene tot Mathilde, oftewel het schilderachtige leven van Adrian Stahlecker

Een van onze markantste Hagenaars is kunstschilder en restauranthouder Adrian Stahlecker. Hij is 79 jaar, maar zit nog vol ideeën. Dit jaar verschijnt zijn twintigste boek: Zarah Leander. Na elke publicatie verzucht Adrian: “Dit zal wel het laatste zijn.”

Maar intussen is hij al ver gevorderd met een biografie over Klaus Mann.

“Klaus is de zoon van Thomas Mann, die Dood in Venetie schreef,” legt hij uit. “Zowel vader als zoon waren homoseksueel en dochter Erika was biseksueel. Klaus en Erika leefden een zeer losbandig leven in het decadente Berlijn van de twintigerjaren en later in ballingschap in Frankrijk en Amerika. Heel boeiend om over te schrijven.”

In de woning van Adrian waant men zich een eeuw terug in de tijd, als er geen computer zou staan. De wanden worden grotendeels in beslag genomen door boekenkasten vol informatie over de film. Maar de meeste informatie zit in zijn hoofd. “Toch merk ik dat ik wat ouder word,” zegt hij, waarop een waterval van details over de filmwereld volgt.

Daarnaast schildert en exposeert Adrian nog steeds succesvol en zijn recente vernissages waren bomvol.

Van de Veldestraat
Adrian werd geboren in het hartje van de Haagse Schilderwijk op 23 juli 1937 in de Van de Veldestraat, nummer 21. Een rasechte Hagenees.

Ondanks de Tweede Wereldoorlog doorliep hij de Rooms-Katholieke Burgerschool St. Augustinus voor jongens.

Het liefst was Adrian naar de kunstacademie gegaan, maar thuis vond men het beter om een vak te leren. Zo volgde er een opleiding in de horeca. Hij behaalde diverse diploma’s, waaronder dat van kok en restaurant-hotelhouder en won op zijn achttiende een prijs op de Salon Culinair met een tarbotmousse in de vorm van de vis met daarop de tekening van een danseres in heel dunne reepjes truffel uitgevoerd.

Hij begon in het chique Royal aan het Voorhout om vervolgens in Parijs in het Victoria Palace Hotel te belanden. Als kok en later als kelner werkte hij bij de Holland-Amerika Lijn. Toch wist hij tussendoor op zijn negentiende naar de Vrije Academie op de Hoefkade te gaan en was leerling van Hessel de Boer. Een eerste expositie volgde in 1961 in Galerie Plaats. Kranten, zoals Het Vaderland, Het Binnenhof en De Haagse Courant schreven lovende kritieken: ‘Felle portretten’ en ‘Fors debuut’.

La Pedrera
Hij besloot naar Spanje af te reizen, waar hij enige tijd in het appartement La Pedrera van de beroemde architect Gaudi woonde. “Niemand had toen interesse in het gebouw, waar ik op het dak die bizarre schoorstenen zat te schilderen.” Tijdens zijn reis naar Barcelona in 2014 keek de vrouw die entreekaartjes verkocht hem ongelovig aan toen hij vertelde dat hij er indertijd woonde.

Toen het geld echter op raakte, nam hij gedurende het zomerseizoen aan de Costa del Sol een baan als reisleider aan.

Na zijn eerste rondleiding kreeg hij van een van de dames uit het gezelschap het compliment: “U hebt het toch zo leuk gedaan; het is net alsof u het voor de eerste keer doet.” Hij werkte daarop enkele jaren als gids aan de Costa Brava.

Jaarlijks kwam hij over naar Nederland in een gammel autootje waarop schilderijen gebonden lagen en exposeerde met succes in Galerie Heuff te Wassenaar. In 1963 vestigde hij zich permanent in Barcelona en exposeerde in Sala de Arte Moderno en nam deel aan salons. Hij exposeerde onder Auspiciën Nederlandse Ambassade in Madrid.

Prinses Irene
Nooit wars van publiciteit wist hij de in 1964 pas getrouwde prinses Irene en prins Carlos-Hugo de Bourbon te strikken om zijn expositie in Madrid te openen. Hierop volgden exposities in Düsseldorf, Londen, Parijs, Curacao, etc.

In de herfst van 1962 had hij Jan Neurdenburg ontmoet, die zijn partner voor het leven zou worden en in 1966 startten ze samen een seizoenrestaurant in Calafell: Costa Dorada. “Het was een goede tijd, al heerste de dictator Franco. Maar na het dagelijks werken in de bistro was er het wilde nachtleven.” In 1973 kwamen Adrian en Jan terug en kochten een riant herenhuis in de Javastraat waar ze restaurant Nostalgia opende, met op de eerste etage Galerie Adrian Stahlecker. Henk Savelberg werkte er twee jaar als kok. Het restaurant werd populair bij prominenten uit de showwereld en de politiek.

Mathilde Willink
Adrian portretteerde veel bekendheden, zoals o.a de Spaanse schrijfster Concha Alos, actrice Mary Dresselhuys, Albert Mol, Adriaan Viruly, Charlotte Köhler, cabaretier Jan Blaaser, zanger Willy Alberti, Shocking Blue-zangeres Mariska Veres, modeontwerper Ernst-Jan Beeuwkes en het fenomeen Mathilde Willink. Onlangs verscheen het boek Mathilde van Lisette de Zoete, een lijvig boek vol foto’s waarin aan de hand van mensen die Mathilde Willink gekend hebben, de lezer door haar leven wordt geleid. Mathilde nam een wonderlijke plaats in in het leven van Adrian. “Mathilde was eigenlijk op zoek naar iemand die haar kon onderhouden. Nu liep ons restaurant Nostalgia uitstekend en had ik over geld niets te klagen, maar een Mathilde Willink onderhouden werd een ander verhaal. Ze kwam vaak naar Den Haag om te poseren en wilde dan overnachten in het peperdure Hotel Des Indes. En dan het liefst in de kamer waar in 1931 een beroemde Russische danseres zelfmoord pleegde. Dat vond ze spannend.”

“We kregen een relatie en omdat Mathilde de naam ‘Mathilde Stahlecker’ goed vond klinken, meldde ze aan de Telegraaf dat ze na de scheiding van Carel Wilink met Adrian zou gaan trouwen. Maar Mathilde was een complexe vrouw en veeleisend. Midden in de nacht belde ze mij op om wat liefs te horen. Maar als je de volgende morgen weer vroeg op moet om voorbereidingen voor je restaurant te doen, is dat niet vol te houden. Bovendien voel ik toch meer voor mannen en ben uiteindelijk met mijn partner Jan naar Mexico gevlucht. Mathilde is haar eigen weg gegaan en haar levenseinde in 1977 eindigde abrupt: moord of zelfmoord? Een raadsel…”

In 1983 verkochten Adrian en Jan het grote pand in de Javastraat en vestigde zich in Scheveningen waar ze tot 2000 restaurant Fedora exploiteerde. Ze restaureerden Villa Fedora uit 1885 en brachten het in de oude glorie terug. Nog steeds denken mensen watertandend terug aan de tijd waarin ze een botermalse biefstuk van drie ons met tientallen schaaltjes groenten, salades, appelmoes en rijst en aardappeltjes geserveerd kregen. Adrian houdt van groots.

Zarah Leander
Groots was ook de presentatie in Hotel Des Indes van zijn eerste boek over de Duitse filmwereld die op de vlucht was voor het Hitler-regime. Zijn passie ligt bij de vooroorlogse film en zijn grote idool is Marlene Dietrich, waarover hij schreef en vorig jaar een lezing in de Regentenkamer gaf. Aanwezig in Hotel Des Indes, waar hij als etagekelner begon, waren tal van VIP’s en de toenmalige tv-filmspecialist Simon van Collem deed het woord. Er volgden boeken over de Duitse en Franse film en in 2006 publiceerde Adrian zijn autobiografie: Tussen Schilderswijk en Society. In februari verschijnt bij uitgeverij Aspekt zijn twintigste boek: Zarah Leander, diva van het Derde Rijk. Adrian: “Ik hoop dit jaar tachtig te worden, maar blijf als schilder en schrijver actief.”

Met recht een markante Hagenees.

Maurice Heerdink
mauriceheerdink@ziggo.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann