Lezersreacties over uitgaan in Den Haag

Voor mijn rubriek ontving ik een aantal mails van lezers over deze periode in hun leven. Hieronder volgen een paar verhalen.

Henny’s man in een jazzband
Henny Beenen was actief in het Haagse uitgaansleven van Den Haag in de jaren zestig. Haar moeder werkte bij de Bouwmeester Revue en kende Buziau persoonlijk.

Ondanks dat Henny zich daar zelf niet veel meer van kan herinneren, weet ze wel te vertellen dat haar moeder veel verhalen vertelde over de tragische clown Buziau, die heel lang in Rijswijk woonde en na de Tweede Wereldoorlog niet meer terugkeerde op het podium. De jaren zestig staan haar wat meer bij.

Henny vertelt: “Mijn man werkte als drummer in diverse bands als semi-professional. Leuke bandjes die meestal jazzmuziek speelden. Het was een semi professionele band die vaak heel wat schnabbels hadden. Feesten en partijen enzo. Ze waren best wel populair en hoewel het beslist een hobby voor hem was, verdiende mijn man er op die manier ook nog een aardig zakcentje bij.”

“Hij heeft met de grote Pia Beck mogen musiceren, uiteraard op Scheveningen en de anekdotes uit die tijd zijn dan ook talrijk. In de Scala Bodega aan de Wagenstraat, midden in het Haagse centrum, streken de bandleden na afloop van een optreden vaak neer, samen met de jongens van de Stork Down Dixie Kids, Tony Miller en nog vele anderen.”
“Het was daar altijd gezellig en er werd behoorlijk veel gelachen. Met veel plezier denk ik terug aan die tijd. In 1966 vertrokken wij naar Zuid Afrika, waar we 23 jaar hebben gewoond.”

Piet stapte in kerksociëteiten
Begin jaren zeventig ging Piet Goeyenbier veel uit. Hij kwam voornamelijk in jeugdsociëteiten, die behoorden bij katholieke kerken. Een aantal van deze kerken is inmiddels afgebroken.

Piet vertelt: “Het meest kwam ik in Sociëteit 2032. Deze soos was in de crypte van de katholieke kerk, nabij de Raaphorstlaan in de Haagse wijk Moerwijk. De soos was alleen open op zaterdagavond. Er trad meestal een band op die de actuele hits goed kon spelen. Later deed daar de disco haar intrede. Voor de toegang had je een wel heus lidmaatschapspasje nodig. Je kon er licht alcoholische dranken krijgen. Bier en wijn en zo. Geen sterkere dranken.”

“Van acht tot twaalf uur kon je er vier uur heerlijk swingen. Daarna ging je het meisje, waar je het meest of het laatst mee had gedanst, thuisbrengen. En als er niemand thuis te brengen was, want dat kon ook natuurlijk, ging je een patatje halen bij een snackbar in de buurt. Leuke bijkomstigheid was dat de broertjes Bolland en Bolland, die toen aan het begin van hun carrière stonden, ook vrij frequent als bezoekers te vinden waren in deze sociëteit. Dat waren aardige gasten.”

“Andere jeugdsociëteiten bij kerken waar ik kwam, waren die op zondagmiddag bij de Dierenselaan en die op zondagavond aan de Sportlaan. De namen daarvan ben ik vergeten. Wel weet ik nog de naam van de kerk in Spoorwijk: de Jeroenkerk. Die hadden ook zo’n jeugdsociëteit.”

“Het publiek in deze sociëteiten was zo tussen de 15 en de 20 jaar oud. Teenagers dus. Belangrijkste activiteiten waren voornamelijk samen gezellig kletsen en dansen. In de beginjaren stonden er voornamelijk veel bandjes te spelen, later werden dat disco’s. Populaire dansnummers waren: James Brown met Sex Machine, Carlos Santana met Black Magic Woman, Creedence Clearwater Revival met I Put A Spell On You en Rare Earth met Get Ready.”

“In Rijswijk had je ook van deze aan de katholieke kerk verbonden sociëteiten, waar ik zeer regelmatig kwam. Zo was er Het Zoldertje, dat behoorde bij de Bonifatiuskerk aan de Van Vredenburchweg. Daar kwam zelfs een nog piepjonge Monique van der Ven over de vloer. In de Minister Talmalaan in Rijswijk was een sociëteit die verbonden was aan de Bernadette kerk. Deze was altijd open op zondagavonden. Een thuiswedstrijd voor mij, aangezien ik toen ook met mijn ouders in de Minister Talmalaan woonde. In deze soos werd de zondagavond altijd afgesloten met het nummer Gute Nacht Freunde van Reinhard Mey.”

“Medio jaren zeventig kwam er een eind aan deze aan de kerk gerelateerde sociëteiten. Dit kwam niet door het gebrek aan animo van de bezoekers, maar vooral omdat het kerkbestuur vond dat deze activiteiten niet meer goed pasten bij de kerk.”

“Een andere veel bezochte soos in Rijswijk, was die bij Don Bosco. Daar kon je tafeltennissen en biljarten en af en toe was er een film te zien. In het hoofdgebouw speelde ook wel eens een band of was er een disco-avond. Bijzonder aardig om nog te vermelden was een optreden van een bandje in de schuilkelder van het toen nieuwe stadhuis van Rijswijk. Dit was een lage soort atoomschuilkelder, met een kruip-door sluip-door in- en uitgang. Zeer apart. Een paar keer ging het hier niet goed als gevolg van allerlei kleine vechtpartijtjes. Daarna was het helaas gauw gedaan met de pret.”

Frans Limbertie

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestPrint this pageEmail this to someone

Reageren

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann