Charles Traa aan boord van S.S. Rotterdam

Het leek bijna een jongensdroom. Charles Traa (1946) uit de Haagse Nunspeetlaan ging avonturieren. Hij ging werken bij de Holland-Amerika Lijn en reisde als steward de wereldzeeën af. Avonturen genoeg! Maar ook discipline, vervelende passagiers en hard werken. Een kijkje achter de schermen van een sprookjesbaan.

Op de fonkelnieuwe Sint Paulus Ambachtsschool hield Charles het gauw voor gezien. Hij verveelde zich stierlijk en keek dromend naar buiten, waar de weilanden volop werden omgetoverd tot uitbreidingen van de nieuwbouwwijk Morgenstond. Hij was een doener en geen denker. Een jongen van amper zestien jaar, die hunkerde naar spanning en avontuur.

Eerste kennismaking
Het was duidelijk dat Charles niet in de wieg was gelegd om een huisje-boompje-beestje leven te leiden. Op een dag ontmoette hij in een knus Haags barretje een praatgrage man die op de S.S. Rotterdam voer en die hem vol overgave de prachtigste verhalen kon vertellen. Charles hing aan zijn lippen en dat zag de man, die hem daarop uitnodigde om het schip te komen bekijken. Hij maakte daartoe gelijk een afspraak en al gauw stond hij aan de Wilhelminakade te Rotterdam, waar het luxe passagiersschip lag afgemeerd. Het was liefde op het eerste gezicht. Hij was ‘helemaal knetter om dat ook te willen’, zei hij spontaan nadat hij het hele schip grondig had mogen bekijken. Alles was zo groot en zo luxe en zo indrukwekkend! Het ging nu allemaal in een rap tempo. Er ging een sollicitatiebrief de deur uit en mede door bemiddeling van die vriend die hem de rondleiding had gegeven kwam hij binnen drie weken bij de HAL in dienst en was hij in 1963 op weg voor zijn eerste tocht naar New York. De HAL onderhield een reguliere dienst tussen New York en Rotterdam. Begin jaren vijftig was dat nog uitermate lonend en kon er nog zeer goed worden geconcurreerd met het vliegtuig. De eerste baan was als jongste bediende voor koffie en thee (pantryboy), maar evenzeer moest hij tussen de bedrijven door de dweil hanteren. Eigenlijk was het een rotbaan. Achter die koffiebalie met nog twee andere knullen en dan vlakbij de keuken, waar zoveel hitte vandaan kwam. Slapen gebeurde in een vierpersoonshut en toeval of niet, hij had als maatje dezelfde man die hij in de kroeg had ontmoet en die hem op het schip had rondgeleid. Daar was Charles erg blij mee, want hij voelde zich met hem aan zijn zijde niet gelijk in het diepe gegooid. De man moest hem inwerken en begeleiden. De samenwerking verliep uitstekend! Het zijn allemaal fantastische herinneringen! Ieder had zijn eigen kooi met een gordijntje ervoor en een klein garderobekastje. Veel ruimte was er niet voor jezelf. De hutten werden eens in de veertien dagen door de kapitein of één van zijn officieren aan een grondige inspectie onderworpen. Schoonheid en hygiëne waren van groot belang, maar ook op de kleding werd toezicht gehouden en in sommige hutten werd er door het personeel zo’n puinzooi gemaakt, dat de inspectie moest worden opgevoerd of taakstraffen moesten worden uitgedeeld.

Heimwee
Den Haag miste hij wel een beetje, maar de school allerminst! Zijn ouders waren aanvankelijk sterk gekant tegen zijn besluit om te gaan varen. Aan de andere kant begrepen ze ook wel dat hij op school ook niet op zijn plaats was en wie weet kon hij spelenderwijs toch nog een beroep leren. “Ik heb behoorlijk gezanikt en mijn eigen willetje doorgedrukt, zodoende kon het prachtige avontuur beginnen.” De HAL stond goed aangeschreven en geen mens zag in die tijd van volop emigratie, de ondergang van het bedrijf naderen.

Zeeziek
De jonge Charles wist niet waar hij aan begon, toen hij voor de eerste keer met de S.S. Rotterdam vertrok. Aanvankelijk was het allemaal spannend en geleidelijk aan verdween de grote havenstad uit het zicht. Maar echte zeebenen had de jongen nog niet en af en toe werd hij wel wat uitgedaagd door de senioren. In de Golf van Biskaje ging het helemaal mis. Hij voelde zich een partij misselijk en anderzijds wilde hij zich groot houden. Het was een nare gewaarwording. Het gevoel alsof je buik in je lichaam omkeert. De scheeparts kwam met een spuit en na drie dagen was het ergste achter de rug. Daarna nooit meer last gehad van zeeziekte, al waren de golven nog zo hoog en was het schip de speelbal van de woelige golven.

Eten
Terwijl de passagiers vochten om een plaatsje bij de kapitein tijdens het eten, zat Charles met zijn collega’s in de keuken. In de zogenaamde bemannings- messroom. Daar kon je van alles en nog wat te eten krijgen. Stapels brood en beleg om een overheerlijke sandwich mee te maken. Continue stond er een lange rij van bemanningsleden die trek hadden. Het eten was niet om over naar huis te schrijven, maar soms kon je een biefstukje bemachtigen. Dan moest je dat regelen met een kelner die dan een biefstukje extra bestelde. Dat ritselen kostte wel enkele dollars per week. Bovendien moest je voorzichtig zijn dat je niet werd betrapt. “Maar toen ikzelf een tijdje kelner was, bestelde ik altijd voor mezelf wat extra’s. Van heerlijk gerookte zalm tot kaviaar en dat aten we dan gezellig met anderen in onze hut op. Ja, we hebben heel wat uitgehaald en afgelachen!”

New York
Wanneer de reis was geklaard en je in New York aankwam, had je meestal even de tijd om de stad te bekijken. Eigenlijk maar 36 uur en dan moest je weer terug aan boord zijn. In die tijd bekeek je wel enkele toeristische trekpleisters, maar je vulde ook wel even je maag en zette de bloemetjes buiten. Als je iedere twaalf dagen in New York bent krijg je op den duur alles wel te zien, maar gaat tegelijkertijd ook de lol er een beetje af. Vooral in de winter is het niet altijd een pretje om door die stad te banjeren. Je wist niet hoe snel je soms uit een kroeg per taxi bij pier 40 Manhattan moest komen, waar de HAL-boot lag aangemeerd. Eenmaal aan boord gaat het leven 24/7 weer door. De lol met je collega’s houdt je in feite op de been.

Flirtende passagiers
Terwijl de jonge Charles van pantrybediende opklom tot junior hutten steward, waarbij hij toezicht had over twaalf hutten, kon hij steeds meer genieten van alle faciliteiten aan boord. Zoals overal in het werk moet je aan boord van zo’n zeeschip ook de weg weten om je als maar beter thuis te voelen. Op laatst waren de vreemdste plekjes bekend onder het jonge en avontuurlijke personeel. Naast de restaurants was er ook een scheiding bij de vermakelijkheden tussen het lagere personeel en de passagiers. De eenvoudige bemanningsleden hadden zelfs hun eigen zwembad op de voorpunt net onder de brug. En het grote theater met maar liefst 480 zitplaatsen werd alleen vrijgegeven voor de bemanning als ze daar zelf een voorstelling gaven, want ook dat gebeurde wel eens. Theater, nachtclubs en bioscopen waren volop aanwezig om de passagiers tijdens hun vijfdaagse overtocht naar New York te vermaken. De bemanning in de hogere rangen had wél overal toegang en de passagiers waren hoog vereerd als ze tijdens het diner aan de tafel van de kapitein mochten zitten. Bij zonnig weer was het zonnedek een geliefd toevluchtsoord. De scheepspolitie en veiligheidswachten hielden ijverig toezicht op de handel en wandel van de bemanning en het mijn en dijn van de passagiers. Avontuurlijke bemanningsleden en flirtende passagiers; het hoorde allemaal bij het leven op een passagiersschip. Maar ook diefstal en ongewenst hutbezoek kwamen nogal eens voor tijdens de overtocht. Vandaar dat de toezichthoudende bewaking echt geen overbodige luxe was. Ook passagiers die te diep in het glaasje hadden gekeken en luidruchtig door de gangen liepen of zelfs opstandig werden en slaags geraakten, moesten op elegante wijze naar hun hutten worden afgevoerd. Het was allemaal een mensenmaatschappij in het klein met alle problemen die zich op het vasteland ook voordeden. Eigenlijk nog wat sterker omdat de mensen van huis waren en zich net wat uitbundiger gedroegen dan in hun eigen omgeving. Maar er waren ook lieden die de overtocht op zich al druk genoeg vonden en ’s avonds liever op tijd de koffer indoken dan zich te laten vermaken tussen al het genietende gepeupel. Het waren vaak serieuzere mensen die overdag naar een lezing gingen of zichzelf wisten te vermaken met een verrekijker of een puzzelboekje.

Hofmeester
In 1971 werd het Nederlandse personeel allemaal te duur voor de HAL. De maatschappij schakelde over op een Indonesische bemanning, die aanzienlijk goedkoper was. Na acht jaar plezierig te hebben gewerkt bij de HAL kwam er een einde aan zijn werkzaamheden bij deze werkgever. De Nederlanders kregen massaal ontslag en Charles moest zoeken naar ander werk. Na voor diverse Duitse, Noorse en Zweedse maatschappijen te hebben gewerkt, kwam hij op de fameuze Queen Elizabeth II terecht. Uiteraard een hele sensatie, maar duidelijk met een andere bedrijfscultuur dan de HAL. Wat een rangen- en standenmaatschappij was dat! Na twee jaar op de QE2 te hebben gevaren, besloot de oud-Hagenaar zich te vestigen in Australië. Dat was in 1975. Toen een hele stap, maar nu kijk je er lachend op terug. Vooral het internet maakt de wereld zo klein. En met het vliegtuig is de reis naar Den Haag ook goed te doen.

Al met al heeft Charles het prima naar zijn zin gehad op de schepen van de HAL. Hij kreeg diverse malen promotie en uiteindelijk heeft hij het tot desk officier geschopt. Een soort hofmeester die belast was met het schoonhouden van hutten op twee dekken. Wanneer de Hagenaar aan die goeie ouwe tijd terugdenkt, zegt hij lachend: “Ik heb de hele wereld gezien en er nog goed voor betaald gekregen ook!”

F.J.A.M. van der Helm
helmhuis@ziggo.nl

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann